Speelse Indiase dans van Rosas

Propvol en plakkerig heet is het in Les Halles de Schaerbeek, waar Rosas' nieuwste werk in het kader van het Brusselse FestivaldesArts wordt opgevoerd. De gordijnen zijn geopend en bleek avondlicht schijnt op het brede witte podium waar danseres Elizaveta Penkóva met een meditatief zachte handbeweging de dans van start doet gaan. Een Indiase raga Mian Malhar – op band gezongen door Sulochana Brahaspati – begeleidt haar. Het is een uur durend melancholisch lied waarin met beelden van wolken, donder, bliksem en regen de pijn over de scheiding tussen geliefden wordt bezongen.

Het spreekt voor zich dat Anne Teresa De Keersmaekers Raga for the Rainy Season verwijzingen naar de klassieke Indiase dans kent: in de energieke diepe kniebuigingen en het daaruit opveren bijvoorbeeld, en in het gebruik van sierlijke handbewegingen. Toch zijn die laatste geen letterlijke kopieën van de mudra's – de symbolische gebaren in de Hindoe-dans – maar een speelse interpretatie ervan. Zoals de gehele choreografie voor acht vrouwen en een man westerse moderne dans is – met het eigen Rosas-dansvocabulaire – die vanuit een oosters spirituele invalshoek is gemaakt.

Die oosterse toonzetting bepaalt in toenemende mate de sfeer, kleur, gevoeligheid, uitstraling in De Keersmaekers werk. Dit door de tao leer ingegeven perspectief laat overigens nog wel ruimte voor de `oude' De Keersmaeker. Soms draven de danseressen – waaronder oudgediende Fumiyo Ikeda – als ondeugende jolige meiden met de witte rokken in de handen over het podium, vallen ze hysterisch in katzwijm of trekken gekke bekken. Net als de raga bezit de choreografie een doorlopende basisstructuur – een ruitvorm – waaruit de danseressen solistisch kunnen losbreken. Het tempo versnelt gaandeweg, wat de dans steeds levendiger maakt.

Het slot is zelfs spectaculair: Elizaveta Penkóva duikt en rolt vervaarlijk, als een boeddhistische novice die aan de rand van de kloof krachtige verdedigingsoefeningen leert. Het natuurlijke invallende licht is in dit uur ongemerkt vervangen door goudkleurig kunstlicht – wat de impressie van een ondergaande zon in avondlijk India mooi versterkt.

Dynamisch vanaf de eerste pas en noot is de tweede choreografie A Love Supreme, gezet op John Coltranes beroemde vierdelige jazzsuite uit 1965. Deze is door De Keersmaeker bewerkt tot fijnzinnig danskwartet, waarbij het lijkt of elk van de dansers een instrument voor zijn of haar rekening neemt. Ronduit virtuoos is Cynthia Loemij. Als equivalent van Coltranes saxofoonspel schuurt ze rakelings langs de anderen, slingert soepel haar lijf in cirkels en ovalen, siddert en schudt, rekt haar passen uit tot het uiterste, jamt even met Sanchis, gaat een prikkelend duel aan met Moya Michael en balanceert op het scherpst van de snede. Vooral Loemijs dans, een meesterlijke combinatie van structuur en improvisatie, benadert Coltrane expressieve kracht. De pittige Zuid-Afrikaanse Michael legt een sensuele warmte in haar `partij', de Spaanse Salva Sanchis – co-auteur voor beide choreografieën – danst helder en stralend, conform McCoy Tyners pianospel.

De enige die niet cool genoeg danst, is Igor Shyshko. Zijn armen roffelen wel hard op Elvin Jones' fabuleuze drumsolo, maar zijn slungelige motoriek en mystieke oogopslag staan mijlenver van Coltrane af.

Voorstelling: Raga for the Rainy Season / A Love Supreme. Door: Rosas. Choreografie: Anne Teresa De Keersmaeker i.s.m Salva Sanchis. Gezien: 25/5 in Les Halles te Brussel. Tournee internationaal t/m 15/4. Schouwburg Rotterdam: 26, 27/11, Muziektheater Amsterdam 12, 14 en 15/4/2006. Inl.: www.rosas.be