`Mijn vader was wel een joodse arts' (Gerectificeerd)

Helga Ruebsamen heeft in interviews gelogen over haar jeugd, beweert haar broer Rolf. De schrijfster blijft bij haar verhaal.

Afgelopen zaterdag publiceerde het Haarlems Dagblad een artikel over de schrijfster Helga Ruebsamen, waarin haar broer Rolf beweert dat zij in interviews een onjuist beeld van haar jeugd heeft gegeven. Haar vader zou geen joodse arts zijn geweest maar een koopman. Bovendien zou het gezin Ruebsamen nooit ondergedoken hebben gezeten, iets wat Helga Ruebsamen (Batavia, 1934) altijd heeft gezegd. Rolf Ruebsamen spreekt het vermoeden uit dat Helga aan `pseudologia phantastica' lijdt, een ziekte waarbij de patiënt fantasieën op een overtuigende manier vertelt.

Vanuit Bergen, waar Ruebsamen werkt aan haar roman De bevrijding, die het vervolg moet vormen op haar succesvolle (150.000 exemplaren) autobiografische boek Het lied en de waarheid (1997), zegt de schrijfster: ,,Ik vind het een Story-verhaal. Ik ben al vijftig jaar gebrouilleerd met mijn broer en ik begrijp niet waarom hij nu naar de media is gestapt.'' Rolf Ruebsamen, die in Duitsland woont, stelt dat zijn vader in Nederlands-Indië ,,een Duitse firma van medische apparatuur'' vertegenwoordigde. ,,Hij was geen arts en zeker niet joods.'' Bovendien was het besluit van het gezin Ruebsamen om in 1939 terug te keren naar Nederland, niet – zoals Helga altijd heeft gezegd – ingegeven door de oorlogsdreiging, maar omdat Rolf ziek werd, aldus Rolf Ruebsamen (1937) zelf.

,,Nieuw in dit verhaal is die ziekte van mijn broer. Ik kijk ervan op,'' reageert Helga Ruebsamen. ,,Wat ik weet is dat wij statenloos dit land zijn binnengekomen. Je moet er rekening mee houden dat mijn broer en ik respectievelijk 3 en 6 jaar oud waren toen de oorlog begon. Onze verschillende visies op wat er is gebeurd baseren we op verhalen van getraumatiseerde familieleden.'' Het fysieke bewijs dat haar broer aandraagt – uit het bevolkingsregister blijkt dat hun vader zich inschreef als koopman, en niet als arts – overtuigt Ruebsamen niet. ,,Ik heb zelf andere informatie tot mijn beschikking. Maar ik wil daar nog niet mee naar buiten treden, omdat ik bezig ben het materiaal te verwerken in mijn nieuwe roman.''

Helga Ruebsamen geeft grif toe dat ze haar vader ,,mooier heeft gemaakt''. ,,Ik heb hem als arts voorgesteld, maar hij heeft nooit gepraktiseerd.'' Het gezin is wel degelijk ondergedoken, zegt ze. ,,Volgens mijn vader zaten we ondergedoken in het hol van de leeuw. Mijn broer zegt dat we vaak in een schuilkelder zaten, maar ik weet bijna zeker dat we daar maar één keer zijn geweest.'' Ruebsamen zal haar versie van het verhaal handhaven ,,totdat er nieuwe harde feiten boven water komen''. ,,Mijn herinneringen zijn schimmig en ik heb de waarheid niet in pacht.'' En: ,,Het verhaal van mijn broer heeft nog minder waarde dan het mijne: hij heeft er geen spannend boek over geschreven.''

De kwestie doet denken aan De geverfde vogel, waarin een joods jongetje zwervend op het Poolse platteland ontsnapt aan de holocaust. Schrijver Jerzy Kosinski zei dat dit zijn eigen geschiedenis was, maar overleefde in werkelijkheid de oorlog als onderduiker. Ruebsamen: ,,Nou, laat mij dan maar de Jerzy Kosinski van de Nederlandse literatuur worden.''

Rectificatie

De kop `Mijn vader was wel een joodse arts' boven het artikel over de schrijfster Helga Ruebsamen (31 mei, pagina 10) wekt een verkeerde suggestie. Ruebsamen verklaarde dat ze in haar roman Het lied en de waarheid haar vader ,,mooier'' heeft gemaakt: ,,Ik heb hem als arts voorgesteld, maar hij heeft nooit gepraktiseerd.''