Geen gravel maar schoolbanken

De staat van het Nederlandse tennis is op zijn minst teleurstellend te noemen. Het hele land ligt vol met gravelbanen waarop honderdduizenden mensen dagelijks een balletje slaan. Maar op het beroemdste graveltoernooi ter wereld spelen de Nederlandse tennissers bij de mannen noch de vrouwen een rol van betekenis.

Al na tweeënhalve dag was Roland Garros voor Raemon Sluiter, Peter Wessels en Michaëlla Krajicek voorbij. De Nederlandse tennisliefhebbers kunnen slechts toekijken hoe Spanjaarden, Argentijnen en Fransen bij de mannen en speelsters uit de voormalige Oostbloklanden bij de vrouwen zich naar de top slaan. Toptalenten als Rafael Nadal (18), Richard Gasquet (18), Sesil Karatancheva (15), Ana Ivanovic (17), Maria Sjarapova (18) hebben zich als tieners al bewezen op het hoogste niveau. Hun Nederlandse leeftijdsgenoten als Robin Haase (18), Igor Sijsling (18) en Bibiane Schoofs (17) zijn de status van jeugdtennisser daarentegen nog niet ontgroeid. Het is de vraag of de achterstand van de Nederlandse tennishoop nú al niet te groot is.

Het grote verschil is dat de nieuwe generatie wereldtoppers van jongs af aan heeft gekozen alles opzij te zetten voor een profloopbaan. Of beter gezegd hun ouders zijn bereid alles op het spel te zetten voor de carrière van hun kinderen. Nadal, Gasquet, Karantancheva, Ivanovic en Sjarapova waren van jongs af aan al voorbestemd prof te worden. Zo verhuisden Karantancheva en Sjarapova al op zeer jonge leeftijd naar de Amerikaanse tennisacademie van Nick Bollettieri. Op weg naar de top was een schoolopleiding altijd van ondergeschikt belang.

In Nederland willen ouders dat hun kinderen de tennisopleiding combineren met een studie aan de middelbare school. Zo laten Haase en Sijsling het jeugdtoernooi van Roland Garros schieten om eindexamen te doen voor respectievelijk het VWO en het gymnasium. Wedden op twee paarden, noemen ze dat. Misschien is de Nederlandse cultuur wel niet geschikt voor toptennis. De Nederlandse hoop is niet voor niets gevestigd op tienermeisjes als Michaëlla Krajicek (16) en Stéphanie Herz (15) die het grootste deel van hun opleiding genoten buiten Nederland.