Dubieuze kitsch van Rod Stewart

Als een ware kermisgast prees Rod Stewart gisteravond in een vol Ahoy' zijn attractie aan: ,,We spelen 28 nummers in twee uur en twintig minuten.'' Dat was wel anders in zijn wilde dagen met The Faces, toen je blij mocht zijn als er een chaotische, met whisky doordrenkte set van iets langer dan een uur in zat.

De 60-jarige Rod Stewart is nu op doktersadvies van de blauwe knoop en heeft van alles te verkopen, in tegenstelling tot de losbol van begin jaren zeventig die er maar wat op los musiceerde en blonde bimbo's verzamelde. Allereerst brengt hij zijn geschiedenis als rocker aan de man, van Maggie May tot Do you think I'm sexy? Daarnaast is hij de romantische balladezanger van Sailing en de liefdevolle vertolker van Sam Cooke-klassiekers, met schuurpapieren stembanden die hooguit wat vlakker zijn gaan klinken.

Aan zijn veertigjarige carrière als rocker van het volk knoopte `Rod the Mod' een lucratief staartje met de drie cd's die hij onder de titel The Great American Songbook liet verschijnen. Daarop nam hij de succesrijke stap om zich te wagen aan het standaardrepertoire van songschrijvers als Rodgers & Hart en George & Ira Gershwin. Vooral Amerikanen vréten zijn orkestrale edelkitsch, die nog honderd keer platter klinkt dan vergelijkbare platen van George Michael en Robbie Williams.

In zijn uitbundige show schitterde Rod Stewart vooral in minder bekende nummers als You wear it well en de Tim Hardin-cover Reason to believe, een voorbeeld van zijn talent voor het naar zijn hand zetten van nummers van anderen. Stewart verdient respect om de professionele manier waarop hij iedereen bij de actie betrok, of hij nu voetballen de zaal in trapte of brede gebaren maakte naar de achterste rijen.

Dubieus werd het pas na de pauze, toen een nachtclubdecor en oude zwart-witbeelden van Humphrey Bogart uit Casablanca de orkestversies van As time goes by en Louis Armstrongs What a wonderful world een authentiek randje moesten geven. De van nature schorre Stewart heeft de meest onmogelijke stem om standards als Blue moon en Bewitched, bothered and bewildered geloofwaardig te brengen, zeker in zijn potsierlijke rokkostuum onder het geblondeerde bloempotkapsel. Het bleef kitsch, mede dankzij de ingehuurde orkestleden uit Praag en de valse glimlach van de Hollywood-violiste die ook de mandolinepartij uit Maggy May foutloos uit haar mouw schudde. Bij elkaar leek het op een slagroomtaart die er prachtig uitzag en waarvan de eerste happen lekker waren, maar die onder de buitenkant met gips bleek gevuld.

Concert: Rod Stewart. Gehoord: 30/5 Ahoy', Rotterdam.