`Dyslexie gevolg van ruis'

Leesblinde kinderen (dyslectici) kunnen veel slechter vormen en afbeeldingen in een ruispatroon herkennen dan niet-dyslectici. De moeite met het onderscheid tussen `signaal' en `ruis' kan wel eens de oorzaak van hun taalprobleem zijn, schrijven Amerikaanse onderzoekers in een artikel dat het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience gisteren op zijn website heeft gepubliceerd.

Dyslectici slaan klanken en beelden van woorden niet duidelijk op in hun geheugen. Ze hebben moeite met de verwerking van de woordklanken. En ze hebben moeite met lezen. Het terugroepen van het woordbeeld mislukt en dyslectici maken daardoor bijvoorbeeld veel spelfouten bij het schrijven.

Wáár, wanneer en hoe het probleem in de hersenen ontstaat is echter onduidelijk. Een van de concurrerende theorieën zegt dat dyslectici een betekenisvol gegeven niet kunnen onderscheiden van toevallige signalen. Technisch gezegd kunnen ze het signaal niet goed van de ruis onderscheiden. Die theorie is nu experimenteel getoetst.

Aan de proef deden 55 kinderen mee, waarvan 28 dyslectisch en 27 niet. Ze kregen ergens op een computerscherm patronen van donkere en lichte vlekken te zien en moesten die vervolgens aanwijzen. Het scherm werd echter bedekt onder toenemende ruis, bestaande uit over het scherm `gestrooide' heldere en donkere puntjes.

De ruisvrije patronen herkenden alle kinderen even goed. Maar bij toenemende ruis konden de dyslectici de patronen al snel niet meer van de ruis onderscheiden. Wellicht wordt de letterherkenning door ruis gestoord, opperen de onderzoekers.

Die `leesruis' bestaat uit lettervormen, -grootten en -omgeving. Bij luisteren is er ook altijd ruis, zoals omgevingslawaai en bijvoorbeeld ook allerlei kleine uitspraakverschillen.