Zendeling van het Europese Woord

Mochten de Nederlandse kiezers deze week de Europese Grondwet afwijzen, dan zal het niet aan de inzet van Atzo Nicoloaï gelegen hebben. De staatssecretaris van Europese Zaken trekt als zendeling door het land om de Grondwet te verkopen. Nicolaï geldt als een politieke `dealmaker', maar de spanning met minister Bot (Buitenlandse Zaken) en premier Balkenende is vaak voelbaar.

De ruiten van de `Grondwetstram' waarmee staatssecretaris Atzo Nicolaï van Europese Zaken door Den Haag rijdt, zijn al spoedig beslagen, zodat de een uur durende activiteit een naar binnen gericht karakter krijgt. Het is 2 mei en formeel begint het kabinet hier in de stromende regen de officiële campagne voor de Europese Grondwet. ,,Zelf ben ik al een paar maanden bezig in zalen in het land, dus voor mij persoonlijk is het niet het begin van de campagne'', zegt Nicolaï, de enige bewindspersoon aan boord. Inderdaad is het aan zijn toespraak, via de intercom van de tram, te horen dat zijn warme, maar ook enigszins vlakke stem al menig argument tegen de Europese Grondwet heeft weerlegd. ,,Koninginnedag zal in een samenwerkend Europa steeds belangrijker worden'', zegt hij bijvoorbeeld, gevraagd naar de risico's voor de Nederlandse eigenheid. Het gehoor voor deze uitspraken bestaat, de journalistiek daargelaten, grotendeels uit opgetrommelde studenten.

Op deze dag een maand geleden is Nicolaï (45) van de leden van het kabinet nog steeds de voornaamste woordvoerder bij de verdediging van de Grondwet andere ministers houden zich buiten de campagnes en debatten. Nicolaï was aanvankelijk geen voorstander van het referendum, dat later gesteund werd door zijn eigen partij, de VVD: ,,de kans is groot dat het al snel over Europa in het algemeen zal gaan of, erger nog, over het kabinet-Balkenende en de bezuinigingen'', waarschuwde hij in oktober 2003.

Sindsdien lijkt hij enigszins tot andere gedachten gekomen. ,,Ik ben een overtuigd voorstander van andere en directere vormen van democratie'', verklaart hij thans. ,,Als het `nee' wordt, zal het aan Atzo niet gelegen hebben, zijn inzet is onberispelijk'', vindt de GroenLinks-europarlementariër Joost Lagendijk. VVD-kamerlid Hans van Baalen stemt in: ,,Nicolaï is de organisator en de kwartiermaker van de kabinetscampagne'', meent hij. ,,Om niet te zeggen dat hij eigenlijk de enige is die echt campagne heeft gevoerd''. Het is sterk de vraag, of de volgens een Haagse bron door Nicolaï verrichte `zendingsarbeid' over de noodzaak van campagne bij de andere leden van het kabinet erg veel invloed heeft gehad.

De energieke verdediging van minister Zalm tegen aantijgingen over de verkwanseling van de gulden voor de euro zo energiek dat dit thema sterk de aandacht trok was zeker niet Nicolaï's idee, en evenmin de klacht van enkele ministers dat de burgers niet goed begrepen waar het bij het referendum over ging, of dat ze in dat geval beter thuis konden blijven. ,,Er is aan de kant van het kabinet geen doorzettingsmacht'', meent een kenner van de Haagse politiek die anoniem wil blijven. ,,Aan de ambtelijke kant is er niemand die zijn zin kan doorzetten, en ook Nicolaï heeft die macht niet''.

Hoe de campagne er uit had kunnen zien, wanneer Nicolaï wél zijn zin had kunnen doorzetten, is diezelfde 2 mei te zien wanneer de staatssecretaris een politiek café in het Noordhollandse Laren toespreekt. Het gehoor van voornamelijk uit de VVD-hoek stelt talrijke vragen die formeel gezien op 1 juni niet aan de kiezersgunst onderworpen zijn: de massale komst van Turken na een eventuele toetreding van dit land tot de Europese Unie bijvoorbeeld. Nicolaï gaat daar uitvoerig op in van hem geen belerende opmerkingen, dat dit onderwerp bij het referendum niet aan de orde is. Dat is bewust, legt hij later uit. Hij vindt het begrijpelijk dat burgers zich gerechtigd voelen om een oordeel uit te spreken over Europa in het algemeen, niet alleen maar over een verdragstekst. ,,Wat er ook uitkomt bij het referendum, ik ga door met debatteren. De les is nu al, dat er over Europa meer discussie moet zijn''.

Te lang, meent hij, hebben de burgers het gevoel gehad dat Europa over hun hoofd heen werd geregeld een houding van de overheid die nu het `nee'-sentiment voedt. Willem Bos, de onvermoeibare campaigner van `Grondwet Nee', kan zich behoorlijk ergeren aan dit argument: ,,Het is natuurlijk heel lief van de staatssecretaris dat hij zoveel begrip heeft voor de nee-stemmers, maar volgens mij zou hij meer de inhoudelijke discussie moeten aangaan''.

,,Atzo is geen showman'', meent de Amsterdamse hoogleraar planologie Peter Tordoir, over zijn `beste vriend'. ,,Hij is eerder een intellectueel die nadenkt'', zoals ze als studenten deden, over filosofie met name. Saai is hij niet, voor wie hem nader kent. Nicolaï houdt er een gevaarlijke hobby op na: alpinisme. Sinds 1994, kort na de geboorte van zijn eerste van drie kinderen, doet Nicolaï het echter kalmer aan in de bergen. Bij een gevaarlijke stap waarbij zekering niet mogelijk was, besefte hij voor het eerst echt, dat er een jong wezen van hem afhankelijk was. Zijn meer rustige hobbies blijven over: klarinetspelen (met les), pianospelen (zonder les, naar eigen zeggen `op het niveau van een tweederangs barpianist), amateur-ornithologie.

Ook zijn beroepscarrière kun je bezwaarlijk saai noemen. ,,Ik heb meerdere levens'', zegt hij zelf over het feit dat hij eerst een hoge ambtenaar in de cultuursector was: zeven jaar algemeen secretaris van achtereenvolgens de Raad voor de kunst en de Raad voor Cultuur. In die functies had hij een zware stem in de verdeling van kunstsubsidies, en kreeg het bij macht behorende respect.

Zulke vanzelfsprekendheden vervielen toen Nicolaï in 1998 gehoor gaf aan de oproep van de toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein, na al die jaren van kritiek op de manier waarop de politiek met cultuur omging, nu eindelijk eens zélf de politiek in te gaan. In de zaaltjes waar het aspirant-kamerlid Nicolaï zich waar moest maken, kende niemand hem. Zijn ervaringen met de VVD (lid sinds 1994) beperkten zich tot een jarenlang lidmaatschap van de jongerenbeweging JOVD, waar hij in het blad Driemaster een politieke column had geschreven. In de Kamer kreeg hij naast de hem uit zijn vorige werkkring vertrouwde cultuur en media het woordvoerderschap Justitie. Naar eigen zeggen haalde hij de toenmalige minister van Justitie, Benk Korthals (VVD), regelmatig rechts in met pleidooien voor de algemene identificatieplicht of strenger toezicht op criminele pedofielen zaken waar Korthals rechtstatelijke bezwaren tegen had. Deze herinnert zich dat zelf overigens anders: ,,Nicolaï was wel rechts, maar niet erg rechts. Het heeft ook nooit tot problemen geleid. Ik zie hem eerder als een linkse VVD'er''.

Bij de vorming van het kabinet Balkenende-I haalde VVD-leider Gerrit Zalm Nicolaï naar het kabinet niet als staatssecretaris van cultuur, zoals iedereen half verwacht had, maar als staatssecretaris van Europese Zaken. Nicolaï had op dat terrein geen ervaring. Ook in relatie tot zijn eigen partij was het al vlug een beetje groentijd: toenmalig VVD-fractieleider Zalm liet het kabinet en Nicolaï weten dat er aan de toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de EU niet te denken viel, zolang deze zo gebrekkig de criteria naleefden. Nicolaï ging in het kabinet in de aanval tegen deze toetreding, die in het Brusselse vergadercircuit sedert lang als een voldongen feit gold: Nederland moest desnoods een veto uitspreken. Dit ongezeggelijke optreden wekte grote woede bij de minister van Buitenlandse zaken, de CDA'er Jaap de Hoop Scheffer, die zelfs de VVD om een vervanger wilde vragen.

Maar de VVD bleek daartoe geenszins bereid. De zaak was misschien nog wel heel hoog opgelopen, opperde Nicolaï zelf onlangs in het liber amicorum voor Europa-veteraan Max Kohnstamm, wanneer in oktober 2003 het kabinet Balkenende-I niet om andere redenen gevallen was: ,,Het demissionaire kabinet kwam wel tot een eensluidend standpunt''. Dat standpunt, en de manier waarop het later bij de onderhandelingen in Brussel tot Europees beleid werd in de vorm van uitzonderingsclausules voor bepaalde beleidsterreinen, vormden een duidelijk succes voor Nicolaï persoonlijk. ,,Ik was het er destijds niet mee eens'', zegt GroenLinks-europarlementariër Lagendijk. ,,Maar achteraf moet ik eerlijk zeggen dat we kunnen laten zien dat er toen naar de burgers geluisterd is''.

In de marge van dit conflict kwam ook de regel tot stand dat de staatssecretaris van Europese zaken, als enige van de staatssecretarissen, bij alle kabinetsvergaderingen aanwezig is, opdat steeds de Europese dimensie van de besluitvorming in het oog blijft.

Of kennis hier ook macht is, blijft de vraag. De staatssecretaris van Europese zaken, die zich in het buitenland minister mag noemen, doet veel werk in het verborgene, bijvoorbeeld in voorbereidende besprekingen te Brussel. De beslissingen worden dan, te zijner tijd door minister Bernard Bot, of premier Balkenende genomen. Niet voor niets wordt Nicolaï 's werk bij sommige EU-staten door een hoge ambtenaar gedaan.

De staatssecretaris is vaker uitvoerder, dan bedenker van het kabinetsbeleid. Dat hoeft lof nog niet uit te sluiten: ,,Meneer Nicolaï heeft een belangrijke, en positieve rol gespeeld bij de kwestie-Buttiglione'', zegt Josep Borrell, voorzitter van het europarlement. Anderen waren daarvan minder gecharmeerd. ,,We understand the situation'' was de zin die in het Europarlement lachsalvo's teweeg bracht, en die aangaf dat EU-voorzitter Nederland tot ergernis van sommige andere lidstaten niet van plan was in te grijpen in het conflict tussen het parlement en de gewraakte Italiaanse eurocommissaris. Het parlement vond de benoeming van de Italiaan onaanvaardbaar, omdat hij conservatief-katholieke uitspraken had gedaan over onder meer homoseksualiteit.

Hoewel openlijke conflicten zijn uitgebleven blijft na het aantreden van de CDA'er Bot als minister van Buitenlandse zaken toch een zekere spanning voelbaar. Nicolaï's voorganger in het ambt, de PvdA'er Dick Bensschop, werkte nauw samen met PvdA-partijgenoot premier Kok, maar in het huidige kabinet zijn het vooral Bot en premier Balkenende die in nauw overleg het Europees beleid vaststellen. Volgens een prominente VVD'er irriteert de CDA-ministers soms dat Nicolaï niet meer kan optreden als `dealmaker' tussen kabinet en VVD-fractie, omdat de VVD-fractie niet voelt voor `klef gedoe'.

Een maal, in oktober 2003, heeft Balkenende Nicolaï publiekelijk tot de orde geroepen, toen deze in een interview met De Telegraaf had gezegd dat Nederland harde actie moest ondernemen om te bereiken dat ons land ophoudt de per hoofd van de bevolking meest aan het EU-budget bijdragende staat te zijn. Desnoods moest Nederland maar met een veto schermen als er geen boekhoudkundig mechanisme in die richting, de zogenaamde `nettobegrenzer' kwam. Het dreigement dat in 2003 de premier te vér ging, is niet van tafel, blijkt op 22 mei middenin de campagne. Een slecht bij stem zijnde Nicolaï (,,ik heb te vaak zonder jas gefolderd'') zit 's avonds laat in een hotelbar in Brussel, na afloop van zijn `gewone' werk, een vergadering van vier uur over de eurobegroting.

,,Elke staatssecretaris begint kritisch, maar wordt op den duur toch weer iemand die het Brusselse spel meespeelt'', heeft PvdA-Europawoordvoerder Frans Timmermans ons gezegd. ,,Nicolaï is al duidelijk milder dan in het begin''. De staatssecretaris bestrijdt dat: ,,Ik heb eerder geleerd hoe hard het spel hier gespeeld wordt, door alle landen. Het is niet nodig in het openbaar met een veto te zwaaien, want iedereen weet dat je het hebt''. Naar zijn zeggen gaat het goed met de Nederlandse inzet ,,het weegt onze kant uit'' maar helaas zal dat pas ná het referendum blijken, als premier Balkenende de nettobegrenzer medio juni op een Europese top zal moeten binnenhalen.

De ochtend na het Franse `nee' is bij Nicolaï die tegen de achtergrond van steeds ongunstiger peilingen de hele maand is doorgegaan met scholen bezoeken, zaaltjes toespreken en folderen de teleurstelling in de stem te horen: ,,Ik hoop dat wij in Nederland nuchterder zijn. Dit is niet goed voor Frankrijk en niet goed voor Europa''. Het kabinet, en ook hijzelf, zullen tot het laatste moment doorgaan met de campagne, zegt hij. Daarna gaat hij trouwens ook door, benadrukt Nicolaï: evenmin als de andere leden van het kabinet is hij van zins uit een onverhoopt `nee' van de Nederlandse kiezer personele consequenties te trekken.

Curriculum Vitae

Atzo Nicolaï is geboren 22 februari 1960 te Delft. Hij woont in Amstelveen.

1980 Gymnasium alfa.

1987 Doctoraalexamens Staats- en Bestuursrecht en Politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

1987 Ambtenaar bij ministerie van WVC.

1990 Algemeen secretaris Raad voor de kunst.

1994 Interim-manager samenvoeging diverse culturele raden.

1995 Algemeen secretaris Raad voor cultuur.

1998 Lid Tweede Kamer voor de VVD.

2002-heden Staatssecretaris Europese Zaken.