Niet gek, wel een gok

Zijn de kiezers helemaal gek geworden? Begrijpen ze dan echt niet dat ze op chaos afkoersen als ze nee zeggen tegen het huidige beleid? Onbegrijpelijk, dat ze hun stem weggooien om de meest uiteenlopende redenen, die met de beste wil ter wereld niet te verenigen zijn in een consistente nieuwe politiek.

Tja, Suriname. Hoe moet het nu verder?

Bovenstaande noodkreet vol paternalistische verbijstering zou na de Surinaamse verkiezingen van vorige week woensdag vermoedelijk veel luider in de Nederlandse media te horen zijn geweest (zoals in het verleden gebruikelijk), als er niet dichterbij huis iets belangrijkers was gebeurd dat in de verte een beetje lijkt op de electorale aarbeving in het vroegere rijksdeel, maar met een opvallend verschil.

Eerst de overeenkomsten. De Surinaamse kiezer strafte de gevestigde politieke elite af, het regerende Nieuw Front van president Venetiaan die zijn landgenoten vaderlijk tot rust in het stemhokje maande, voor hun eigen bestwil. Men koos in plaats daarvan voor emancipatoir groepsbelang (de `A-Combinatie' van creoolse bewoners van het binnenland, aangevoerd door ex-rebel, zakenman en benzinepompeigenaar Ronnie Brunswijk, 4zetels); voor een gewezen president die door de bodem van de schatkist boorde om twee surrealistische bruggen te bouwen – waarvan heel bescheiden slechts de helft naar hemzelf vernoemd – die weliswaar weinig verkeer trekken maar er dan toch maar staan (de VVV van oud-gemeenteambtenaar te Amsterdam Jules Wijdenbosch, 6 zetels); en natuurlijk voor de partij van de sluwe oud-dictator die belooft de stroperige, etnisch verzuilde Surinaamse politiek te doorbreken op weg naar een nationaal verbroederde toekomst – dus ook even die ongelukkige moordpartij uit de jaren '80 vergeten, aub (de NDP van Desi Bouterse, 15 zetels).

Voor de traditionele coalitie van het Nieuw Front, een olifantenkerkhof van etnische partijen die Suriname besturen volgens het beproefde Nederlands-Zuidamerikaanse recept van polderen en patronage, schieten 23 van de 51 zetels over in de Nationale Assemblee – te weinig om een nieuwe president te kiezen. Het marchanderen kan nu op alle fronten beginnen, want de wirwar van coalities, combinaties en combines in de Surinaamse politiek is even overzichtelijk als een Europese Grondwet.

De zittende president Venetiaan is daarbij in het nadeel. Om een meerderheid te vormen, zou hij moeten inbreken in de oppositie: bij de NDP van Bouterse (geoliede volkspartij met kopstuk dat zich kleiner maakt dan hij is), de boslandcreolen van Brunswijk (sociaal-etnische actiegroep met kopstuk dat net zo fors is als hij lijkt), of de revanchistische fanclub van Wijdenbosch (gelegenheidspartij met kopstuk dat zich groter maakt dan hij is). Als Venetiaan een behendiger strateeg was, zou hij `Bouta' en `Bosje' tegen elkaar kunnen uitspelen. De laatste was in 1996 immers de marionet van de eerste, die hem om opportunistische redenen (de Nederlandse strafwet) nodig had als frontman. Het ging mis toen `Bosje' de touwtjes doorknipte en zelf begon te lopen, tot woede van zijn patroon. Bouterse zoekt nu nog steeds bescherming, maar Wijdenbosch wil, sinds hij de smaak van het ambt te pakken heeft, vooral `respect' en glamour – en die zijn te leveren, ook in een Surinaams kabinet.

Maar hoe krijgt de `brandschone' Venetiaan, die geïnspireerd werd door Martin Luther King en zelf nog wel eens een blues speelt op de gitaar om het slavenverleden te gedenken, dat ooit voor elkaar, tegenover een wendbare en kapitaalkrachtige hiphop-politicus als Bouterse? En hoe zou hij zulk pokerspel kunnen winnen zonder dat zijn achterban nerveus begint te knipperen? Het omgekeerde is waarschijnlijker: Bouterse die het gehavende Nieuw Front uit elkaar beukt, zich desnoods verzoent met zijn voormalige marionet (op voorwaarde dat die de touwtjes weer wil ombinden), en de verkiezing van een president weet door te schuiven naar de Verenigde Volks Vergadering, een beraad van alle gekozen Surinaamse functionarissen, waar een gewone meerderheid genoeg is. Zo werd Wijdenbosch eerder ook president.

De Surinaamse kiezer heeft al met al een afgewogen gok gewaagd die niet duidt op zonnesteek, of politieke domheid, maar berust op ongeduld met een versleten politiek kader dat niet blijkt toegesneden op de moderne tijden. De geschoolde jeugd (meer dan de helft van Suriname is jonger dan 25 jaar) wil vooruit, en niet meer ingeprent krijgen dat zoiets stapje voor stapje gaat; de bosnegers (voor het eerst nadrukkelijk aanwezig in het parlement) willen mee-eten uit de ruif die internationale bedrijven van hun bos- en goudrijke woongebied hebben gemaakt.

Het blijkt uit de cijfers. Het Nieuw Front verloor ten opzichte van de verkiezingen in 2000 in absolute zin niet eens zoveel stemmen (toen 86.877, nu 84.234, op een totaal van 179.748 en 211.878 uitgebrachte stemmen). Maar in relatieve zin blijft het sterk achter. Uitgesplitst naar districten won het bijna nergens (behalve opvallend genoeg in het Javaanse Commewijne, dat dankzij Wijdenbosch nu per brug verbonden is met `de stad'). Het Surinaamse kiesstelsel eist daarbij zijn tol (Paramaribo huisvest bijna de helft van de kiezers, maar levert slechts 17 zetels). Maar ook in Paramaribo, dat nog steeds groeit (nu 158.588 kiezers), moest het Front terrein prijsgeven (min 3.312), en won de NDP van Bouterse fors (plus 11.677, een verdubbeling).

We schakelen terug naar Brussel. Nee, de kiezers zijn niet gek. De politieke elite in Frankrijk (en morgen wellicht ook hier) betaalt de prijs voor de credibility gap tussen een paternalistisch project en een zelfbewust electoraat dat de beloften van de projectontwikkelaars niet gelooft, afmeet aan de eigen angsten, portemonnee en pensioenvoorzieningen, en soms aan de heimelijke wens dat de Muur er nog stond, alleen zonder communisme erachter. De Surinaamse kiezer heeft een gok gewaagd die voor dynamiek kan zorgen, maar evengoed voor stagnatie. De Franse kiezer deed hetzelfde. Het verschil: de Surinamers willen de wereld in.