Oog voor katten

Het Amsterdamse Kattenkabinet viert het vijftienjarig bestaan met een tentoonstelling van Ed van der Elsken, kattenfotograaf bij uitstek.

Op de foto gaat het scherpe, norse gezicht van schrijver Willem Frederik Hermans half verborgen achter de cyperse kater die hij in zijn armen houdt. Sebastiaan heet het dier, en hij kan net zo gevaarlijk, fel en ongrijpbaar kijken als zijn baasje. Het huisdier spiegelt zich in zijn baasje, en andersom. Twee gedomesticeerde roofdieren. Tegelijk geeft Sebastiaans aanwezigheid baas Hermans iets teders. Hij houdt de kat liefdevol vast, met zijn neus dichtbij de vacht.

Hermans en zijn katten zijn prominent aanwezig op de tentoonstelling Ed van der Elsken: Eye For Cats in het Amsterdamse Kattenkabinet, waar kattenfoto's van fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) worden getoond. Voor de expositie werden nieuwe afdrukken gemaakt van de originele negatieven. Er zijn ook enkele vellen met contactafdrukken te zien, waarop de fotograaf korte aantekeningen heeft gemaakt, uitsnedes heeft aangegeven, en zijn favorieten heeft omcirkeld. Deze contactvellen dienden als leidraad voor het kiezen van de foto's.

Eye For Cats is ingericht ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van het museum, gevestigd in een fabuleus grachtenpand in de Gouden Bocht. De collectie bestaat uit louter kattenkunst; van Rembrandt en Picasso tot een nieuwe kattenflipperkast van Tadaaki Narita. Oprichter Bob Meijer begon het museum in 1990 om de nagedachtenis te eren van zijn rode kater John Pierpont Morgan (1966- 1983). Uit de rijke collectie blijkt dat W.F. Hermans zeker niet de enige kunstenaar is die zich graag spiegelde aan de eigenzinnigheid van zijn kat. Toch zijn er onder de fotografen weinigen die zoveel katten hebben gefotografeerd als Van der Elsken. Terwijl het zo'n fotogeniek dier is; onverstoorbaar naturel en zich toch altijd bewust van zijn présence.

In het museum hangt ook een foto van Hermans die met zijn vrouw de katten voedert op het binnenplaatsje bij zijn huis in Groningen. Het is een heel gedoe met pannetjes, duidelijk vóór de uitvinding van het kattenvoer. We zien Hermans in een voor hem ongebruikelijke pose: die van liefdevolle huisvader.

De meeste foto's stammen uit Van der Elskens glorietijd, de jaren vijftig in Parijs. Van der Elsken is mede beroemd door zijn ruige foto's van de zelfkant van de wereld, hij was een passantenfotograaf die graag op straat werkte. In Parijs legde hij twee extremen in het Franse kattenleven vast: enerzijds de clochardkatten, die verfomfaaid tussen het rommelige straatmeubilair leven, en anderzijds de beau monde des chats: vadsige, geborstelde aristokatten die verveeld op fluweel liggen op een grote Parijse kattententoonstelling. Tussen de serie kattenshowfoto's heeft het museum ook één bohémienkat gehangen. De geoefende kattenkijker haalt hem er zo uit: hap in rechteroor en een vieze neus.

Ook vanuit zijn eigen Amsterdamse achterraam legde Van der Elsken de kattenzelfkant vast. In een spannende serie vol beweging toont hij het turbulente kattenleven op een achenebbisje binnenplaats. Zonder toelichting zou je denken dat het om een bendeoorlog gaat. Maar Van der Elsken schrijft als toelichting in zijn fotoboek Amsterdam!: ,,Vier enorme ruige rotkaters dekken, verkrachten keer op keer dat ene arme poesje. Toch zoekt ze het op, de kleine schat.''

Persoonlijke favoriet van directeur Bob Meijer is een foto uit Parijs van een beenloze bedelaar. Zijn ene hand rust op een slapende kat, en de andere hand op een bord met de tekst: ,,Verminkte zonder onderdak. Slechts door uw goede hart ben ik in staat om te leven. Bedankt.'' Meijer is gegrepen door de gedachte wat een kat voor zo'n man kan betekenen. Geen benen, geen huis, geen geld. Maar je hebt wel je kat.

T/m 2 oktober in het Kattenkabinet, Herengracht 497, Amsterdam. Inl. 020-626.53.78 of www.kattenkabinet.nl.