Frankrijks `non' geeft Nederland wat lucht

Na het Franse `nee' staat Nederland bij een afwijzing van de Grondwet in elk geval niet alleen `voor gek'. Maar voor het overige zijn de gevolgen nog ongewis.

Het kon natuurlijk niet hardop gezegd worden, maar afgelopen zondagavond is er zowel door politici in Den Haag als door Nederlandse ambtenaren in Brussel opgelucht ademgehaald na het bekendworden van het Franse nee tegen de Europese Grondwet. Nederland staat dus niet alleen, als een meerderheid van de kiezers zich morgen tegen het zo veelbesproken verdrag uitspreekt. Het verdrag dat Europa beter bestuurbaar en doorzichtiger moet maken.

Dat de kans op een afwijzing groot is, bevestigen ook de meest recente peilingen. Nederland lijkt zelfs nog krachtiger nee te gaan stemmen dan Frankrijk. Maar belangrijker is dat het haast niet meer te keren nee in Nederland in de schaduw blijft Franse afwijzing. En dat betekent toch een heel andere positie, dan die waar de direct betrokken Nederlanders twee weken geleden even voor vreesden.

Dat was het moment dat in Frankrijk de voorstanders van de Europese Grondwet opeens de wind in de rug kregen en voor het eerst sinds maanden de kans op een instemming reëel aanwezig was. Onmiddellijk verplaatste de aandacht zich naar Nederland waar zich een tot dat moment door het buitenland nauwelijks opgemerkte meerderheid tegen de Europese Grondwet aftekende.

,,Vergeet de Nederlanders niet'', schreef onderzoeker Daniel Keohane van het Britse Centre for European Reform. En in Brussel kregen Nederlandse ambtenaren en europarlementariërs plotseling te maken met buitengewone belangstelling voor hun land. Wat er toch nu weer aan de hand was bij die medeoprichter van wat nu de Europese Unie is. ,,Ik word er constant op aangesproken'', verzuchtte een diplomaat toen.

Na de uitspraak van de Franse kiezers staat Nederland bij een afwijzing niet meer – in de woorden van premier Balkenende – alleen ,,voor gek''. Dat maakt het toekomstbeeld wat minder somber. Op recalcitrante kleine landen kunnen de overige EU-landen forse druk uitoefenen. Dat hebben Denemarken (in 1992) en Ierland (in 2001) gemerkt, toen hun bevolkingen per referendum een EU-verdrag afwezen. Ze deden even niet mee voor de anderen. Maar als dat kleine land zich in het gezelschap zou bevinden van Frankrijk verandert dat het beeld, aldus de analyse in Brussel. Bovendien zorgen beide landen voor dezelfde onontwarbare knoop: het nee-kamp is in Frankrijk net zo divers samengesteld als in Nederland. Dit niet eenduidige nee is volgens roulerend EU-voorzitter Jean-Claude Juncker een van de redenen die heronderhandelingen onmogelijk maken.

De belangrijkste vraag op korte termijn is wat een mogelijke afwijzing van de Grondwet voor de informele positie van Nederland binnen de Unie zou betekenen. Die had eerder een forse deuk opgelopen na de turbulente politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in het Fortuynjaar 2002. Er werd minder naar Nederland geluisterd en veel meer over Nederland gesproken. Maar dat Nederland al weer kort daarna serieus werd genomen, bleek vorig jaar toen de EU-regeringsleiders zowel Wim Kok als Gijs de Vries belangrijke Europese functies toewezen.

Minister Gerrit Zalm van Financiën waarschuwde er gisteren voor dat de Nederlandse positie in de actuele onderhandelingen over de Europese begroting na een afwijzing van de Grondwet onder druk kan komen te staan. Nederland hamert als relatief grootste contribuant van de Unie al jaren op lagere afdrachten aan Brussel. Het was de bedoeling dat Nederland bij de nu lopende besprekingen over de Europese begroting 2007-2013 tegemoet zou worden gekomen.

De Zweedse Karin Gilland, verbonden aan de Universiteit van Bern, noemt het van doorslaggevend belang voor de verdere gang van zaken dat Frankrijk bij de tegenstanders zit. ,,Kleine landen kunnen op hun eentje nooit zaken veranderen. In de Europese Unie is iedereen dan wel gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen'', zegt zij vanuit Bern. Gilland deed onderzoek naar de gevolgen van de Ierse afwijzing (in 2001) van het Verdrag van Nice. Tot echte heronderhandelingen heeft het toen niet geleid. ,,Dat was absoluut niet mogelijk voor een klein land als Ierland'', zegt zij.

Terwijl `Nice' intact bleef – Gilland: ,,Er is niets aan veranderd!'' – werden enkele aanvullende teksten ten behoeve van het Ierse thuisfront geproduceerd. Op basis hiervan kon de Ierse regering de zaak nog eens voorleggen aan de bevolking. Die stemde vervolgens in ruime meerderheid voor. Niet omdat de oorspronkelijke nee-stemmers zich hadden laten overtuigen, maar louter omdat de voorstanders de tweede keer in veel grotere getale kwamen opdagen, zo bleek uit de studie van Gilland.

Of het opnieuw tot een tweede referendum zal komen in de tegenstemmende landen is nog ongewis. Daarvoor is de situatie nu te complex. Al was het alleen maar omdat na Nederland nog veertien andere EU-landen een oordeel moeten vellen. Bij nog minstens zes lidstaten zal dat ook met een volksraadpleging gepaard gaan.

Een ding is wel duidelijk. Voor Frankrijk zal morgen de spiegelbeeldige situatie gelden als voor Nederland afgelopen zondag. Mocht het alom voorspelde `nee' morgenavond een feit worden, dan kunnen de Fransen op hun beurt opgelucht vaststellen dat ze in elk geval niet alleen staan in Europa. Met dank aan Nederland.