De Fransen hebben een Bill Clinton nodig

De Fransen hebben een bruggenbouwer naar de 21ste eeuw nodig, iemand die de zorgen over globalisering en werkgelegenheid een positieve draai weet te geven, betoogt David Ignatius.

De verbluffende afwijzing door Frankrijk van een nieuwe Europese Grondwet is vooral een luidruchtig protest tegen de ontwrichtende, nivellerende kracht van de economische globalisering. Dat was te zien in de televisiebeelden van de `nee'-stemmers, toen de uitslag van het referendum werd bekendgemaakt: stevige armen in de lucht, met gebalde vuisten – alsof ze door de verwerping van een reeks technische amendementen op de Europese regels een dreigende toekomst op afstand konden houden.

En de uitslag was ook af te lezen op de gezichten van de verliezers – teleurgestelde politici van de gevestigde partijen, die trachtten een manmoedige draai te geven aan een vernietigende nederlaag. Want bijna alle sterren van het Franse politieke firmament, uit zowel de socialistische als de conservatieve partijen, hadden zich tegen een `nee' uitgesproken.

Het was een `nee' dat weerklonk op veel niveaus – een afwijzing van het document en het uitgebreide Europa dat het was gaan symboliseren, een afwijzing van een door de markt bepaalde manier van leven die in Amerika als vanzelfsprekend wordt beschouwd, en vooral een afwijzing van president Jacques Chirac, die Frankrijk met veel kunst- en vliegwerk ertoe probeerde over te halen de realiteiten van de mondiale economie te aanvaarden, in plaats van ze klip en klaar uit te leggen.

Angst voor de toekomst is altijd al een sterke politieke kracht geweest, vaak met onzalige gevolgen. Ook in dit geval is het moeilijk om veel positiefs uit een Frans `nee' te zien voortvloeien. Europa zal op de ingeslagen weg voortgaan, maar Europese politici zullen in de verleiding worden gebracht om nóg meer tijd te verkwisten met het bagatelliseren van de mondiale concurrentieslag, terwijl ze hun kiezers beter kunnen helpen zich aan te passen en te veranderen.

Chirac verdient alle hoon die hij over zichzelf heeft afgeroepen. Zijn fout was veel groter dan wat de commentatoren zondagnacht te berde brachten – zijn besluit om de Grondwet aan een referendum te onderwerpen, hoewel dat technisch gezien helemaal niet had gehoeven. Chiracs werkelijke falen is dat hij in zijn twee termijnen als president niet in staat is geweest het Franse volk in alle eerlijkheid te wijzen op de veranderingen die nodig zijn om de manier van leven te beschermen die zij koesteren. Hij speelde spelletjes met economische hervormingen, door behoedzaam naar de rand van het mogelijke te manoeuvreren, om bij het geringste misbaar onmiddellijk op zijn schreden terug te keren.

Nu ik vier jaar in Frankrijk woon, weet ik wat voor prachtig land dit is, met een kwaliteit van leven waar de wereld terecht jaloers op is. Het is geen verrassing dat het ook een enorm conservatief land is, ondanks zijn reputatie van vrijheid. Tot welke klasse, leeftijdscategorie of politieke groepering zij ook behoren, de Fransen willen houden wat zij hebben. Zij willen vasthouden aan onbuigzame bedrijfsbesturen en vakbonden, aan zes weken durende vakanties, aan de 35-urige werkweek – en ook nog eens een op groei gerichte, dynamische en ondernemende economie zijn. Chirac heeft nooit het lef gehad om tegen de Fransen te zeggen dat ze niet van twee walletjes konden eten. Hij heeft nooit uitgelegd dat het strenge arbeidsvoorwaardenbeleid de oorzaak is van de hoge werkloosheid, die momenteel 10,2 procent bedraagt.

De Fransen kunnen iemand als Bill Clinton gebruiken, wiens krachtigste programma het aan zijn verkiezingscampagne van 1996 ontleende thema was van `het bouwen van bruggen naar de 21ste eeuw'. Clinton verzekerde de Amerikaanse werknemers ervan dat hij hun zorgen deelde over het wegvloeien van werkgelegenheid naar het buitenland en over de wereldwijde concurrentieslag – en dat hij zou helpen de mensen te trainen om banen te vinden in de nieuwe economie. Hij heeft nooit voorgewend dat werknemers zich aan die concurrentieslag zouden kunnen onttrekken. Chirac is niet in staat geweest dat positieve verhaal over te brengen in zijn `ja'-campagne.

De interessantste potentiële opvolger van Chirac is de ambitieuze alleskunner Nicolas Sarkozy. In zijn commentaar zondagnacht toonde de leider van de conservatieve partij zich althans realistisch, door erop te hameren dat het tijdperk van het Franse immobilisme met het referendum over de Grondwet aan zijn einde is gekomen. In The Economist bracht hij de volgende onontkoombare waarheid naar voren: ,,Het beste sociale model is het model dat iedereen werk verschaft. Ons model voldoet niet aan die voorwaarde.'' De Fransen staan achterdochtig tegenover `Angelsaksische' ideeën, maar zij zouden er vandaag de dag goed aan doen de relatie tussen Groot-Brittannië en Europa nader te overwegen. De Engelsen hielden zich in de jaren vijftig afzijdig van de oorspronkelijke Europese Economische Gemeenschap, omdat zij het toetreden tot dit grotere Europa beschouwden als een symbool van hun eigen falen en zwakte. Maar zij keerden op hun schreden terug en vroegen het lidmaatschap aan, waarop de Franse president Charles de Gaulle die aanvraag in 1963 met een veto trof. Maar de Britten bleven aandringen, ondanks de bittere oppositie van hun eigen conservatieven, zowel ter linker- als ter rechterzijde, omdat ze wisten dat het omarmen van Europa de enige weg voorwaarts was. Uiteindelijk hebben zij een balans gevonden tussen het deel uitmaken van de Europese gemeenschappelijke markt en het behoud van hun eigen politieke en culturele identiteit.

De Fransen hebben gelijk als ze zich zorgen maken over de toekomst. Met hun huidige economische structuur zullen zij het niet redden. `Nee' zeggen tegen Chirac is begrijpelijk, maar om ook in de 21ste eeuw een welvarend land te kunnen blijven, moeten de Fransen spoedig `ja' zeggen tegen een politicus die ze recht door zee de waarheid vertelt en die hen helpt hun eigen bruggen naar de toekomst te bouwen.

David Ignatius is columnist voor The Washington Post.

© The Washington Post Writers Group.