`Taalplan pakt slecht uit voor plattelandsschool'

Het plan om meer geld te geven voor achterstands-leerlingen op het platteland zal averechts uitpakken, denkt onderwijssocioloog Paul Jungbluth.

De kans dat een leerling op de basisschool kinderen ontmoet buiten het eigen sociale milieu neemt gestaag af. De tweedeling komt neer op een groeiend aantal `elite-scholen' en zogenoemde zwarte scholen. Eén groep onttrekt zich aan die segregatie: de blanke kansarmen. Zij raken sinds 1994 juist in toenemende mate verspreid over alle scholen.

Onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Radboud Universiteit Nijmegen signaleert dit in het rapport Trends in Segregatie in het Nederlands basisonderwijs 1994-2002 dat afgelopen vrijdag verscheen. Op diezelfde dag presenteerde minister Van der Hoeven (onderwijs) haar plan om taalachterstand als criterium te gaan hanteren bij de verdeling van extra gelden in het onderwijs. Op dit moment komt het grootste deel van dit budget terecht bij scholen met veel allochtone leerlingen. Van der Hoeven denkt dat haar plan ertoe zal leiden dat er meer geld gaat naar scholen op het platteland, waar een relatief groot deel van de autochtone kinderen eveneens met een taalachterstand kampt.

Van de 1,5 miljoen basisschoolleerlingen worden circa 200.000 beschouwd als autochtone achterstandsleerlingen. Om voor extra geld in aanmerking te komen, moeten scholen nu aantonen dan ten minste 9 procent van hun leerlingpopulatie tot deze groep behoort. Van der Hoeven wil deze grens verlagen tot 6 procent.

Onderwijssocioloog Jungbluth denkt dat het plan van de minister om autochtone achterstandsleerlingen te ondersteunen, niet zal gaan werken. Reden is dat zij geen rekening houdt met een belangrijke ontwikkeling: de fusiegolf van basisscholen op het platteland. Jungbluth: ,,De concentratie van blanke kansarmen neemt daardoor op scholen niet toe, maar af. Leerlingen die vroeger naar een dorpsschool gingen raken door de fusiegolf verspreid over de regio. De kans dat een kind profiteert van het nieuwe beleid neemt door de feitelijke ontwikkeling niet toe, maar af. De nieuwe regeling compenseert dat maar enigszins door de drempel te verlagen. Er zijn weinig basisscholen en Kamerleden die zich dit realiseren.''

Door de lage leerlingdichtheid op het platteland is het vanzelfsprekend dat dorpsscholen verdwijnen, zegt Jungbluth. Om blanke kansarme kinderen toch nog te laten profiteren van het nieuwe beleid moet de regeling worden aangepast, zegt hij. Zelfs de drempel van 6 procent zal nog vaak te hoog zijn. Jungbluth: ,,Schoolbesturen die aanspraak willen maken op extra faciliteiten moeten nu hun aantal kansarme leerlingen tellen. Als 10 van de 100 leerlingen uit een zwak sociaal milieu komt, telt de school mee als een school waar 102,5 leerlingen op zitten. Dat levert de school meer geld op, waardoor er bijvoorbeeld een extra leraar aangetrokken kan worden.'' Bij de berekening van het aantal achterstandskinderen kijkt het ministerie volgens Jungbluth alleen naar het rekenkundige aantal van 2,5 extra leerlingen. Dat zou in het bovenstaande geval ertoe leiden dat de school weliswaar 10 procent achterstandsleerlingen heeft, maar geen geld krijgt omdat ze zogenaamd maar 2,5 procent in deze categorie hebben.

Een schoolbestuur komt in die berekening pas in aanmerking voor extra geld als zo'n kwart van de leerlingpopulatie kansarm is. Jungbluth: ,,Door de fusiegolf haalt geen school dat. Hoewel het beleid tot doel heeft de achterstanden in het platteland aan te pakken, is de praktijk juist dat een groter deel van de doelgroep geen aanspraak maakt op de extra faciliteiten.''

De minister bespreekt op 20 juni met de Kamer haar nieuwe taalplan. Om de autochtone achterstandsleerlingen in het platteland meer aandacht te geven, wil zij 11 miljoen euro bezuinigen op zwarte scholen in de vier grote steden. De scholen in de 30 middelgrote steden leveren 15 miljoen euro in. Daarnaast wil zij een kleutertoets introduceren voor kinderen van laagopgeleide ouders. Kinderen van 4 tot 8 jaar die slecht presteren op die toets krijgen extra geld. In overleg met de gemeenten mogen scholen hen voor een jaar in aparte klassen plaatsen. De Tweede Kamer wees het plan om kleuters te toetsen eind vorig jaar af. Van der Hoeven wil de test laten uitvoeren door een ,,onafhankelijke, externe instantie''. Die instantie toetst éénmalig leerlingen bij binnenkomst van de basisschool.

De taaltoets wordt zo geconstrueerd dat een kwart van de achterstandsleerlingen, autochtoon en allochtoon, wordt geselecteerd die de grootste problemen heeft met taal. Het gaat om ongeveer 3000 leerlingen per jaar.