Weg van minste weerstand met euro

Het klinkt een beetje suf: Nederland heeft jarenlang een overspannen arbeids- en huizenmarkt geaccepteerd om de Duitse regering mee te helpen de illusie levend te houden dat er met de Duitse mark niets aan de hand was na de Duitse eenwording. Dat is immers gebeurd door het niet-revalueren van de gulden ten opzichte van de Duitse mark in de aanloop naar de invoering van de euro op 1 januari 1999.

In zijn interview met NRC Handelsblad van 26 mei probeert de president van De Nederlandsche Bank, Wellink, de indruk te wekken dat de gulden niet gerevalueerd had kunnen worden. Hij probeert zich achter de afspraken uit het Verdrag van Maastricht te verschuilen. Dit is echter niet mogelijk. Maastricht liet nadrukkelijk de mogelijkheid open om in de aanloop naar de euro munten te revalueren.

Wat twee jaar vóór de invoering van de euro niet mogelijk was, was een devaluatie op eigen verzoek. De deur naar een revaluatie stond gewoon open, want alleen devaluaties waren verboden. Dit is begrijpelijk. De opstellers van Maastricht waren vooral bevreesd dat landen nog even snel door een devaluatie op het laatste moment een concurrentievoordeel zouden invriezen bij de start van de euro. Een revaluatie door `sterkere' landen kon hen niet schelen.

Een revaluatie had wel met instemming van de overige lidstaten moeten gebeuren. Nederland, maar ook andere kandidaten zoals Finland en Ierland hadden zich bij tegenwind echter hard kunnen opstellen. Tenslotte was ook de vaststelling van de uiteindelijke omwisselkoersen een unanieme beslissing. Nederland had daarbij net zoals iedereen een vetorecht.

Waarom zou Duitsland tegen een Nederlandse revaluatie (en een Ierse en een Finse) geweest zijn? Omdat het de eerste keer in de geschiedenis van het toenmalige Europese Monetaire Stelsel (EMS) zou zijn geweest dat een munt ten opzichte van de Duitse mark zou zijn gerevalueerd. Nou én, ben je geneigd te denken. Maar hier raken we aan de symboolwaarde van munten als nationale viriliteitssymbolen. De Duitse mark was traditioneel `hard' en ook al hadden we dan een loon-prijsspiraal na de Duitse eenwording achter de rug, de reputatie van `hardheid' mocht niet door een revaluatie van andere munten worden ondermijnd. De Duitse burger had het toch al zo moeilijk met het verlies van zijn dierbare, maar lang niet meer zo harde mark.

Had een revaluatie wel zin, kort voor het voor de eeuwigheid vastleggen van munten? We hebben inmiddels gezien dat Nederland er met die goedkoopte ook wel uitgekomen is. Eerst groeien we bovengemiddeld (wat natuurlijk ook voor de horecaprijzen niet zonder gevolgen blijft) en prijzen we ons uit de markt, vervolgens worden we hekkensluiter in de eurolandeconomie en passen we ons loonniveau wel weer aan. Maar het was niet verboden in 1999 een gunstiger startpositie voor het Europese monetaire avontuur te kiezen. En het had ons al die ons sterk in verlegenheid brengende bezoekjes over de fantastische werking van het poldermodel bespaard.

Het niet-revalueren is natuurlijk niet Wellink aan te rekenen. Centrale banken bemoeien zich graag met wisselkoersen, maar die zijn ook in euroland – een puur politieke aangelegenheid. Nietrevalueren was een politieke beslissing. Net zoals het een politieke beslissing was, om te verzuimen de naar oververhitting neigende Nederlandse economie dan maar in rustiger banen te leiden met een straf begrotingsbeleid. Hiervoor draagt de toenmalige Nederlandse regering de volle verantwoordelijkheid.

Wat Wellink wel kan worden aangerekend, is dat hij zijn steentje bijdraagt aan de campagne van desinformatie rond de toetreding van de gulden tot de euro.

Blijkbaar heeft hij de kool en de geit willen sparen door zowel zijn mededirectielid Brouwer te dekken (het klopt dat de gulden ondergewaardeerd de euro ingegaan is) als minister Zalm (hij kon niet anders).

Als Zalm juridisch niet anders had gekund, waarom zijn de Duitsers dan toch gepolst? De Nederlandse regering heeft in de aanloop van 1999 tweemaal gekozen voor de weg van de minste weerstand. Eerst op toenmalige pariteiten de euro in, dan via de begroting niet op de rem trappen, maar wat extra gas geven.

Het zou Wellink en Zalm sieren dit gewoon toe te geven.

Léon Cornelissen is hoofd IRIS Strategie, een joint-venture van de Rabobank en de Robeco Groep.