`Nederlandse overheid moet veel meer risico durven nemen'

De Nederlandse overheid moet veel meer risico's durven nemen bij het uitbesteden van diensten, zoals de aanleg van wegen en de inrichting van ziekenhuizen. Nu gaat ze daarbij veel te conservatief en voorzichtig te werk, en dat remt de innovatie in Nederland.

Dat schrijft het Innovatieplatform in een rapport dat vandaag is gepresenteerd. Met het rapport belicht het platform voor het eerst de rol van de overheid bij het verhogen van de Nederlandse innovatiekracht, een speerpunt van het huidige regeringsbeleid. ,,Die rol is enorm'', zegt Frans van Vught, bestuurslid van de European University Association en voorzitter van de werkgroep die het rapport schreef. De overheid investeert jaarlijks tientallen miljarden aan de aanleg van wegen, bruggen, spoorwegen, en aan investeringen in ziekenhuizen, universiteiten, politiekorpsen en natuurgebieden. Van Vught: ,,De overheid is onze grootste dienstverlener''.

De Nederlandse samenleving staat voor problemen op het gebied van vergrijzing, veiligheid, onderwijs, milieu en mobiliteit. Dat vraagt om innovatieve oplossingen. Maar die worden door de voorzichtige opstelling van de overheid afgeremd, zo stelt het rapport. Van Vught: ,,Het beschikbare geld gaat meestal naar bedrijven die al tenminste vijf jaar winst maken, en een flinke omzet hebben. Kleine, innovatieve bedrijven vallen buiten de boot.''

Ook werken de verschillende ministeries te veel langs elkaar heen, aldus het rapport. De werkgroep stelt daarom voor om voor vijf gebieden (vergrijzing, veiligheid, onderwijs, milieu en mobiliteit) zogeheten Deltabudgetten in te stellen, waarin verschillende departementen samenwerken.

Ministeries zouden daarnaast standaard 2,5 procent van hun budget moeten uittrekken voor innovatie. Dat zou dit jaar een bedrag van 3,4 miljard euro opleveren. Verder stelt de werkgroep voor om te schuiven in de bestedingen van de aardgasbaten, jaarlijks zo'n 2 miljard euro. Van dat bedrag gaat nu 80 procent naar vervoersinfrastructuur. De werkgroep stelt voor dat aandeel in de komende vijf jaar te verlagen naar 50 procent, ten gunste van innovatie en de kenniseconomie.

Het Innovatieplatform is twee jaar geleden opgericht en wordt voorgezeten door premier Balkenende. Nederland heeft zich tot doel gesteld om over vijf jaar tot de meest concurrerende economieën ter wereld te behoren.