Paramilitair Colombia na klopjacht aangehouden

In Colombia is Diego Murillo aangehouden na een ongekende klopjacht. De gezochte man is paramilitair, drugsbaron, vredesonderhandelaar en oud-lijfwacht van Pablo Escobar.

Een grootscheepse klopjacht op een van 's lands voornaamste schurken heeft het toch al broze vredesproces in Colombia in groot gevaar gebracht. Op last van de Colombiaanse president Álvaro Uribe waren zo'n tweeduizend agenten en soldaten het reservaat binnengevallen waar paramilitaire leiders al ruim een jaar met hun troepen verblijven in afwachting van een definitieve vredesregeling.

In het 368 vierkante kilometer grote vrijstaatje waar veertien ultrarechtse paramilitaire commandanten met vijfhonderd manschappen wonen, heeft de politie met hulp van helikopters en verkenningsvliegtuigen één hun belangrijkste leiders aangehouden. Het gaat om Diego Murillo, beter bekend onder zijn strijdnaam generaal Adolfo Paz. ,,De zone mag niet gelden als een paradijs van straffeloosheid'', aldus een verklaring van de president.

Murillo wordt ervan verdacht vorige maand het parlementslid Orlando Benítez, diens zus en een medewerker uit de provincie Córdoba te hebben laten vermoorden.

Door de zoekactie die zich heeft uitgestrekt over grote delen van het land dreigt de wapenstilstand tussen de Colombiaanse overheid en de ongeveer twintigduizend strijders tellende paramilitairen verenigd in het AUC (Autodefensas Unidas de Colombia) te worden verbroken. Murillo is een voormalige lijfwacht van de legendarische drugsbaron Pablo Escobar in Medellín. Hij keerde zich tegen zijn baas die mede dankzij zijn tips aan de Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA in 1993 werd doodgeschoten.

De 44-jarige Murillo vulde in eigen land het gat in de drugsmarkt en groeide uit tot een nog grotere cocaïnehandelaar dan Escobar. Uiteindelijk vormde hij zijn eigen drugsleger om tot een paramilitaire groep die het opnam tegen linkse guerrillastrijders. In november 2003 was hij de eerste paramilitaire leider die na overleg met de Colombiaanse regering zich `overgaf'. In totaal 868 strijders van zijn Bloque Cacique Nutibara – die rond de stad Medellín de dienst uitmaakten – legden de wapens neer in afwachting van een definitieve vredesregeling.

Volgende maand stemt het Colombiaanse parlement over een vredeswet. De paramilitaire leiders kunnen dan na een gevangenisstraf van een paar jaar en het bekennen van hun misdaden in de maatschappij terugkeren als normale burgers. De paramilitairen namen in de jaren tachtig de wapens op tegen guerrillastrijders omdat ze zich door de overheid in de steek gelaten voelden. Ze ontwikkelden zich echter tot net zulke criminele organisaties als hun tegenstanders.

Mensenrechtengroepen hebben de afgelopen maanden geprotesteerd tegen de amnestieregeling omdat die te mild zou zijn. Maffialeiders doen zich in hun ogen voor als politieke verzetsleiders in de hoop te kunnen profiteren van een vredesregeling. Slachtoffers wordt zo geen recht gedaan en de paramilitairen zouden hun door drugshandel verworven inkomen kunnen behouden. De jacht op Murillo is algemeen toegejuicht.

Murillo heeft zich na de klopjacht die vier dagen duurde, uiteindelijk zelf overgegeven. Op de Colombiaanse televisie zijn beelden getoond van de paramilitair in een spijkerbroek en een witte poncho. Hij werd omringd door een tiental politieagenten maar droeg geen handboeien.

Murillo loopt na een eerdere aanslag van een concurrent uit de onderwereld mank en heeft een rechterkunstvoet. Voor de aanvang van het vredesproces verklaarde hij nog ,,geen enkele dag gevangenisstraf'' te zullen accepteren. Hij staat bovendien hoog op een lijst van Colombiaanse drugshandelaren die de Verenigde Staten uitgeleverd willen hebben.

In Medellín worden de recente verwikkelingen met angst en beven gevolgd. Een paar uur na het openen van de klopjacht legden buschauffeurs in de stad het werk neer na telefonische bedreigingen van aanhangers van Murillo. Nieuw geweld wordt gevreesd. In Medellín daalde het aantal moorden de afgelopen jaren als gevolg van het vredesproces juist spectaculair. Van 3.500 moorden in 2002 tot slechts 1.075 vorig jaar.

Vooruitlopend op de mogelijke arrestatie van Murillo liet een van de paramilitaire leiders, de politieke ideoloog Ernesto Baez, weten dat de para's ,,ondanks een ingewikkelde crisis'' voorlopig het vredesproces blijven steunen. Hij waarschuwde echter niet te kunnen instaan voor de vierduizend strijders van Murillo. Die zouden alleen bevelen van hun baas accepteren. Op zijn hoofd stond een beloning van omgerekend ruim een miljoen euro.