Maatschappelijke keuzes zijn onvermijdelijk

En weer zijn het de Fransen die de aftrap geven voor grote veranderingen in Europa.

In 1789 zorgden ze ervoor dat na de Franse Revolutie vrijheid, gelijkheid en broederschap de leidende Europese beginselen konden worden. Het revolutiejaar 1848, dat in Parijs begon, hielp de na de Napoleontische tijd gerestaureerde oude regimes om zeep. Vervolgens konden in veel Europese landen de parlementaire democratieën ontstaan.

De studentenopstand die in 1968 van Parijs naar vrijwel alle Europese hoofdsteden oversloeg, dwong de heersende politieke klassen om gebruiken en gewoonten uit het interbellum (1918-1939) los te laten, en eindelijk aan de nieuwe tijd te beginnen: open, democratisch, Europees.

En nu in 2005 voelen de Fransen opnieuw feilloos als eersten aan dat grote maatschappelijke keuzes onvermijdelijk zijn. Niet alleen voor Frankrijk, maar óók zoals in 1789, 1848 en 1968 voor Europa. Keuzes tussen alleen een economisch Europa (waarbij het er weinig toe doet wie er allemaal lid van is) of ook een politiek Europa. Tussen een neoliberaal vrije markt-Europa of een sociaal Europa. Tussen een Europa mét of zonder een Europese identiteit.

De antwoorden op deze vragen zijn wederom essentieel voor de ontwikkelingsrichting van Europa. Ze moeten dus niet alleen gesteld maar ook beantwoord worden. Daar kunnen jaren mee gemoeid zijn, maar dat is niet erg. De politieke elites behoren niet alléén (of samen met de top van het internationale bedrijfsleven) genoemde keuzes te maken.

Wat Europa onderscheidt van de rest van de wereld over eeuwen is de sterke en brede intelligentsia. Die heeft zich in Frankrijk duidelijk laten horen. Gelukkig maar voor Europa. Immers heeft in een ideale staat, in de woorden van Socrates en Plato, het intellect de politieke macht.