Zo vader zo dochter

De komende tien jaar zullen naar verwachting 100.000 familiebedrijven van eigenaar wisselen. Het merendeel hoopt op opvolging door een van de eigen kinderen. Dat vergt een goede voorbereiding. ,,Je krijgt één keer de kans om je bedrijf over te dragen, anders is het voor een generatie verprutst.''

Nathalie van den Berg (30) werkt sinds vier jaar in het bedrijf van haar vader. API-NEON Signs and Displays in Naarden ontwerpt, produceert en monteert lichtbakken, reclamezuilen en displays voor merkfabrikanten op de Nederlandse en Europese markt. Een half jaar geleden besloot ze dat ze het familiebedrijf, in 1948 door haar opa opgezet als een eenmanszaak, binnen drie tot vijf jaar wil gaan overnemen. ,,Je wilt eerst voor jezelf weten: kan ik het? En wil ik het met dit bedrijf? Met deze producten, deze mensen, deze markt, deze klanten. Dat is een proces waar je doorheen moet, omdat het zo belangrijk is voor jezelf, je omgeving, en de mensen in het bedrijf voor wie je verantwoordelijk bent. Maar nu heb ik geen twijfels meer.''

Vader Walter van den Berg (55) kwam zelf op zijn vierentwintigste in de bedrijfsleiding terecht. Of dat eigen keuze was of voorbestemming weet hij niet goed. ,,Ik noem het indoctrinatie door de jaren heen.'' Overname door iemand van buiten de familie was nu ook best een mogelijkheid geweest, zegt hij. ,,Maar we hebben vijf kinderen, en daardoor altijd de gedachte gehad dat er wel één bij zou zijn die het zou willen en kunnen overnemen. Dat is prettig, omdat je uiteindelijk ook voor je kinderen werkt.''

In het komende decennium zullen in het MKB grofweg 100.000 overnames plaatsvinden. Meestal gaat het daarbij om familiebedrijven. Hoewel er een tendens is naar overname door een externe partij, vindt volgens het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM) 45 procent van de bedrijfsoverdrachten nog steeds binnen de familie plaats.

,,De opvolging brengt een bedrijf in een kritische fase waarin er van alles mis kan gaan'', zegt Coen van Ruiten, programmamanager van de Opvolgersacademie in Driebergen. ,,Tenminste, als die niet goed gepland wordt – en de ervaring leert dat dat vaak zo is.'' Volgens het EIM stopt 10 procent van de bedrijven door problemen met de opvolging. ,,Dat betekent in Nederland 175 faillissementen per jaar.'' Reden voor Management Centrum de Baak en Van Lanschot Bankiers om in 2002 met de Opvolgersacademie te starten, gericht op de specifieke overnameperikelen binnen familiebedrijven.

De overdracht goed regelen wil volgens Van Ruiten vooral zeggen: op tijd. En: in alle openheid. ,,Een belangrijk uitgangspunt is dat de nieuwe generatie het per definitie anders wil en zal gaan doen dan de oude. Een succesfactor bij overnames is dat daar open over gecommuniceerd wordt: let's agree to disagree.''

In familiebedrijven is dat nou net niet de regel. ,,Kenmerkend zijn de korte lijnen, veel daadkracht, ook omdat heel duidelijk is wie de baas is. Daar staat tegenover: een beperkte serieuze langetermijnplanning, weinig afspraken op schrift. Het informele karakter strekt zich uit van de stilzwijgende afspraak wie de koektrommel bijvult tot op het niveau van de strategische acquisitie en de opvolging.'' Van Ruiten pleit voor objectivering van de overdracht. ,,Het beste kan de familie een handvest opstellen op het moment dat de overdracht nog niet actueel is, met richtlijnen hoe je omgaat met belangen die én de familie én het bedrijf raken.''

Nathalie van den Berg is een van de deelnemers aan de huidige leergang. Het handvest is nog niet aan de orde gekomen, maar het lijkt haar een goed idee: ,,Het dwingt je ertoe goed te overdenken welke beslissingen je in de toekomst wilt nemen, en het daar met z'n allen over eens te worden. Ik denk ook dat de interpretatieverschillen achteraf minder groot worden wanneer je de afspraken opschrijft.''

In feite hebben de Van den Bergs er al een begin mee gemaakt. Nathalies broer van 28 heeft ook belangstelling voor het familiebedrijf. Daarom zijn ze met zijn vieren, de ouders en de oudste twee kinderen, om de tafel gaan zitten. En hebben ze afspraken gemaakt. Haar broer gaat in principe eerst een baan buiten de deur zoeken, maar als hij wil, kan hij ook in het bedrijf komen werken. Nathalie: ,,Ik denk dat het beter is om eerst goed in iemand anders' keuken te kijken. En om aan het begin van je carrière terechtgewezen te worden door een echte manager, en niet door je ouders, of door iemand die je toch ziet als `de dochter van de baas'.'' Bij dezelfde gelegenheid is uitgesproken dat Nathalie degene wordt die hun vader zal opvolgen, maar dat haar broer later kan inhaken. Dat ging in goede harmonie. Vader Walter: ,,Zij manifesteert zich echt als de oudste. Haar mening wordt gedragen.''

Ook over het vaststellen van de verkoopprijs is al nagedacht. ,,We willen dat officieel laten doen'', zegt Walter van den Berg. ,,Anders zorgt dat op termijn alleen maar voor problemen en scheve ogen.'' Nathalie: ,,Ik hoef niet de hoofdprijs te betalen, wél een reële marktprijs. Ook voor jezelf geeft dat een beter gevoel. Je wilt ook geen diploma halen zonder dat je er iets voor hebt hoeven doen.''

Frank Claassen, account manager business banking bij Van Lanschot in Den Bosch, heeft veel met familiebedrijven te maken. ,,Senior dubt dan met de vraag: wat is een reële prijs? Niet alleen om te voorkomen dat de fiscus het als een verkapte schenking ziet, maar ook om alle kinderen hetzelfde te gunnen.'' Bovendien moet die prijs wel opgebracht kunnen worden door de beoogde opvolger. Daar zijn de nodige creatieve constructies op gevonden.

Wat ouders kunnen doen – en dat kost een aantal jaren voorbereiding – is het bedrijf zo licht mogelijk maken, zegt Claassen. ,,Dat houdt in dat er een structuur wordt opgezet met meerdere vennootschappen. Het onroerend goed komt dan bijvoorbeeld in een separate vennootschap. Die hoeft dan niet per se ook overgedragen te worden, wat de overdracht gemakkelijker te financieren maakt. Tegelijkertijd blijft de oudedagsvoorziening gegarandeerd, doordat het onroerend goed nog van de ouders is, én door het huurcontract met de opvolger.''

Vervolgens kan het bedrijf voor de overdracht een deel van het bedrijfskapitaal in de vorm van dividend uitkeren aan de verkopende aandeelhouder, dat wil zeggen: aan de vertrekkende ouder. Het moet wel geloofwaardig blijven. Claassen: ,,De kip mag geplukt worden, maar niet helemaal kaal. De bank, en ook leveranciers die op rekening leveren, willen dat er een bepaald buffervermogen in het bedrijf blijft.''

In het algemeen koopt de opvolger de aandelen van het bedrijf via een personal holding of een koopholding. ,,De financiering gaat via de inbreng van eigen vermogen van de overnemer of van derden, en via bancaire leningen, waarbij gebruikgemaakt kan worden van de leencapaciteit van het over te nemen bedrijf.'' Hierbij moet wel rekening worden gehouden met een aantal wettelijke restricties, en als vuistregel geldt dat de leningen die aan de koopholding worden verstrekt binnen drie tot zes jaar moeten worden afgelost. ,,Als bank vinden we het plezierig als kinderen er zelf ook geld in stoppen. Dat bedrag moet een bepaalde commitment uitstralen, ze mogen er best een uurtje van wakker liggen. Maar niet een hele nacht, de opvolger moet niet in een kramp komen. Hij moet ondernemer blijven.''

De ouder kan een deel van de verkoopprijs verschuldigd laten. ,,Vader zegt: mijn prijs is 100. Ik wil tenslotte ook een reële prijs voor de andere kinderen. Maar ik stop gelijk weer 30 terug in het bedrijf.'' De vorm waarin dat gebeurt heeft wel wat consequenties. ,,Doet hij het in de vorm van aandelen, dan blijft hij aandeelhouder in het bedrijf van zijn zoon of dochter. Er zijn legio verhalen bekend van de directeur die op dinsdagavond om zeven uur afscheid nam, en op woensdagochtend weer achter hetzelfde bureau zat om dezelfde dingen te doen. In deze constructie heeft hij nog meer moeite om afstand te doen van zijn baby.''

De oplossing: laat het een lening zijn. Die kan ofwel afgelost worden, ofwel verrekend worden door schenkingen die ouders jaarlijks belastingvrij, of tegen een gematigd tarief, aan hun kinderen mogen doen. ,,Het grote voordeel van de leenconstructie is, dat vader zich er niet meer mee hoeft te bemoeien, en toch een bijdrage levert aan de financiering van de overdracht. Maar ook dán blijft het zakelijke met het emotionele verbonden. En dat heeft wederzijds invloed. Zakelijk is het net een rekensom: het klopt of het klopt niet. De emotionele kant van de zaak vergt minstens zoveel aandacht. Al gaat het ook heel vaak goed: je krijgt maar één keer de kans om je bedrijf over te dragen, anders is het voor een generatie verprutst.''

Van den Berg senior wil graag nog een tijd bij het bedrijf betrokken blijven, de overdracht zal geleidelijk plaatsvinden. ,,Bij overname buiten de familie zou je vrij snel buiten de dagelijkse werkzaamheden gezet worden. Het is prettig te weten dat je kinderen je als een adviseur zullen blijven zien.'' Nathalie wil dat ook graag. ,,Door de ervaring die je daarmee in de zaak houdt, heeft dat zeker een meerwaarde. Ik ben er wél voor dat het over vijf jaar niet meer nodig is dat hij blijft werken. Alle activiteiten moeten dan bij anderen liggen. Dus hij zou er bijvoorbeeld puur voor de commerciële activiteiten moeten zijn, niet meer voor de operationele.'' Ze verwacht dat haar vader uiteindelijk voldoende afstand kan nemen. ,,Als de kogel eenmaal door de kerk is. Maar dat is nu nog moeilijk voor te stellen. Hij heeft een enorme passie voor de zaak.''