Intelligent design en evolutietheorie

Hoe achterlijk Nederland is geworden, blijkt uit het voorstel van minister Van der Hoeven om een academische (nota bene) discussie te starten over de vraag of er niet ,,nieuwe dingen'' ontdekt kunnen worden achter de evolutie, waarmee zij een goddelijke scheppingsact bedoelt. Aristoteles zou bij zo'n kwestie reageren: je gaat toch niet discussiëren over de vraag of sneeuw wit is.

Hoe is het toch mogelijk dat een gezagspersoon van de hoogste orde in ons bestel zich dermate vergaloppeert, niet alleen met een overschrijding van haar bevoegdheid en takenpakket maar bovendien in dat buitengebied een stap zet die van de grootste onnozelheid getuigt.

Wetenschappelijke constructies zijn op geen enkele manier in verband te brengen met primitieve geloofsvoorstellingen. Geen nood, dat doen we toch, denkt zij. We hebben het voor het zeggen. We nemen gewoon een Engelse term en suggereren daarmee bij de tijd te zijn. `Intelligent design' zou wel eens een nieuwe mijlpaal kunnen zijn in ons denken. Geld genoeg om daarover een hoorzitting met wetenschappers en aanhangers van een scheppingsgedachte te organiseren. Alsof verlichte filosofen, voor de verandering noem ik hier maar eens Hume naast Spinoza, niet reeds eeuwen geleden het argument van de wonderlijke orde in de natuur naar de prullenmand hebben verwezen.

Hoe regressief Nederland opereert, blijkt ook uit de schaapachtig tamme commentaren van de woordvoerders van de drie grote partijen en uit het `toelichtende' artikel van de redactie. Sander Voormolen (NRC Handelsblad, 23 mei) onderstreept weliswaar de ongelijkwaardigheid en derhalve de onvergelijkbaarheid van de ,,evolutietheorie en de theorie van intelligent design'' (wat een eer om dan toch maar de kwalificatie `theorie' te mogen delen!), maar meent dat het geen kwaad kan om de evolutie aan het toeval toe te schrijven.

Wie dat doet tovert niet minder een oplossing uit de hoge hoed dan wie er een Schepper bijhaalt. Hij kan het woord dan ook maar beter meteen met een hoofdletter schrijven als Toeval, zoals de Griekse tragici deden met Tuchè. Van toeval kan natuurlijk geen sprake zijn. Hoe de oneindige natuur zich ook ontwikkeld heeft, zich ontwikkelt en in de toekomst uitpakt, één ding weten wij met absolute zekerheid: dat alles super wetmatig geschiedt.

Een totaal andere zaak is het of die wetmatigheden ons bekend zijn. Dat is natuurlijk slechts fractioneel het geval. Als je dat toeval wilt noemen, benoem je op zijn hoogst de gebrekkigheid van onze kennis.