De vrije wil en het noodweer

Ze zeggen het al jaren, de biologen, dat wij heus niet hoeven denken dat we op een of andere manier over onszelf gaan. Nu denken we dat ook niet, maar zij gaan verder en laten van ons gevoel van vrije wil, van een zelfbeslissend individu te zijn met unieke gevoelens en overwegingen weinig over. Machines worden we in hun visie, geheel gedetermineerd door onze bedrading en de vele chemische reacties in onze hersenen, zoiets als een persoonlijkheid en een karakter, ach wat, het lichaam is de baas, het zijn feromonen die maken dat we verliefd worden en miljoenen jaren oude voortplantingsmechanismen die onze trouw of ontrouw bepalen. Een klap tegen de kop en al onze beslissingen worden anders, en wat bewustzijn is weet niemand dus misschien is het alleen maar een woord. Nu moet je altijd geweldig oppassen als de mensen `alleen maar' gaan zeggen, want niets is eigenlijk ooit `alleen maar'.

De filosoof Daniel Dennett zei dat dan ook niet, in zijn interview met Bas Heijne in M. Hij sprak over de vrije wil en dat die, anders dan iedereen denkt, niet uitgesloten wordt door biologisch determinisme. Alleen is onze vrije wil gedetermineerd.

Dat klinkt even als een truc wat betekent vrije wil nog als die wil gedetermineerd zou zijn, maar Dennett maakt aannemelijk dat de gedachte dat onze toekomst `onvermijdelijk' zou zijn omdat we in een gedetermineerde wereld leven, onzin is. ,,Juist in een gedetermineerde wereld kun je gemakkelijker dingen vermijden, omdat ze gemakkelijker te voorspellen zijn dan in een wereld waarin blind toeval regeert.''

Dat is waar. De vrije wil betekent helemaal niets als alles onvoorspelbaar is. Op een bloedstollende manier wordt dat geïllustreerd door het onlangs vertaalde Een wereld apart, van Gustav Herling. Het boek is geschreven in 1951 en bevat de herinneringen van de Poolse schrijver Gustav Herling aan zijn jaren in een van de Sovjet Kargopol-kampen bij de Witte Zee, waar misdadigers en politieke gevangen op grond van de meest groteske beschuldigingen jarenlang crepeerden. De aparte wereld die hij met bewonderenswaardige afstand en tegelijkertijd met bewonderenswaardige doorvoeldheid beschrijft, hangt van toeval aan elkaar. Om te beginnen de beschuldigingen dus, die volstrekt lukraak zijn. Herling werd gearresteerd toen hij probeerde de grens tussen de Sovjet Unie en Litouwen over te steken. Hij had het ongeluk een naam te hebben die in het Russisch als `Gerling' werd uitgesproken en Gerling was een Duitse luchtmaarschalk. Verder droeg hij hoge leren laarzen, wat er wel op moest wijzen dat hij een Poolse officier was. De aanklacht luidde zodoende als volgt: `Poolse officier betaald door een vijandelijke mogendheid'. Hij wordt veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid. Dat klinkt als een overzichtelijk periode, maar ten eerste werden in de kampen straffen op willekeurige momenten gewoon verlengd, liefst verdubbeld, en ten tweede is vijf jaar in een kamp waar men zeer weinig te eten krijgt, omringd is door misdadigers en dag in dag uit zwaar werk in het bos moet doen bij temperaturen ver onder nul, geen vijf jaar lang te overleven. Er moeten dan wonderen gebeuren. Die gebeuren in Herlings geval ook zijn laarzen zijn het wonder, want die kan hij aan een misdadiger geven in ruil voor invloedrijke voorspraak. Maar de wereld die hij betreedt is op geen enkele manier te voorspellen of te doorgronden. Mensen zijn onder extreme omstandigheden niet wie ze daarbuiten zijn, ze doen alles, letterlijk alles, om te overleven. Het systeem zelf hangt bovendien ook van willekeur aan elkaar, een willekeur die soms op boosaardige spot of pesterij lijkt, of op een slecht uitgevoerd, bordkartonnen toneelstuk dat desalniettemin zeer serieus genomen moet worden.

Hoe dan ook wordt duidelijk dat de vrije wil hier niets kan uitrichten, die wil stuit voortdurend op onvoorspelbaarheden en valkuilen, waardoor alles een gok wordt en alles dus toeval.

Soms lijkt vrije wil trouwens ook zo goed als niets te betekenen. De vrijheid om een kopje naar believen te plaatsen, zoiets, niet veel meer. Want wat gaan we nu helemaal over ons eigen leven? We leven godzijgedankt, niet in een Sovjetkamp. Maar dat wil niet zeggen dat al die gedachten over vrijheid die we erop nahouden altijd zo zinvol zijn. In haar laatste roman, De verdronkene, laat Margriet de Moor iemand zonder dat ze daar veel tegen kan uitrichten in iemand anders leven stappen. Het zou haar vrije wil kunnen zijn, dat deze Armande min of meer het leven van haar verdronken zuster overneemt, het zou het noodlot kunnen zijn of een onvermijdelijke wet van oorzaak en gevolg het is niet duidelijk. Achteraf bezien zijn er nooit andere wegen, zoals de watersnoodramp waartijdens de zuster verdrinkt op allerlei manieren gedetermineerd is. Het weer blijkt trouwens voortdurend mensen hun leven te bepalen in deze roman en wie denkt nu als je het over vrije wil hebt aan het weer? Wie vindt dat zijn of haar leven bepaald wordt door een van de vele depressies bij IJsland? Toch is het zo, in De Moors roman, en het valt moeilijk tegen te spreken. Al heb je dan van Dennett de vrijheid om te anticiperen op dat voorspelde weer. Maar moet de mens meteoroloog worden om een vrije wil te hebben?

Dan lijkt ineens de vrije wil in een gedetermineerde wereld toch weer onzin, want de wereld mag dan gedetermineerd zijn, hoe ze dat is weten wij niet, en ook over onszelf weten we zo goed als niets. Waarmee we in de chaos en het toeval leven, die we natuurlijk uit alle (vrije) macht bestrijden. Je denkt vanzelf aan koning Cheops, de schepping van de dichter Leopold, de heerser die na zijn dood verpletterd wordt door de aanblik van de chaos in het heelal en die zich vermeit in de orde van het mensenwerk, de piramide, nu niet langer van betekenis en tegelijkertijd het enige houvast: ,,beschouwt/ de nauwgesloten voegen () en keurt/ den dichten steen, de donzen korreling/ onder het glazig spiegelvlak en koestert/ dit welverzorgde''. Dit welverzorgde, dat zijn ook de boeken van De Moor en Herling, onze filosofie over vrije wil en determinisme. Daarbuiten heerst een ander regime. Een wereld apart.