Oskar Back

,,Tegenwoordig heeft iedereen haast. Alles moet snel, sneller, snelst. Maar in de muziek kan dat niet. Er bestaan geen snelcursussen om binnen een week een superviolist te worden. In de kunst gaat alles langzaam. Het vergt vele jaren om een degelijke viooltechniek op te bouwen. `Falsch, falsch!', klonk het dagelijks in de studio van Oskar Back, mijn toegewijde leraar, de nestor van vioolspelend Nederland. Een goede vertolker worden, dat duurt je leven lang. `Du spielst ja so vervelend, meer temperament bitte!' Back gaf ons vioolles met hart en ziel. Hij had het heilige vuur en van zijn leerlingen verlangde hij hetzelfde. Het kon altijd beter. Heel soms zei Back: `Potverdèkkie, das gut!' Dan was je als leerling in de zevende hemel.''

Bij het 20ste Nationaal Vioolconcours Oskar Back dat 1 juni begint in het Amsterdamse Concertgebouw, schreef violist Theo Olof (81) het boek `Oskar Back en veertig jaar Nationaal Vioolconcours'. Hij portretteert de vermaarde Hongaars-Oostenrijkse vioolpedagoog, die zich na zijn studie bij Eugène Ysaye in 1919 in Amsterdam vestigde, als de begeesterde leraar die in zijn studio in de Jacob Obrechtstraat tot op hoge leeftijd lesgaf. Back ontving er ook koninginnen en legendarische kunstenaars, die steevast werden vergast op Bachs Dubbelconcert, uitgevoerd door Theo Olof en zijn medeleerling Herman Krebbers. Olof onthult ook wat over die ándere Back, de virtuoos met plankenkoorts, de kettingroker die verzot was op dames, bridgen en auto's en hij beschrijft de geschiedenis van het Nationaal Vioolconcours én de winnaars.

,,Het grote verschil tussen dit concours en bijna alle andere concoursen, is dat het nadrukkelijk bedoeld is om jonge, talentvolle violisten de kans te geven hun studie voort te zetten in het buitenland op een zo hoog mogelijk niveau. Het Koningin Elisabeth Concours in Brussel selecteert musici die geacht worden rijp te zijn voor de grote podia. Maar toen ik de eerste finalisten in Brussel op tv zag, was ik teleurgesteld over hun niveau. Toch maak ik me daar geen zorgen over. Om met Boulez te spreken: `Alles gaat door de zeef des tijds, en alleen wat de moeite waard is blijft behouden.'

,,Alles wat de moeite waard is in de klassieke muziek, is van een bijna bovennatuurlijke schoonheid. Dat geldt ook voor uitvoerende kunstenaars. De ene musicus heeft charisma, de ander niet. Ook al werkt hij misschien net zo hard, of nog harder. Techniek en fysiek zeggen lang niet alles, denk maar aan een dirigent als Klemperer. Die man kon na zijn hersenbloeding nauwelijks meer bewegen, maar toch haalde hij een ongelooflijk mooie klank uit het orkest.

,,Muziek is toveren, en Back begreep dat. Hij had enorme bewondering voor de virtuositeit van Ysaye en voor de toon van Kreisler. Op les speelde hij ons de moeilijkste passages voor. Back klonk ouderwets en romantisch, maar altijd met een schitterend geluid. Soms liet hij ons wat horen op zijn oude koffergrammofoon. Toen ik Paganini's octaven-caprice moest studeren, liet hij me er een pianoversie van horen, uitgevoerd door Horowitz. `So muss dass klinken!', schreeuwde Back. Wat dat betreft had hij gevoel voor humor. Back was te nerveus voor het podium. Maar als er destijds ook al van die pilletjes hadden bestaan, was er zeker een groot pedagoog aan ons verloren gegaan.''

Theo Olof: `Oskar Back en veertig jaar Nationaal Vioolconcours'. Uitg. TOTH ISBN 90 6868 391 8

Nationaal Vioolconcours: eerste ronde: 1, 2, 3/6 10 uur; masterclass Herman Krebbers 10, 11/6; tweede ronde 16/6 10 uur Kleine Zaal Concertgebouw (gratis); finale: 30/6 19 uur Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam res (020) 6718345