Patricia (2)

Maartje Duin ontmoet de gelovige zoon van een ongelovige juf in gelovig Texas

Wat er precies gebeurd is toen haar zoon terug kwam uit New Mexico, weet Patricia niet. Misschien wil ze het ook niet weten. Patricia is de lerares op Abilene High School over wie ik vorige week schreef. Ze belichaamt alles waartegen de predikanten in de kerken en op de billboards van het plattelandsstadje tekeergaan: feminisme, intellectualisme, homoseksualiteit.

Haar zoon Paul heeft ze altijd zo vrij mogelijk gelaten. Hij mocht lezen wat hij wilde, naar de muziek luisteren die hij mooi vond. Terugkijkend op zijn opvoeding snapt ze nog steeds niet wat ze verkeerd heeft gedaan. ,,Hij heeft zo'n soort ervaring als president Bush gehad'', zegt ze huiverend. ,,Hij zegt dat hij born again is. Nu stemt hij Republikeins, gelooft hij in wonderen en gaat hij naar Thailand om de boeddhisten te bekeren.''

Een dag nadat ik Patricia heb gesproken, ontmoet ik Paul. Een jongen van vierentwintig met een ringbaardje, sandalen en net zo'n sympathiek gezicht als zijn moeder. Hij heeft zijn vrouw meegenomen, ook op sandalen.

Opgroeien als atheïst in Abilene was lastig, zegt Paul. Hij had vaak ruzie met de christenen op school, voelde zich eenzaam. Na zijn eindexamen vertrok hij naar Santa Fe, New Mexico. Een hippiestad, hij zou zich er vast thuis voelen. En in het begin had hij het er ook best naar zijn zin. Hij experimenteerde met drugs. Ontmoette joden, sikhs, boeddhisten. Liet een Ohm-tatoeage op zijn rug zetten. Maar echt gelukkig was hij niet.

Toen hij een zomer terug was in Abilene en een bijbaantje had in een Mexicaans restaurant, ontmoette hij een meisje. Een leuk meisje. Leah vertelde hem dat zij was gered door de Heilige Geest en naar de Fountaingate Fellowship, een ,,charismatische'' kerk ging. Daar ging het heel anders aan toe dan bij de stijve baptisten. Er speelde een rockband, de mensen gingen in spijkerbroek naar de dienst en werden zo bevangen door de Heilige Geest dat ze in tongen spraken.

Paul had nog nooit van de stroming gehoord. ,,Ik wilde er meer over leren, zodat ik haar die onzin uit het hoofd kon praten.'' Maar het gekke was: elke keer als hij stoned de bijbel begon te lezen, werd hij nuchter. En in de weken die volgden, gebeurden er nog een paar dingen die hij niet kon verklaren. Nu weet hij dat dat wonderen waren, dat God wilde dat hij zijn leven omgooide.

Paul nam een besluit: van nu af aan was Jezus zijn Heer. Van de ene op de andere dag stopte hij met roken. Zijn hiphop-albums deed hij de deur uit. ,,Opeens hoorde ik hoe die rappers zwelgen in hun apathie, hoe ze zich op de borst slaan dat het ze allemaal niets kan schelen. Waarom zou ik dat allemaal naar binnen laten komen?'' Een paar jaar later was hij getrouwd met het meisje dat hij ontmoette in de hometown waar hij zo graag van weg wilde lopen.

,,Mijn moeder denkt dat we conservatief zijn geworden, maar zo zien wij het niet. Wij hebben op Bush gestemd omdat we Kerry niets vonden. Anders hadden we misschien op Dean gestemd.'' Tegen Patricia's homoseksualiteit heeft hij ook niets. Wel vraagt hij zich af of ze echt gelukkig is met haar vriendin, en met dat voortdurende vragen stellen van haar, dat ze humanisme noemt. ,,Wij zijn tegen relativisme'', zegt Leah. ,,Niet dat we boeddhisten slechteriken vinden, maar je kunt niet zeggen: iedereen heeft een beetje gelijk. Er is maar één waarheid, dat is Jezus.''

De American Dream wijzen ze af. ,,Je werkt je je hele leven het schompes en waarvoor? Voor een goed pensioen. Degene die sterft met het meeste speelgoed, wint. Wij willen leven met een doel.''

Waar ze zich het meest over opwinden? Nepchristenen. Daar zijn er een hoop van in Abilene. Die schreeuwen over abortus en over Terri Schiavo, maar ondernemen niets tegen sociale ongelijkheid. ,,Ik ben blij dat ik daar niet bij hoor'', zegt Paul. Het is iets van de oudere generatie, zegt Leah. ,,Onze generatie heeft behoefte aan een kerk die naar de mensen toe gaat. Niet een kerk die zegt: zo is het, en kom maar naar ons.'' De Fountaingate Fellowship groeit. Toen Paul zich er vorig jaar bij aansloot, waren er 300 leden. Nu is dat aantal bijna verdubbeld.

Paul en Leah zijn missionarissen. In juni gaan ze voor twee jaar naar Thailand om prostituees op te vangen en te bekeren. ,,Sommige mensen zien onze missie als manipulatief. Maar wij gaan het de mensen niet door de strot duwen, we brengen ze liefde.'' Hun reis- en verblijfskosten worden betaald door de christenen uit de buurt. Patricia betaalt ook een beetje mee.