Een groot offensief om daadkracht te tonen

De Iraakse regering heeft zondag een groot offensief gelanceerd om de hoofdstad Bagdad te zuiveren van rebellen. Zij moet daadkracht tonen nu het geweld hoog is opgelaaid.

Deze maand zijn in Irak 599 Iraakse burgers bij aanslagen gedood evenals 231 Iraakse politiemannen en soldaten, aldus de telling van de particuliere organisatie Iraq Coalition Casualties. Dat is een van de hoogste maandtotalen sinds het begin van de oorlog in Irak in maart 2003. Verder sneuvelden er 72 Amerikaanse militairen, het hoogste aantal sinds januari. Een ander cijfer, van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken: in Bagdad werden tussen 15 april en 25 mei 118 autobomaanslagen gepleegd. Nog eens 13 autobommen werden ontmanteld voor ze explodeerden.

Het zo hoog oplaaien van het geweld vormt de achtergrond van het grote offensief in Bagdad dat de Iraakse regering donderdag aankondigde en zondag min of meer lanceerde. De regering wil het initiatief weer naar zich toe trekken, zo deelde de shi'itische premier Ibrahim Jaafari mee. In totaal 40.000 politieagenten en militairen gaan met de steun van de 10.000 Amerikaanse militairen in Bagdad de stad van de omgeving afgrendelen en op opstandelingen doorzoeken, voegden de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie eraan toe. Het is de bedoeling dat `Operatie Bliksemschicht' vervolgens naar andere plaatsen wordt uitgebreid.

Wordt dit de genadeslag voor de rebellen? In en buiten Irak wordt er sterk aan getwijfeld. Misschien met uitzondering van de aanval op Falluja, het sunnitische rebellenbolwerk waarvan in november eerst alle inwoners werden weggestuurd waarna in een genadeloze Amerikaanse operatie de opstandelingen een voor een werden uitgerookt, heeft tot dusverre geen enkel offensief duurzaam effect gehad. Dat wil zeggen dat de rebellen tijdelijk uitweken en na afloop langzaam maar zeker terugdruppelden. En dat waren Amerikaanse operaties.

De ervaring heeft geleerd dat de Iraakse politie- en legereenheden nog steeds weinig betrouwbaar zijn, op enkele speciale eenheden na. De laatste zijn samengesteld uit ex-militairen van het bewind van Saddam Hussein en goed getraind. Maar juist omdat dit ex-soldaten van het Ba'athregime zijn, worden zij gewantrouwd door de nieuwe, door religieuze shi'ieten gedomineerde regering. De shi'ieten moeten niets hebben van Ba'athrestanten. Er gaan stemmen op deze eenheden te ontbinden.

Afgezien daarvan is het de vraag of de autoriteiten wel beschikken over 40.000 agenten en soldaten zonder de garnizoenen elders in het land te kannibaliseren. Volgens The New York Times zijn er volgens de laatste Amerikaanse cijfers nauwelijks 30.000 man beschikbaar in de hele provincie Bagdad.

Van het begin af aan zijn de Iraakse veiligheidsdiensten een belangrijk deel van het probleem geweest. Paul Bremer, hoogste Amerikaanse bestuurder tot de soevereiniteitsoverdracht eind mei 2004, stuurde in het kader van de de-ba'athificering leger en politie naar huis en begon in razend tempo nieuwe ordebewakers op te leiden. Er werden er inderdaad veel opgeleid, maar de kwaliteit was droevig: veel eenheden waren door rebellen geïnfiltreerd of deserteerden zodra ze werden aangevallen.

Eind maart gaf schout-bij-nacht William Sullivan nog in het Congres toe dat het Pentagon het totale aantal Iraakse manschappen op dat moment weliswaar op 142.000 schatte, maar dat van hen permanent tienduizenden zonder verlof afwezig waren. Bovendien hadden tienduizenden politiemannen niet meer dan drie weken opleiding achter de rug. Er is geen sprake van dat de situatie in de afgelopen twee maanden structureel is verbeterd.

Tot er bewijs van het tegendeel is, is het huidige offensief dan ook niet veel meer dan een inspanning om de bevolking te laten zien dat de nieuwe regering echt alles in het werk stelt om de rebellen eronder te krijgen. Het heeft de verkiezingsoverwinnaars, de shi'ieten en de Koerden (de gemarginaliseerde sunnieten, achterban van de rebellen, meden immers de stembureaus), drie maanden gekost om een regering te vormen. Dat heeft het imago van het bewind geen goed gedaan. In de perceptie van veel Irakezen hebben de rebellen van dit gezagsvacuüm geprofiteerd om zich te versterken.

Volgens The Washington Post heeft de hoogste Amerikaanse commandant in Irak, generaal George Casey, twee weken geleden zware druk op premier Jaafari uitgeoefend om harde actie tegen de opstandelingen te ondernemen. Niet zozeer wat de regering zou doen was belangrijk, aldus een militaire zegsman tegen de krant, als wel dat de bevolking de indruk zou krijgen dat zij iets deed. Een regering die als besluiteloos overkomt, is onder de omstandigheden een recept voor een ramp. Bijvoorbeeld een burgeroorlog: er zijn steeds meer tekenen dat shi'itische milities het recht in eigen hand nemen.

In het kader van de nieuwe daadkracht past ook de reeks doodstraffen die de afgelopen dagen is uitgesproken tegen vermeende rebellen, onder wie een ex-kapitein uit Saddam Husseins leger. De doodstraf was in augustus 2004 heringevoerd, maar niet toegepast. Tien dagen geleden wees minister van Binnenlandse Zaken Baqir Solagh er echter op dat zij ,,nog van kracht was'' en met ,,vastberadenheid'' zou worden toegepast. De volgende dag werden drie doodvonnissen uitgesproken.

Ten aanzien van de rebellen wordt druk gespeculeerd over de toestand van de Jordaanse terroristenleider Abu Musab al-Zarqawi sinds in een verklaring op internet werd gesuggereerd dat hij ernstig was gewond. Inmiddels is er een geluidsband opgedoken waarop een man die zegt Zarqawi te zijn zijn luisteraars verzekert dat hij slechts lichte verwondingen had opgelopen, ,,God zij dank'', en terug was in de strijd.

Maar zou het een doorbraak zijn als hij zou worden uitgeschakeld? Indertijd werd ook hoopvol gespeculeerd dat de opstand een slag was toegebracht nadat de twee zoons van Saddam Hussein waren gedood en vervolgens na de gevangenneming van Saddam zelf. Maar er veranderde weinig tot niets. Zarqawi's Al-Qaeda organisatie is een van verscheidene groepen die bij het geweld in Irak zijn betrokken – naast aanhangers van Saddam, non-Saddam nationalisten, religieuze extremisten, boze stammen, criminelen enzovoorts. Die verscheidenheid maakt het juist zo moeilijk een einde te maken aan het geweld.