Vergelijking met jaren vijftig gaat niet op 1

,,In de jaren vijftig had de burger een helderder kijk op het belang van Europese samenwerking dan nu'', zo betoogt W.H. Weenink op de Opiniepagina van 24 mei. Die burger besefte ook hoe belangrijk het overdragen van bevoegdheden was voor zijn eigen welvaart en voor de toekomst van Nederland. Weenink grondt deze uitspraak met name op de uitslag van een referendum in Delft en Bolsward in 1952 over verdergaande Europese samenwerking, waar meer dan negentig procent van de kiezers `ja' zei tegen Europa en op een enquête in dezelfde periode onder de Nederlandse bevolking, waarvan tweederde zich uitsprak voor de vorming van een Verenigde Staten van Europa.

Bij nadere beschouwing valt op een helderder kijk en op een beter inzicht wel wat af te dingen. Los van het feit dat ruim eenderde van de geënquêteerden op dat moment tegen een Verenigde Staten van Europa was, komt uit Delftse gegevens over het referendum van 1952 een wat genuanceerder beeld naar voren. In samenspraak met de Nederlandse Raad der Europese Beweging zorgde de plaatselijke organisatie in Delft voor een veelomvattende en uitgekiende reclame- en propagandacampagne. Zo wees men de kiezer erop dat heel het binnen- en buitenland over de schouder meekeek. Zou een Delftenaar het in zo'n situatie aandurven om `nee' te zeggen tegen Europa? Hoewel de gehele organisatie van het referendum er in eerste instantie op was gericht om zoveel mogelijk stemgerechtigden te laten opkomen, ademde de hele campagne ook sterk de sfeer van ,,we gaan Europa in, een sterke en welvarende toekomst tegemoet''. In de verkiezingskrant werd er de leuze `Eén Europa of Geen Europa' aan toegevoegd, met andere woorden: een tussenweg was niet mogelijk.

Van veel betekenis voor het geslaagde referendum was ook de brede steun die men verwierf onder de heersende elite en van vrijwel alle maatschappelijke organisaties. In een breed ondertekend Manifest gaven politici, ondernemers, vakbondsfunctionarissen en kerkelijke leiders weliswaar geen direct stemadvies, maar de geest was duidelijk voor, en niet tegen Europa. Een vertegenwoordigster van de vrouwenbeweging in Delft weigerde hierom het Manifest te ondertekenen. Hoewel aanhanger van een federaal Europa verklaarde zij zich tegen de dwingende oproep: een dwingende stemming ,,kan nooit een goed beeld geven van de weerklank van de federale gedachte in ons volk''.