Starfucker

Wiegertje Postma (18) wil een artiest, maar ze heeft waarschijnlijk te weinig trauma's om er een te krijgen

Ik sta zo dichtbij dat ik hem zou raken, als ik met een beetje overtuiging in zijn richting zou spugen. Ik ben geen ster in spugen. Meestal komt het op mijn kin terecht, of op mijn schoenen. Ik doe het daarom ook niet zo vaak. Maar als ik echt mijn best zou doen, zou ik hem raken. Ik spuug niet, natuurlijk. Ik kijk, en ik doe dansjes. Beide alsof het uitblijven van de apocalyps afhankelijk is van de vurigheid van mijn blik en moves. Hij is de keizer van het podium. Hij trommelt, danst, doet iets met een gitaar, zingt zo nu en dan wat. En dit alles met stijl. En zweet. Niet van dat vieze stroompjeszweet, maar van dat soort waarvan de glinsterende aanblik een brute, beestachtige lust in een mens opwekt. Ik wil hem. Laat dat duidelijk zijn.

Plotseling merk ik dat hij me aankijkt. Ik kijk naar hem, hij kijkt naar mij. Terstond verklaar ik hem de zuiverste liefde door met mijn vingers een hartje te vormen, en die naar hem op te steken. Hij glimlacht terug. We dansen door. Het is een uitgemaakte zaak: als hij straks na het optreden de zaal van Paradiso nog even inkomt en het van me vraagt, zal ik geen moment twijfelen. Als hij het van me vraagt, verkoop ik al mijn bezittingen en reis ik hem achterna op zijn tour. Waar hij ook gaat, ik zal met hem meereizen. Voordat zijn band optreedt, zal ik zelfgemaakte armbandjes en kralenkettingen verkopen op het parkeerterrein. De concerten woon ik vanaf de zijkant bij. Hij zal hun volgende cd aan me willen opdragen. Ik zou hem met een zachtaardig knijpje in zijn hand laten weten dat een bedankje in het bijgaande boekje al genoeg is. We zouden gelukkig zijn.

Maar hij komt natuurlijk niet. Hij vraagt niks van me. Hoewel het pijn doet, zowel in mijn hart als in mijn nog vier uur hoopvol doordansende benen, zat de kans erin dat hij ons Moment zou vergeten. Ik ben ook gewoon maar een meisje. Hij daarentegen, is een artiest, en die zitten vaak toch wat ingewikkelder in elkaar. Die peilloze diepten die ze bezitten, daar worden ze juist zo fascinerend van. De combinatie van kolkend talent en een ongepolijst soort nonchalance, die de seks vanaf het podium de zaal in doet spatten. Dat maakt dingen in me los waarvan ik me het bestaan oorspronkelijk niet bewust was. En het spijt me voor al het degelijke vriendjesmateriaal dat het romantisch vindt om een rode roos te kopen voor iedere dag die we samen zijn, maar ik kan je garanderen dat je zonder enig erbarmen verlaten zult worden zodra iemand zich aandient die een hartverscheurend nummer kan schrijven, waarin mijn schoonheid bezongen wordt. Dat hij er dan wel uitziet alsof hij een beetje stinkt, dat doet er dan niets meer toe.

Ik moet dus een artiest. Hoe ik hem ga strikken, blijft echter nog maar zeer de vraag. Nooit heb ik jeugdtrauma's opgelopen die mogelijk een basis zouden kunnen zijn voor een diep wederzijds begrip tussen zo'n kunstenaar en mij. Ik kom uit Epe, niet uit New York. Ik hecht aan persoonlijke hygiëne, en ben te makkelijk te doorgronden om als iemands muze te dienen. En toch. Niets is uitgesloten. Ik heb een hoop liefde te geven, en ik kan goed armbandjes vlechten. Als iemand dat nou maar een keer opvalt. Iemand op een podium.