Angstig Frans nee tegen Grondwet...

Het Franse nee heeft grote gevolgen: voor Europa en voor Frankrijk zelf. Een bijltjesdag is onvermijdelijk.

Er is niets mis met een nee, hebben de Franse tegenstanders van de Europese Grondwet steeds beweerd. Sinds gisteravond, sinds de ondubbelzinnige afwijzing door 54,87 procent van de Franse kierzers van de Grondwet, kan de proef op de som worden genomen. Gemakkelijk zal dat niet zijn. Frankrijk is de kern van Europa, zei het nee-kamp, het continent kan niet anders dan zich schikken naar de Franse wensen.

Het lijkt op z'n zachtst gezegd een wat luchtige benadering van de werkelijkheid. De ratificatie-procedure gaat de komende anderhalf jaar gewoon door, zo lieten de huidige voorzitter van de Unie, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker en José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie na het bekend worden van de uitslag eensgezind weten. Maar zelfs als de rest van Europa inderdaad bereid zou zijn zich te voegen naar wat president Jacques Chirac gisteravond de `soevereine beslissing' van de Fransen noemde, lijkt dat onmogelijk. De wensen waaraan tegemoet gekomen zou moeten worden, zijn nauwelijks in kaart te brengen.

Niet alleen komt het nee zowel van links als van rechts, maar ook nog eens grotendeels van hun uiterste flanken. De `shaker van het nee', zoals oud-premier en ja-zegger Lionel Jospin de ver uiteenlopende motieven genoemd heeft, bevat weliswaar een bindmiddel: angst. Maar die angst uit zich in een breed palet van tegenstellingen: van puur `soevereinisme', zo niet xenofobie, via de zorg om de Europese democratie tot afkeer van `ultraliberalisme'.

Zijn de gevolgen voor Europa niet of nauwelijks te overzien, ze zullen in beginsel dezelfde zijn als van een afwijzing door bijvoorbeeld de Nederlandse kiezer. Specifiek Frans zijn de gevolgen voor Frankrijks binnenlandse politiek. Hoewel Europa de inzet was van het referendum zijn die paradoxaal genoeg duidelijker. Aanwijzingen voor een bijltjesdag waren er al voor de afwijzing gisteren. In de coulissen van de macht lopen de kandidaat-opvolgers zich al weken warm. Vorige week nam Raffarin zelf al omfloerst afscheid door zich te laten ontvallen: ,,Ik heb nergens spijt van.''

President Jacques Chirac zei in een plechtige verklaring gisteravond in de eerstkomende dagen veranderingen aan te zullen brengen in zijn regering. De aangekondigde snelheid spreekt boekdelen. Chirac moet voorkomen dat door toedoen van een gretig nee-kamp een dynamiek ontstaat die gericht is op niet minder dan zijn aftreden.

De `historische' gebeurtenis, waarvan de verdedigers van het ja gisteren zonder aarzeling spraken is er naar. Ze schuwden de grote woorden niet, al is de door de kiezer aangerichte chaos in hun kring nog niet bij benadering te overzien. De symbolische bijltjesdag kan lang of kort duren, links noch rechts zal er aan ontkomen.

Dat wil zeggen – en het tekent de ernst van de situatie: gematigd links en rechts. Het referendum van gisteren is een herhaling van de aardverschuiving van '21 april', de datum van de eerste ronde, in 2002, van de laatste presidentiële verkiezingen. Ook toen richtten de kiezers een ravage aan in het politieke middenveld door massaal uit te wijken naar de uitersten. Uit onvrede dan wel door te `spelen met de democratie', zoals dagblad Le Monde schreef.

Het gevolg was dat de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen de socialistische kandidaat Jospin versloeg. De van hun kandidaat beroofde linkse kiezers stemden noodgedwongen op de rechtse Jacques Chirac, het enig overgebleven alternatief.

Het `21 april' van drie jaar geleden was een blijk van de teloorgang van vertrouwen in de 'normale' politiek, zoals die ook in Nederland en misschien wel in heel West-Europa speelt. Maar het `21 april-bis' van gisteren is niet alleen een herhaling maar ook een gevolg van het origineel.

Twee keer, bij de regionale en de Europese verkiezingen vorig jaar, heeft de kiezer al wraak genomen voor Chiracs bizarre herverkiezing – zonder gehoord te worden, althans zonder zichtbare gevolgen.

[Vervolg NON: pagina 3]

NON

Referendum klap Chirac

[vervolg van pagina 1]

Er werd, zoals altijd, `meer solidariteit' beloofd, maar zelfs een cosmetische verandering, in de vorm van een nieuwe premier, bracht Jacques Chirac niet aan.

Deze keer is het anders. Hartstochtelijker debat dan dat over Europa is er zelfs in het land dat prat gaat op zijn permanente discours intellectuel sinds mensenheugenis niet gevoerd. In de gisteren door de kiezer met een krakende klap op tafel gezette shaker zit ook Europa. Dat wil zeggen: de reddingsboei van de Franse invloed in de wereld. Terecht stellen de `nee'-zeggers dat Europa Frankrijk nodig heeft, maar misschien nog wel sterker geldt het omgekeerde.

In de shaker zit ook, en zelfs meer dan wie of wat ook, president Chirac. De kameleon Chirac, die in de loop van zijn lange politieke leven van fel anti- op dito pro-Europese kleuren is overgeschakeld, is één van de intiatiefnemers van de grondwet. Hij heeft het document ondertekend en heeft over de ratificatie vervolgens, zij het onder dwang, een referendum uitgeschreven.

Jacques Chirac is op zijn manier speelbal van het noodlot, van tragiek, die zijn glimlach aan het begin van zijn verklaring gisteren eerder benadrukte dan maskeerde. Zelfs als hij de moed had gehad zijn positie aan de uitslag te verbinden, dan was dat onmogelijk geweest. Hij blijft dus, en gaat de geschiedenis in als de president die de Europese droom aan diggelen sloeg. Ook dat wil de tragiek. Het is nog niet alles. Fervent voorstander van het `ja' François Bayrou sprak gisteravond in zijn verklaring van een `reusachtige morele en politieke crisis' waarin Frankrijk zou verkeren. Rien ne va plus: zie alleen al de onttakeling van het politieke middenveld. Dé socialistische partij bestaat in feite niet meer: leider Hollande staat sinds gisteravond aan het hoofd van twee groeperingen, en zelfs dat is de vraag.

Aan de rand van het slagveld staan intussen de lachende derden. De `soevereinisten', de vreemdelingenhaters van het Front National, de trotskisten, en de communisten. Hun tragiek, zo men wil, is dat ook zij geen eenheid vormen.