Frans-Duitse as is verbond van verliezers

Het Franse nee tegen de Europese Grondwet heeft de beperkingen aangetoond van Frans-Duitse samenwerking, die in het verleden een voorwaarde was voor Europese ontwikkeling.

Het was een fraaie demonstratie van Frans-Duitse samenwerking. Kanselier Gerhard Schröder en vice-kanselier Joschka Fischer op campagne in Frankrijk. Samen sterk voor de Europese grondwet. De timing van de optredens illustreert hoe groot het gebaar van Duitse zijde was. Fischer reisde herhaaldelijk naar Frankrijk terwijl in Noordrijn-Westfalen een cruciale verkiezingscampagne werd gevoerd. Schröder toog naar Toulouse, vlak nadat hij de Duitse politiek onder stroom had gezet met de aankondiging van vervroegde verkiezingen. Jacques en de Grondwet hadden een hoge prioriteit.

De Fransen hebben met hun `non' een en ander overhoop gehaald. Een Franse regering. En, mogelijk, een Europees project. Ze hebben óók de beperkingen aangetoond van de Frans-Duitse as, die bijna mythische kransslagader van de Europese eenwording.

De as is op de eerste plaats een machtspolitiek verbond. In de Europese Unie valt het raderwerk snel stil als de twee groten samen tegen zijn. Grote sprongen voorwaarts zijn in de Unie alleen denkbaar met de steun van Parijs én Berlijn.

De as is ook een belofte: duurzame samenwerking tussen erfvijanden van weleer. De Duitsers zochten na de oorlog rehabilitatie en vonden die in de Europese eenwording. De Fransen zochten politieke macht en economische bescherming en vonden die in een sterk Europa. Hun verbond garandeerde vrede.

De as heeft nu zowel een personeel als een ideologisch probleem. Parijs en Berlijn kampen met een politieke crisis. Bovendien gelooft de Franse bevolking niet meer dat de nadelen van Europa weggestreept kunnen worden tegen de voordelen. Basisvoorwaarde voor een functionele as is dat de regeringen in beide hoofdsteden handelingsbekwaam zijn. In Berlijn regeert nu een demissionaire kanselier. Gerhard Schröder wordt weliswaar niet zo genoemd, maar met het oog op de verkiezingen kan hij niet méér doen dan op de winkel passen. In Parijs vecht een president sinds zondagavond tegen de derde afstraffing door de kiezer in korte tijd. De befaamde as is – in elk geval tijdelijk – een verbond van verliezers.

In Frankrijk sleutelt president Chirac koortsachtig aan een nieuw kabinet. Met nieuwe ministers zal op zijn minst de schijn worden gewekt dat de republiek weer bestuurd wordt, ook al blijft Frankrijk nog even zitten met een gebutste president. Méér Europa valt van Frankrijk voorlopig niet te verwachten.

In Duitsland zal de interim-fase duren tot september of oktober. Of Gerhard Schröder krijgt dan een nieuw mandaat (het onwaarschijnlijke scenario) of Angela Merkel, CDU, neemt dan de macht over (een meer waarschijnlijker scenario).

Merkels CDU is pro Europa. Maar ze is tegen de toetreding van Turkije. Een kanselier Merkel zal niet snel terugkomen op internationale verplichtingen die de regering-Schröder is aangegaan, maar ze zal de kwestie Turkije ook niet snel laten rusten. Zeker niet nu de Fransen hebben laten weten dat Merkel niet alleen staat.

Machtswisselingen in een van beide hoofdsteden zorgen altijd voor ruis op de lijn Berlijn-Parijs. Eind jaren negentig duurde het geruime tijd voordat de Franse elite inzag dat Duitsland méér was dan Helmut Kohl en dat met de nieuwe man Schröder ook zaken gedaan konden worden. Gezamenlijke belangen dreven Schröder en Chirac uiteindelijk in elkaars armen. Samen tegen de oorlog in Irak – én tegen de VS. Samen tegen al te strikte uitleg van het Stabliliteitspact. Samen vóór toetredingsonderhandelingen met Turkije. Samen vóór de grondwet, die in Duitsland inmiddels geratificeerd is.

In het conflict met de VS moesten Schröder en Chirac al leren dat Duitsland en Frankrijk geen alleenheersers meer zijn in de grotere Europese Unie. Het `nieuwe Europa' maakte daar geen geheim van. Zondag hebben ze geleerd dat ook `hun' project niet meer zo vanzelfspreekt. Het vredesdividend van de Frans-Duitse samenwerking weegt, 60 jaar na het einde van de oorlog, niet meer op tegen angst voor werkloosheid en de onoverzichtelijkheid van een almaar uitdijend Europa. Een Europa, dat ook nog eens liberaal is in economische zin. De Europese vrede is al lang vanzelfsprekend, de plombier polonais is dat nog niet. De regeringsleiders in Parijs en Berlijn zullen vroeg of laat wel weer tot elkaar vinden, maar hun as moet nieuwe antwoorden vinden op nieuwe vragen.