Brussel is bang voor een domino-effect

Wat nu, vragen alle Europese instellingen zich af na het Franse `nee'. Brussel vreest een domino-effect, de nieuwe lidstaten denken dat zij de dupe van de crisis worden.

De operatie-schadebeperking is begonnen. Op diverse etages van de anders op dat tijdstip uitgestorven gebouwen van de Europese instellingen aan het Schumanplein in Brussel brandde gisteravond volop licht. Iedereen achter die verlichte ramen was bezig met maar één vraag: hoe nu verder na het zo overtuigende Franse `nee'.

De bloedstelpende watten waren inmiddels uit de kast gehaald. Want het eerste doel voor Brussel is nu dat het probleem zo klein mogelijk wordt houden; het liefst tot Frankrijk alleen. ,,Het goedkeuringsproces is hiermee niet tot stilstand gekomen'' en ,,het verdrag is niet dood'', zei fungerend voorzitter van de Europese Unie, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, gisteravond in Brussel drie kwartier nadat de Franse president Chirac zijn nederlaag had toegegeven. Teleurgesteld was hij dat een land dat ,,al vijftig jaar een van de belangrijkste motoren'' van de Unie is het grondwettelijk verdrag heeft afgewezen. Maar tevens was er het vertrouwen dat Europa ook dit moeilijke moment te boven zal komen.

De officiële lijn is vooralsnog dat alle 25 lidstaten van de Europese Unie zich over de Grondwet zullen moeten uitspreken. Zowel Juncker als de Barroso lieten niet na te benadrukken dat het verdrag inmiddels al wel was ondertekend in negen landen, met 220 miljoen inwoners bijna de helft van de Europese bevolking vertegenwoordigend. Er diende nu eerst te worden afgewacht hoe de overige landen zich zullen uitspreken.

Het `horrorscenario' is dat er na de Franse afwijzing een domino-effect zal ontstaan. De kans dat de meerderheid van de Nederlanders aanstaande woensdag `nee' tegen de Europese Grondwet zal zeggen is getuige de peilingen levensgroot aanwezig. Op een enkele optimist na, hadden veel diplomaten na de overduidelijke uitslag van het Franse referendum Nederland gisteravond dan ook al opgegeven. Hoop op een Nederlands `ja' is er nauwelijks meer; de hoop is nog slechts dat in Nederland het percentage nee-zeggers niet boven dat van Frankrijk zal uitkomen.

De voor volgend jaar in Groot-Brittannië aangekondigde volksraadpleging werd aanvankelijk als zwaarste horde beschouwd. Maar na de uitspraak van de Fransen werden gisteren ook Polen, Tsjechië en Denemarken weer als risicolanden gekwalificeerd waar de bevolking de Grondwet eveneens wel eens zou kunnen afwijzen.

Formeel zal pas eind volgend jaar de balans worden opgemaakt, als de ratificatieprocedure in alle landen van de Unie achter de rug is.

Maar dat neemt niet weg dat de Europese regeringsleiders elkaar reeds volgende maand tijdens hun periodieke treffen in Brussel recht in de ogen zullen kijken. Dat zal dan gebeuren aan de hand van een eerste evaluatie die Juncker gisteren aankondigde. Die zal gevoegd worden bij de ,,andere reeds afgesproken agendastukken'', aldus de Luxemburgse premier, waarmee hij wilde aangeven dat het normale werk in de Unie, ondanks de uitslag van het Franse referendum, gewoon doorgaat.

Maar dat is nu juist de vraag die velen zich in Brussel stellen. Het was dezelfde Juncker die in januari van dit jaar aan het begin van het Luxemburgse voorzitterschap waarschuwde dat het toen net gestarte ratificatieproces de voortgang van de werkzaamheden in de EU ernstig zou kunnen vertragen. En dat is precies wat momenteel gebeurt. Een hoge ambtenaar van de Europese Commissie erkende gisteravond dat het dagelijks bestuur van de Unie al maanden niet normaal functioneert.

De regeringsleiders moeten bijvoorbeeld volgende maand een besluit nemen over de begroting van de Unie voor de periode 2007 - 2013. Hierbij staan grote contrasterende belangen voor de diverse lidstaten op het spel. Het uitblijven van een akkoord zal de nu ontstane crisissfeer versterken, maar anderzijds zijn maar weinig landen bereid in de huidige situatie ten behoeve van de EU als geheel boven zichzelf uit te stijgen wat nodig is voor een compromis.

Ongewis is ook de toekomst van de vooral in Frankrijk zo omstreden dienstenrichtlijn die het mogelijk moest maken deze arbeidsintensieve sector zonder grensbelemmeringen in de Unie te laten opereren. Een maatregel waarvan de landen uit Midden- en Oost-Europa met hun concurrerende tarieven hopen te profiteren. Volgens de in Parijs werkzame Poolse wetenschappelijk onderzoeker Aleksander Smolar vrezen juist deze landen de dupe te worden van de crisis. ,,De lidstaten zullen nu meer dan ooit hun eigen belangen willen verdedigen en dat betekent dat de nieuwkomers de prijs moeten betalen'', zegt hij. Volgens Smolar wordt in Polen de Franse `nee-stem' zeker ook uitgelegd als een stem tegen de uitbreiding van de Unie van vorig jaar.

Ondertussen zullen de regeringsleiders de komende tijd toch moeten zoeken naar eventuele oplossingen waarbij nog zoveel mogelijk van de Europese Grondwet gered kan worden. ,,Heronderhandelingen zijn onmogelijk'', herhaalde Juncker gisteravond al was het maar omdat de reden van de afwijzing zo verschillend is: onder de nee-stemmers zijn zowel mensen die meer als die minder Europese integratie willen.

Maar wat dan wel, luidde gisteravond de telkens terugkerende vraag. ,,We zullen moeten wachten totdat alle landen hebben gesproken'', aldus commissievoorzitter Barroso. Het betekent dat de EU vooralsnog vertrouwt op de factor tijd. Een welbekende methode binnen de Unie.