Wandelen kan kans op terugkeer van borstkanker halveren

Borstkankerpatiëntes die na hun medische behandeling regelmatig wandelen, verhogen daarmee hun kans om de kanker uiteindelijk te overleven. Wie dagelijks of om de dag een uur wandelt halveert bijna haar sterftekans. Eén tot drie uur wandelen per week heeft minder effect en verlaagt de sterftekans met 20 procent. Behalve wandelen helpt ook andere matig intensieve lichaamsbeweging. Het gaat om borstkankerpatiëntes die op het moment van hun behandeling nog geen uitgezaaide kanker hadden (Journal of the American Medical Association, 25 mei).

Het gunstige effect van bewegen op het overleven van borstkanker blijkt uit de beroemde Nurses Health Study, een vanaf 1976 lopend onderzoek onder ruim 120.000 Amerikaanse vrouwelijke verpleegkundigen. Bij het begin van het onderzoek waren zij 30 tot 55 jaar oud. Zij vullen om de twee jaar vragenlijsten in over hun leefgewoonten en hun gezondheid. Van hen kregen er van 1984 tot 1998 bijna 4.500 borstkanker. Vrouwen die op het moment van diagnose al uitgezaaide borstkanker hadden, mochten aan dit onderzoek niet meer meedoen. Anderen trokken zich terug uit het onderzoek. Het lot van de resterende 3.000 werd voor dit onderzoek gevolgd. Zij meldden of na behandeling de kanker weg bleef of weer terug kwam. De onderzoekers hielden bij wie er overleed. Uit de leefgewoonte-enquêtes was bekend hoeveel tijd de (ex-)patiëntes aan lichaamsbeweging en sport besteedden.

Van de 3.000 vrouwen met de relatief gunstige vorm van borstkanker (niet uitgezaaid op het moment van diagnose) stierven er 463, in de onderzoeksperiode die tot in 2002 duurde. Een flink deel van die overledenen was als gevolg van de borstkanker gestorven. Bij 370 vrouwen had in de jaren na de behandeling de borstkanker de kop weer opgestoken. Om het verband tussen lichaamsbeweging en de terugkeer van de kanker vast te stellen werden de gegevens gecorrigeerd voor andere factoren die in vloed hebben op de terugkeer van borstkanker.

Borstkanker is niet één ziekte. Er zijn veel verschillende typen tumoren. Het zoeken naar subtypen van de ziekte en de invloed va lichamelijke inspanning daarop werd bemoeilijkt doordat de aantallen patiëntes in de subgroepen klein zijn. Daardoor stijgt de kans dat een meting sterk door het toeval wordt beïnvloed. Duidelijk is wel dat tumoren waarvan de groei door de geslachtshormonen oestrogeen en progesteron wordt beïnvloed beter wegblijven bij vrouwen die bewegen. Er was geen verschil tussen rustig bewegen en intensief sporten. Dus wandelen is net zo goed als hardlopen. Het effect was voor iets te dikke vrouwen net zo groot als voor vrouwen met normaal gewicht, maar groter voor vrouwen die echt te dik zijn. Deze vrouwen hadden een gemiddelde energie-inname van 1700 tot iets meer dan 1800 kilocalorieën per dag, variërend per `wandelgroep'. Iets meer dan de helft werd in de onderzoeksperiode meer dan 2 kilo zwaarder.