Daar heb je dat eeuwige model van Keynes weer

Vwo-leerlingen met economie als eindexamen-vak leren niets over ondernemerschap. Op verzoek van deze krant schrijven vier scholieren over hun examens.

Maar één op de tien studenten wordt ondernemer, zei onze staatssecretaris van Economische Zaken vorige week. Dat moeten en kunnen er veel meer zijn. En dus pleitte ze voor de invoering van het vak `ondernemen' in het middelbaar en hoger onderwijs. Wijze woorden.

Want het vak economie laat het ondernemerschap volledig links liggen. Grofweg bestaat vijftig procent van de stof uit algemene kennis op economisch gebied, zoals wisselkoersbeleid, belastingstelsels, anti- en pro-cyclisch beleid. Prima. Maar de andere helft is een niet eens veredelde vorm van wiskunde, en kan beter vandaag dan morgen vervangen worden door iets zinvols (hint: ondernemen?). Voor wiskunde is het vak wiskunde uitgevonden.

In ons economieboek twijfelt een cafébaas of hij één of twee extra serveersters aan zal nemen. Op zich een interessant vraagstuk: hij kan vooraf niet precies inschatten of de serveersters meer geld in het laatje zullen brengen dan zij kosten. Maar het economieboek denkt daar anders over. Simpelweg wordt gegeven dat één extra medewerker 250 euro per week oplevert, en twee nieuwe aanwinsten 560 euro op weekbasis. Opbrengsten minus kosten, klaar. Ondernemen was nog nooit zo simpel.

De kunst van ondernemen is het nemen van de juiste beslissingen op het juiste moment. Dat is geen wiskunde, hoe graag het vak economie me dat ook wil laten geloven. Er zijn geen regels voor, en het is daardoor misschien moeilijk onderwijsbaar, maar daarom niet minder essentieel. Mijn kennis op het gebied van ondernemen reikt niet verder dan dat bij een eenmanszaak en bij een Vennootschap Onder Firma de eigenaars ook privé aansprakelijk zijn, en dat dat bij een BV en een NV niet het geval is.

Ook op het examen van gisteren geen woord over ondernemers. Wel moesten we wisselkoersbeleid verklaren, grafieken over werkloosheidsuitkeringen in verschillende landen analyseren en een betoog schrijven over een gespannen arbeidsmarkt die minder gespannen diende te worden door een verlaging van de inkomstenbelasting. Daarnaast moesten er sigaretten-

accijnzen en indexcijfers worden berekend en kwam dat eeuwige model van Keynes weer voorbij. Een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid (lees: in de praktijk onbruikbaar) maar steevast opdoemend in de natte dromen van de economieleraren. En dus ook in de examens.

Na een uur of tweeënhalf was ik klaar met betogen, beredeneren en berekenen. Eitje, vond ik. Kut, vond de rest. Zwaar kut, vind ik nu.

Het antwoordmodel bleek niet bepaald overeen te komen met wat ik had ingevuld. Vooral bij de vragen waarin níet gerekend werd scoorde ik dramatisch. Nivellerend verwisseld met denivellerend, dat soort grappen. Ik had een acht voor mezelf in gedachten, maar mag m'n handjes dichtknijpen als het nog een zes wordt. De enige reden waarom ik nog in de buurt van een voldoende kom is de aanwezigheid van rekenvragen, met het model van Keynes als absolute uitschieter.

Bij nader inzien best oké, dat model van Keynes. Net als die rekenvraagjes. En ach, ondernemen... Nergens voor nodig.