Van Dantzig seint naar het vergankelijke

Rudi van Dantzig heeft gisteren de Zilveren Penning van de stad Amsterdam gekregen voor zijn werk als choreograaf, schrijver en artistiek leider.

Op het scherm zie je Rudi van Dantzig werken aan een nieuw duet – Tuin van Eros – dat uitsluitend voor televisie gemaakt is. Je ziet hem eerst passen proberen in zijn slaapkamer, hem vervolgens begeesterd als vanouds in de studio aan het werk met jonge dansers (Nicolas Rapaic en Victor Mateos Arellano) en tot slot uitgeput door lymfeklierkanker en de medicatie kijken naar de opnamen van zijn jongste schepping.

De documentaire/dansfilm Voeten op de Aarde/Tuin van Eros, waarin regisseur Paul Cohen de choreograaf Rudi van Dantzig portretteert, werd gisteren vertoond in de Amsterdamse Stadsschouwburg. De film is een geestig en ontroerend portret, waarin Van Dantzig mooie uitspraken doet, zoals: ,,Dans is seinen geven aan de vergankelijkheid''. Het is verrassend om na lange tijd opnieuw een karakteristiek Van Dantzig ballet te zien, al is het dan op scherm.

Wellicht is Tuin van Eros zijn laatste choreografie, zei Van Dantzig gisteren na de filmvertoning. Wethouder Hannah Belliot (Cultuur) overhandigde hem de Zilveren Penning van Amsterdam voor zijn verdiensten als choreograaf, voormalig artistiek leider van Het Nationale Ballet, en schrijver. Belliot noemde hem een gepassioneerd dansmaker, iemand met `power'. De prijs werd uitgereikt in het theater dat jarenlang het huis was van Het Nationale Ballet. Van Dantzig leidde het gezelschap van 1971 tot 1991. Menig ballet van hem ging op dit podium in première. Het oude nest bleef hem dierbaar, ook na de verhuizing naar Het Muziektheater in 1986.

De `seinen aan de vergankelijkheid' zitten zeker in het duet Tuin van Eros, dat gezet is op een heel expressief strijkkwartet van Louis Andriessen. In deze paradijselijke tuin staan twee jongemannen als Adam en Eva èn als Kaïn en Abel tegenover elkaar: liefde en strijd, onderdrukking en troost, eenzaamheid en geborgenheid, erotiek en dood, bij Van Dantzig ligt de keerzijde van het geluk vaak boven. Een mooie rol is weggelegd voor acteur Felix Burleson die zowel God als Lucifer lijkt te vertolken.

Na zijn afscheid in 1991 bij HNB maakte Van Dantzig amper iets nieuws voor de groep. Wel schreef hij een toneelstuk voor De Appel, werkte hij in Zuid-Frankrijk in opdracht van beeldhouwster Ans Hey aan een locatieballet en creëerde hij een televisieballet met gehandicapten. Pas in 2002 maakte hij voor het eerst weer een ballet bij Het Nationale Ballet: Lommer, een weemoedige terugblik op zijn jeugd.

Zijn ziekte belemmerde hem steeds sterker naar het buitenland te reizen om daar zijn meesterstuk Vier Letzte Lieder in te studeren. Wel voltooide hij in 2003 Het leven van Willem Arondéus, een vuistdik boek dat alom is geprezen. Zijn autobiografische debuutroman Voor een verloren soldaat (1986) meegerekend is dit zijn vijfde boek. `Het leven is beweging', zegt de choreograaf en schrijver ergens in de film. Voor Van Dantzig lijkt het omgekeerde eveneens op te gaan.