Osdorp bestaat echt

Theo de Feyter schildert al bijna zes jaar elke dag het uitzicht van zijn atelier. Voor wie goed kijkt, is een uitzicht nooit hetzelfde.

Voor het VPRO-radioprogramma De Avonden verzamel ik uitzichten. Een paar keer per week sta ik ergens in Nederland naar buiten te kijken met iemand die in ongeveer vijf minuten vertelt wat hij ziet. De luisteraar krijgt elke avond een andere zienswijze op een ander uitzicht te horen. Want wat iemand ziet hangt natuurlijk niet alleen van het wat af, maar ook van de iemand.

Een van de mooiste gesproken uitzichten tot nu toe vond ik dat van de Amsterdamse schilder Theo de Feyter. Net als ik bleek hij uitzichten te verzamelen, niet in woord maar in beeld. Al bijna zes jaar begint hij elke dag stipt om vijf uur aan een schilderijtje van het uitzicht vanuit zijn atelier in het voormalige schooltje van Osdorp. Een coulissenlandschap met onslijtbare en nieuwerwetse zetstukken. Allereerst is er de woning van de overbuurman, een bouwvakker die van het dubbele landarbeidershuis met alle materialen die hem ter beschikking stonden een soort Amerikaanse villa heeft gemaakt. In het verschiet liggen weilanden en kassen; op de horizon staan kantoorflats en een bomenrij.

Stel dat dit geheel nu, eind mei, door een laag namiddaglicht wordt beschenen en er tijdens het schilderen een wolk voor de zon schuift, dan probeert De Feyter toch vast te houden aan de harde schaduwen die hij om klokslag vijf uur aantrof. Parkeert de buurman om kwart over vijf zijn bus voor het huis, dan mag die er nog op. Maar om half zes is hij te laat.

Vooral 's zomers, als de licht- en kleurverschillen door de dagen heen wel heel minimaal worden, sleutelt De Feyter soms een beetje aan zijn uitzicht. Het moet wel leuk blijven. De helft van het landschap gaat plotseling schuil achter een veldboeket dat in een vaas op de vensterbank staat. Of de schilder zet er een gipsen kop, een speelgoedpaard en een chipskoker voor.

,,De vermenging van de binnenwereld en de buitenwereld, daar hou ik erg van'', zegt De Feyter. ,,In het schilderij komt dat huisje in de verte pal naast de voorwerpen in de vensterbank te staan, als een ding tussen de andere dingen. En het landschap wordt een decor, een achtergronddoek bij dat stilleven.''

Nog vreemder wordt de vermenging tussen uitzicht en inkijk in de herfst, als het buiten om vijf uur steeds donkerder wordt en in het atelier de lampen aan moeten. Uiteindelijk schildert De Feyter dan de weerspiegeling van het interieur in de ruit of een bijna abstracte close-up van een paarse avondlucht achter de condens op het glas. Je ziet nauwelijks nog verschil tussen de lichtjes van de straatlantarens en de reflectie van het lampje boven de aanrecht. ,,Op zo'n moment is dat het uitzicht'', vindt De Feyter. ,,Een uitzicht is wat je ziet als je in een bepaalde richting kijkt.''

Een enkele keer geeft hij het interieur rechtstreeks weer, want de kijker heeft het recht om te weten wat er allemaal aan het raam vast zit. ,,Ik zoom in op een motief, maar ik zoom ook uit, nietwaar?'' Zolang er nog een hoekje van het venster te zien is, mag het schilderij in de uitzichtenserie.

In januari begint de wereld buiten weer door het interieur heen te schemeren. Ieder nieuw voorjaar komt hetzelfde uitzicht tevoorschijn. Maar voor wie goed kijkt, is een uitzicht natuurlijk nooit hetzelfde. Elke dag zijn licht en lucht anders, elke dag vragen andere details de aandacht. En aan deze kant van het glas verandert de schilder. ,,Je speelt zelf natuurlijk ook een rol in zo'n schilderij'', zegt hij. ,,Al is het niet zo dat ik die dingen vanuit mijn gevoel maak. Ik ben me er nauwelijks van bewust dat ik vormgeef, ik heb zelf altijd het idee dat ik alleen maar laat zien wat er is. Meer niet. Een schilderij is een bewijs van echtheid. Je schildert iets en daarmee zeg je: kijk, het bestaat echt.'' En tegen wie zegt De Feyter dat dan? ,,Misschien wel tegen mezelf.''

Mij schoten de zinnen te binnen waarmee iemand anders laatst op de radio zijn uitzicht inleidde: ,,Het eerste wat ik doe als ik 's morgens wakker word, is naar dit raam lopen om vast te stellen dat de wereld nog bestaat. Het wakker worden op zichzelf zegt niet zoveel.''

Tot en met 19 juni is een deel van Theo de Feyters uitzichten te zien op de tentoonstelling `Realtime' in het Kunstcentrum Bergen (NH).