Kox toont zich in Vioolconcert

Het gaat goed met componist Hans Kox (1930), eens het zondagskind onder de jonge componisten, daarna verguisd door de Notenkrakersgeneratie, na het bittere echec van zijn opera Dorian Gray (1974) weggegleden in isolement, maar sinds enkele jaren weer terug op de lessenaars van de Nederlandse orkesten. Bij zijn 75ste verjaardag beschreef Bas van Putten het levensverhaal van Kox in Hoog Spel en in de Rotterdamse Doelen vond de wereldpremière plaats van zijn Vierde vioolconcert.

Kox heeft een somber wereldbeeld, voortgekomen uit bittere ervaringen. Toch schrijft de vakman Kox geen zure muziek, daarvoor is hij te vindingrijk en te temperamentvol. Met de opbouw van zijn Vierde vioolconcert (snelle hoekdelen, langzaam middendeel) doet Kox zijn reputatie als traditionalist eer aan, maar binnen dat stramien laat de paradoxale, grillige, wrange, tedere, chagrijnige, ontroerende en ongrijpbare Kox zijn ware gezicht zien.

Zijn solide opgebouwde muziek is heftig en expressief, vol dramatische contrasten, spontaan opwellend uit zijn verscheurde ziel, hoopvol en pessimistisch, lyrisch en drammerig tegelijk.

Meteen al in de enerverende openingsmaten wordt de zingende vioolsolo van solist Daniel Hope weggezogen in de ongrijpbare dramatiek van contrasterende episoden in de orkestpartij. Motoriek en lyriek staan elkaar naar het leven, het regent tempowisselingen en maatverschuivingen, de muziek drukt chaos, verlangen en onrust uit. Het desolate Lento ontleent zijn titel aan Der Leiermann uit Schuberts Winterreise, en verklankt de ultieme eenzaamheid. De viool zingt solitair boven het ijzige `con sordino' en `senza vibrato' van de strijkers. Jachtige hectiek karakteriseert het afsluitende Allegro.

Op de slotpagina van zijn partituur schrijft Kox een citaat van Tao Meng: `Silence is the sound of profundity'. Maar het is allebehalve stil in het Vierde vioolconcert van Kox, waarin Bach en Berg, Schubert en Sjostakovitsj als verlichte geesten rondwaren om de zoekende stem van Kox te ondersteunen. Heden, verleden en toekomst lopen op fascinerende wijze dooreen, vormen een muzikale oersoep waaruit Kox opborrelt als een eigentijdse expressionist.

Het is nog te vroeg om zijn Vierde vioolconcert op wezenlijke waarde te schatten, want Kox geeft zich niet bij één beluistering prijs. Ook ondermijnde een zekere onwennigheid nog teveel de solostem, die door violist Hope wel mooi maar muzikaal zoekende werd neergezet.

Concert: Rotterdams Kamerorkest en Nationaal Jeugdkoor o.l.v. Conrad van Alphen, m.m.v. Daniel Hope (viool). Gehoord: 26/5 De Doelen Rotterdam.