Minimale bagage

TIEN JAAR lang heeft het onderwijs geworsteld met de vraag: wat moeten alle leerlingen aan het eind van de leerplichtige leeftijd kennen en kunnen om als volwaardig burger in onze maatschappij te functioneren? Het antwoord op deze vraag werd vastgelegd in de vorm van 15 schoolvakken. Dat bleek voor veel leerlingen al vlug te veel. Daarom werd het aantal vakken verminderd, de eisen per vak werden verlaagd, vervolgens mochten de scholen zelf de eisen bepalen en ten slotte werd de onderneming, Basisvorming geheten, afgeblazen.

December 2003 wijdde Kees Schuyt in zijn column in de Volkskrant aandacht aan dit mislukte avontuur. Hij sloot die af met: ``De vraag wat iedereen in de huidige maatschappij moet kennen en kunnen, en over welke morele bagage alle leerlingen minimaal moeten beschikken, blijft even actueel als lastig. Daar moet veel energie en didactisch vernuft in gestoken worden. [...] Wanneer kan iemand echt goed lezen, schrijven, rekenen en welke minimale kennis van natuur en techniek zijn voor iedereen noodzakelijk? Horen sociale vaardigheden, agressiebeheersing en moreel oordeelsvermogen tot de minimale bagage? Ik zou zeggen van wel.

De basisvorming mag niet uitsluitend cognitief worden ingevuld en moet op ieders eigen niveau en in ieders eigen schoolomgeving vorm en inhoud krijgen. Het onderwijs is veel te belangrijk om het aan politici over te laten. Geef de basisvorming, binnen een ruime marge van vrijheid en verantwoordelijkheid, eindelijk eens aan de leerkrachten en hun leerlingen.''

Wie zal het niet eens zijn met deze mooie woorden, maar wat houden ze in feite in? Als je meent dat sociale vaardigheden, agressiebeheersing en moreel oordeelsvermogen tot de minimale bagage behoren dan zul je moeten vastleggen wat je daarmee bedoelt, welke eisen dat met zich meebrengt. Maar als je tevens vindt dat de basisvorming moet worden teruggegeven aan de leraren en de leerlingen, zul je dat vastleggen alleen maar in heel algemene termen kunnen doen. Met als resultaat vanzelfsprekende, algemeen erkende normen en waarden waar je, voor wat betreft de invulling, alle kanten mee opkunt, wat ook de bedoeling is want de basisvorming moet aan de leraren en de leerlingen worden teruggegeven. Het resultaat kan niet anders zijn dan het opstellen van heilloze lijstjes nietszeggende open deuren.

Het lijkt me niet verstandig daar veel energie en didactisch vernuft in te steken, zoals Schuyt bepleit. Onderwijs, zeker waar het gaat om niet-cognitieve doelen, om opvoeden dus, wordt niet gemaakt door vernuftige lieden vanachter tekentafels, maar door leraren in hun klaslokaal. Volwassenen in een rol waarin zij verantwoordelijkheid dragen voor jongeren, zullen dat opvoeden in ruimere zin ook altijd nastreven, maar de situatie moet dit wel mogelijk maken. Als gevolg van de schaalvergroting met name in het vmbo hebben we de leerlingen die de meeste persoonlijk aandacht nodig hebben ondergebracht in anonieme leerfabrieken. Ook de kleine zorgzame instellingen voor jongeren met ernstige gedragsproblemen, hebben we in die fabrieken laten opgaan. Met als gevolg dat de leraren daar hun handen vol hebben aan het bezweren van excessen.

Geef de basisvorming terug aan de leraren en de leerlingen? Nee, geef de zorg voor de jongeren weer terug aan de leraren. Zorg dat hun werkomstandigheden dit mogelijk maken, zorg dus voor een kleinschalige omgeving, een goed geoutilleerd en schoon gebouw, kleine groepen en duidelijke regels, dan gebeurt vanzelf wat wij met Kees Schuyt allemaal willen, namelijk dat er aandacht wordt besteed aan zaken als sociale vaardigheden, agressiebeheersing en moreel oordeelsvermogen.

lgm.prick@worldonline.nl