Franse vingerafdrukken voor Duitse agent

De politie in een aantal EU-landen, waaronder Nederland, gaat nauwer samenwerken. Duitse patrouillewagens door Nederlandse steden.

Meer dan 150.000 niet geïdentificeerde vingerafdrukken staan opgeslagen in de databanken van Franse opsporingsdiensten. En nog eens 5.000 DNA-profielen waarvan de herkomst onbekend is. De Franse minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid, Dominique de Villepin, noemde die cijfers afgelopen vrijdag in de Duitse stad Prüm, waar hij en zijn ambtsgenoten uit zes andere Europese lidstaten het Schengen III-verdrag sloten. Want dat nieuwe verdrag maakt het mogelijk om die databestanden in Europees verband na te trekken.

Het `verdrag van Prüm', in de praktijk een verdere uitwerking van de eerder gesloten Schengen-verdragen regelt verdergaande grensoverschrijdende politiesamenwerking tussen de Benelux, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk en Duitsland, maar ook het over en weer natrekken van DNA-bestanden of die van vingerafdrukken en kentekenregistraties.

Volgens de Belgische minister van Binnenlandse Zaken, Dewael, moet volgend jaar al blijken bij het WK-voetbaltoernooi in Duitsland hoe succesvol dit verdrag is bij de uitlevering van persoonsgegegevens: kunnen de opsporingsdiensten van omringende landen Duitsland als verdragspartner van voldoende relevante informatie voorzien, en mogelijk een tweede `Heizeldrama' voorkomen?

De Nederlandse minister van Justitie, Donner, noemde als voorbeeld van het verdrag de mogelijkheid om Duitse patrouillewagens te laten surveilleren in de straten van Hengelo. ,,Daar kan een heilzame werking van uitgaan. Niet voor de Nederlandse inwoner van Hengelo, maar wel voor de Duitse drugstoerist in zo'n grensgemeente'', aldus de minister.

Bij de ondertekening van het verdrag, afgelopen vrijdag, was er vooral tevredenheid over de snelheid waarmee het tot stand kwam. Vorig jaar juni lag er een politiek akkoord tussen Duitsland, de Benelux-landen en Oostenrijk. Inmiddels is er een uitgewerkt verdrag waar Frankrijk en Spanje zich zonder onderhandelingen bij aansloten. ,,Frankrijk en Spanje deden niet mee met de onderhandelingen'', aldus Donner. Dat maakte de kring waarmee een akkoord bereikt moest worden, kleiner.'' Bovendien konden de landen, ondanks politiek verschillende standpunten, het op ambtelijk niveau volgens Donner goed met elkaar vinden. En dat is in Brussel van groot belang. Bovendien kennen de betrokken ministers elkaar goed en persoonlijk.

Bij de eerste twee Schengen-akkoorden lag dat ingewikkelder, onderhandelingen liepen vertragingen op omdat er telkens nieuwe politieke obstakels waren. Ambtelijk was de samenwerking volgens Donner – die toen namens het ministerie van Justitie bij de onderhandelingen betrokken was – wél goed: ,,Ik weet nog dat de Duitse Bondsdag aan de vooravond van het tweede Schengen-akkoord, plotseling problemen maakte over de privacybescherming. Ik werd naar Brussel gestuurd, met de mededeling van mijn collega-ambtenaren uit de andere landen: 'jij gaat in Brussel onderhandelen en wat er ook uitkomt, wij nemen het over'.''

Ook in dit Schengen III-verdrag zijn waarborgen voor privacybescherming opgenomen. België, bijvoorbeeld, slaat ook DNA-gegevens van verdachten op. Die worden niet automatisch gedeeld met andere lidstaten, omdat verdachten uiteindelijk kunnen worden vrijgesproken.

Een lidstaat die DNA-dossiers of vingerafdrukken in een ander land vraagt, krijgt alleen te horen of daar inderdaad corresponderende gegevens beschikbaar zijn. Vervolgens moet toch de reguliere procedure van internationale rechtshulpverzoeken bewandeld worden om gedetailleerde informatie te krijgen.