Referendum

Sinds wanneer kennen wij het woord referendum? De Grote Van Dale en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, geven als vroegste vindplaats 1892.

Kennen wij woord en zaak inderdaad pas zo kort? Het verschijnsel in ieder geval niet. Met name tijdens de Bataafse Republiek (1795-1806) werden in Nederland geregeld volksraadplegingen gehouden. Hoe die indertijd werden genoemd (volksbesluit, volksstemming, volksraadpleging of plebisciet) is mij niet bekend, maar het is onwaarschijnlijk dat men van een referendum sprak, want dat woord lijkt inderdaad pas aan het eind van de 19de eeuw algemeen te zijn geworden.

Voor de goede orde: zo'n jaartal in Van Dale of het WNT moet je zien als een periodeaanduiding. Iemand heeft een citaat met het woord referendum gevonden en dat geldt vervolgens als de vroegste bewijsplaats. Door de toename aan digitale bronnen wordt het steeds makkelijker om dergelijke dateringen te vervroegen. Dat geldt ook voor referendum. Op 6 september 1885, zo leert een snelle blik in het digitale archief van De Amsterdammer, schreef dit weekblad dat de Franse politicus Clemenceau voorstander was van ,,wederinvoering van het plebisciet of referendum voor alle zaken van gewicht''.

Ziehier de voorlopig vroegste datering van het woord referendum in de nu gangbare betekenis. Ik zeg met nadruk in de nu gangbare betekenis, want in een andere betekenis is het ouder. Referendum gaat terug op het Latijnse referre, dat `terugbrengen, rapporteren' betekent. Referendum wil zeggen `dat wat gerapporteerd moet worden' of `datgene wat ter beoordeling voorgelegd moet worden'. Diverse woordenboeken uit het begin van de negentiende eeuw vermelden referendum voor `hetgeen te berigten is', vaak samen met de uitdrukking iets ad referendum nemen voor `iets aannemen om daarvan verslag te doen'.

Van de nu bekende Nederlandse woordenboeken vermeldt Van Dale referendum als eerste. In 1898 onderscheidt dit woordenboek twee betekenissen: `stemming van alle leden eener vereeniging en niet alleen van de afgevaardigden' en `volksstemming'. Koenen kent het sinds 1902, aanvankelijk alleen als `verslag, uitslag, hoofdelijke stemming', maar sinds 1908 ook voor `volksstemming over wetsvoorstellen als in Zwitserland'.

Die verwijzing naar Zwitserland vinden we in heel veel bronnen. Ook in de jongste editie van de Grote Van Dale staat bij referendum `volksstemming, oorspronkelijk met name zoals in Zwitserland gehouden over een door de volksvertegenwoordiging aangenomen wetsontwerp'. Toch werden referenda – toen wij dit woord leerden kennen – ook al herhaaldelijk gehouden in onder meer Italië, Frankrijk en de Verenigde Staten. Zwitserland bleef echter hét voorbeeld.

Bij gebrek aan landelijke referenda kwam het woord bij ons tot bloei in verenigingen. Vooral socialistische clubs hadden er een handje van om alles per referendum te beslissen. Zo lezen we in een bron uit 1906 over een vergadering van slijpers en verstellers die ,,het invoeren van een uniformen schafttijd aan een referendum onderwerpen''.

Ook de spelling van het Nederlands wordt op een gegeven moment inzet van een referendum. Niet van een landelijke volksraadpleging maar van een stemming onder de abonnees van de Haagsche Post. Het kort daarvoor opgerichte tijdschrift Onze Taal schrijft hierover in 1934: ,,De Heer P.J. d'Artillac Brill zegt dat de Haagsche Post een referendum onder haar leden heeft gehouden met betrekking tot de nieuwe spelling. Spreker zou wenschen dat Onze Taal een propaganda-circulaire zou zenden aan allen die aan dit referendum hebben deelgenomen. Dezen hebben althans blijk gegeven van belangstelling in de taal.''

Overigens werd dit plan al snel van tafel geveegd, zonder alle taalminnende leden om een `ja' of `nee' te vragen.