Legio verliezers en één winnaar

Morgenmiddag trekt een legertje van naar verwachting 300 nee-zeggers van het Haagse Malieveld naar het Binnenhof. Nee, geen tegenstanders van de Europese Grondwet, het betreft een demonstratie van gedupeerde Legio Lease-beleggers die hun geld terug willen van Dexia Bank Nederland. Zij zijn tegen het vorige maand door Wim Duisenberg gepresenteerde schikkingsvoorstel, dat vooral sanering van restschulden regelt. Hangende de bemiddelingspoging van de voormalige ECB-president werden alle door slachtoffers aangespannen rechtszaken aangehouden. Het Platform Aandelen Lease, dat de demonstratie organiseert, eist dat die zaken worden hervat.

Dexia hoopt dat de rest van de ruim 350.000 beleggers die via Legio Lease met geleend geld in aandelen stapten wel met het compromis akkoord gaan en dat daarmee de schade van de al jaren voortslepende affaire tot ruim 1 miljard euro beperkt blijft. De inzet van individuele rechtszaken gaat immers veel verder dan het voorstel van Duisenberg. Sommige gedupeerden eisen ook hun inleg terug.

De schadepost van het avontuur in Nederland overstijgt bij de Frans-Belgische Dexia sowieso al dat begrote miljard. In maart 2000 kocht Dexia Legio Lease-moeder Labouchère. Kosten: 900 miljoen euro. Een jaar later volgde de overname van zakenbank Kempen & Co. De investering van ruim 1 miljard euro verschrompelde snel. Eind vorig jaar werd Kempen weer verzelfstandigd toen het management met hulp van investeringsmaatschappijen de boedel opkocht voor, naar schatting, 85 miljoen euro. Een rendement van minus 92 procent.

Toch is er ook een winnaar aan te wijzen in het Legio Lease-drama. Dat is de man die als geestelijk vader van de aandelenleaseconstructie zijn sporen heeft verdiend – en zijn miljoenen. Piet Bloemink, 61 jaar nu, verkocht in 1996 zijn beleggingsdienst voor de massa aan Labouchère en werd daar rijk mee. Schattingen van de opbrengst lopen in de tientallen miljoenen – toen nog – guldens.

Bloemink, in het conflict tussen Dexia en beleggers geen partij, leidt sindsdien een onopvallend bestaan in een Zuid-Hollandse badplaats. In zijn vrije tijd, hoe kan het anders, belegt hij niet onverdienstelijk. Het zichtbare vermogen in zijn privé-beleggingsmaatschappij groeide in de periode 1996-2003 van 8,3 miljoen naar 12,6 miljoen euro, een rendement van ruim 50 procent. Bloemink gaf zijn investeringsvehikel een naam mee die zowel de gedupeerde Legio Lease-klanten als Dexia hadden kunnen bedenken: Zeldenrust BV.