Rabarber-moeheid

Veel mensen hebben een of twee rabarberplanten in de tuin. Zij weten zich vaak geen raad met de hoeveelheid rabarberstelen die zich aandient in de loop van het seizoen.

Na compote, jam, taart, crumble en nog eens jam of compote, begint de rabarbermoeheid in menig huishouden toe te slaan. Van die overvloedige rabarberstelen een Indiase chatni maken is een optie. Dan worden al die stelen benut en kan er de hele winter worden genoten van dat pikante Indiase condiment. Bereiding: Snijd de rabarberstelen in korte stukjes. Rooster het mosterdzaad in een gesloten droge pan op een halfhoog vuur tot de zaadjes vrijwel niet meer `knetteren'; doe ze over in een ruwstenen vijzel. Verwijder het vliesje en de groene kern van de knoflook. Wrijf knoflook en mosterdzaad fijn in de vijzel. Snijd de plakjes gemberwortel in smalle reepjes en vervolgens in hele fijne stukjes. Doe hetzelfde met de gedroogde abrikozen maar zorg dat de stukjes iets grover zijn. Halveer de Madame Jeanette overlangs, verwijder de zaadjes en snijd het stukje peper fijn; gebruik daarbij keukenhandschoenen vanwege de brandende werking van de capsaïne in vruchtvlees en zaadjes. Doe de rabarber in een pan met geëmailleerde binnenkant of met anti-aanbaklaag. Voeg de azijn toe en roer abrikozen, gemberwortel, Madame Jeanette-peper, rietsuiker en de geurige, donkere pasta uit de vijzel door de rabarber. Breng het geheel aan de kook en laat het in de gesloten pan 20 minuten op een laag vuur koken. Neem het deksel van de pan en kook de chatni, onder regelmatig omroeren, nog 20-25 minuten tot een dikke massa is verkregen. Doe de chatni over in uitgekookte glazen jampotten, doe het deksel erop en laat de potten enkele maanden staan op een koele en donkere plaats zodat dit condiment goed op smaak kan komen. De kerstkalkoen houdt wel van een dotje van deze chatni.

Voor 2 jampotten:

500 gram rabarberstelen, in stukjes

2 eetlepels zwart mosterdzaad (Indiase of gespecialiseerde kruidenwinkel)

4 kleine tenen knoflook, overlangs gehalveerd

4 schijfjes geschilde gemberwortel

1 rode madame Jeanette (of 1 rood cayennepepertje)

8 gedroogde Turkse abrikozen

200 gram rietsuiker

3 dl rodewijn-azijn (of ciderazijn)

1 flinke mespunt (zee)zout