Niemand popelt om Italië te leiden

Het gaat slecht met de economie van Italië. Premier Silvio Berlusconi lijkt er geen zin meer in te hebben het land te leiden. Hij ambieert steeds openlijker een plek in de luwte.

Voor wie er nog aan twijfelde, is het de afgelopen week zonneklaar geworden. Italië is de zieke man van Europa. Wat ondernemers, werknemers en consumenten al jaren onderkennen, wordt nu ook toegegeven door de Italiaanse regering. De grote vraag is inmiddels: wie gaat en wie durft Italië weer uit het moeras te trekken?

Vier jaar regeert Silvio Berlusconi nu. Het lijkt onwaarschijnlijk dat hij de huidige slechte economische resultaten voor ogen had toen hij als succesvol ondernemer beloofde dat hij Italië opnieuw op een economisch wonder zou trakteren. Het is waar, het economisch tij zat niet mee. De negatieve effecten van de invoering van de euro en de economische crisis die volgde op de aanslag op het World Trade Center in New York van september 2001 kan men de Italiaanse premier niet aanrekenen. Maar toch verwijten werkgevers, werknemers en consumenten hem dat hij onvoldoende heeft gedaan om het land er weer bovenop te krijgen.

Afgelopen woensdag, aan de vooravond van het nationaal congres van de werkgeversorganisatie Confindustria, kaatste de Italiaanse premier de bal alvast preventief terug. ,,De ondernemers moeten zelf wakker worden. Het is aan de individuele ondernemer om als het slecht gaat zijn competitiviteit te verbeteren en eventueel zijn product te veranderen.'' Twee jaar geleden deed hij een vergelijkbare oproep aan consumenten die over stijgende prijzen klaagden: koop, koop, koop om de economie weer aan de praat te krijgen.

Op de vraag wat hij zelf kan doen om de economische situatie te verbeteren, reageert Berlusconi inmiddels veel terughoudender dan vier jaar geleden. ,,De politiek is erg moeilijk, veel moeilijker dan je je kunt voorstellen als je in een bedrijf werkt'', zo vertrouwde hij la Repubblica vorige week toe. Hij liet doorschemeren dat het niet zeker is dat hij zal terugkeren als premier. Hij zal de verkiezingen als lijsttrekker leiden, maar ambieert steeds openlijker een plek in de luwte, een meer symbolische en minder verantwoordelijke functie als president van Italië. Een baan die hem ook juridische immuniteit garandeert.

Nu Berlusconi in de ogen van steeds meer Italianen heeft gefaald, is het de vraag wie dan wel Italië weer gezond kan maken. Wordt Romano Prodi, terug uit Europa, de redder van het vaderland?

De oud-voorzitter van de Europese Commissie heeft bij terugkomst in Italië afgelopen november een loods bij Bologna neergezet die hij tot ,,programmafabriek'' heeft gedoopt. Hier werkt zijn team met veel jongeren aan het reddingsplan voor Italië. Tot nu toe slagen ze er uitzonderlijk goed in om de vrucht van hun werk geheim te houden.

Toch boekte Prodi's centrumlinkse samenwerkingsverband De Unie wel al enkele electorale successen sinds Prodi terug is. Tijdens de regionale verkiezingen van april versloeg centrumlinks het samenwerkingsverband van centrumrechtse regeringspartijen met overtuiging. Even leek Prodi's leiderschap onomstootbaar, maar afgelopen donderdag veranderde dit beeld, mede door zijn eigen ingrijpen. Na de wens van de partij La Margherita om in de centrumlinkse Unie meer gehoord te worden, reageerde Prodi fel en zette hij vorige week onverwacht zijn eigen leiderschap op het spel. Hij wil alle centrumlinkse partijen voor de parlementsverkiezingen van mei 2006 laten samenvloeien in één lijst onder zijn leiding. Komt die gezamenlijke lijst er niet, dan treedt hij terug.

,,Alleen een compacte partij met een duidelijk referentiepunt'', zei Prodi, ,,is in staat om de grote problemen van het land aan te pakken''. In afwachting van de reacties op deze alles-of-niets-manoeuvre heeft hij zich deze week met zijn vrouw voor een vakantie teruggetrokken op het Griekse eiland Kreta.

Van daar ziet hij hoe de grootste linkse partij, Democraten van Links, zich achter hem schaart, maar dat met name La Margherita niet van zins lijkt om haar eigen identiteit op te geven ten faveure van een lijst-Prodi. Daarvoor is Margherita-leider Francesco Rutelli te ambitieus. De man die het in 2001 tegen Berlusconi opnam en verloor, ziet zichzelf desondanks als een goed alternatief voor Prodi die in 1995 won van Berlusconi. Rutelli zou volgens peilingen door 32 procent van de Italianen worden beschouwd als een goed leider, tegen 36 procent voor Prodi. Als Rutelli niet voor Prodi wil wijken, zal moeten blijken of Prodi daadwerkelijk zal terugtreden.

Intussen trok Berlusconi afgelopen zondag op geheel eigen wijze de aandacht naar zich toe door tijdens een partijbijeenkomst in Bolzano de middenvinger op te steken naar publiek en fotografen. ,,Mijn mamma Rosa'', zo zei hij, ,,had gezien dat iemand dit gebaar naar me had gemaakt. `Wat betekent dat?', had ze me gevraagd. Ik zei: `Dat ik nummer 1 ben'.''

Aldus stellen zowel Berlusconi als Prodi beide op hun eigen manier hun leiderschap ter discussie. De commentator van de krant La Stampa spreekt zelfs al van ,,de paradox van de machtspoliticus die wenst te verliezen''.

De regeringszetel in het economisch stagnerende Italië is volgens de krant te heet om op plaats te nemen: ,,Het Italië van deze (trieste) tijden is zo moeilijk te regeren dat het eigenlijk beter is dat de ander dat maar doet.''