Meer bedrijven zijn buitenlands bezit

Het aantal Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen is vorig jaar met 4 procent gestegen tot 5.300. De toename is vooral een gevolg van overnames van Nederlandse bedrijven door buitenlandse spelers.

Dat blijkt uit gisteren gepubliceerde cijfers van het Commissariaat voor de Buitenlandse Investeringen (CBIN), de dienst van het ministerie van Economische Zaken die buitenlandse bedrijven naar Nederland moet halen. De dienst registreert alleen de gegevens van bedrijven met vijf of meer werknemers.

Bijna 550.000 Nederlandse werknemers werkten vorig jaar voor een buitenlands bedrijf. Dat is 30.000 meer dan in 2003, een stijging van 6 procent. Drie grote overnames namen een aanzienlijk deel van deze toename voor hun rekening: die van luchtvaartmaatschappij KLM, detailhandelsconcern Vendex KBB en uitgever PCM.

Banen bij productie- en assemblagebedrijven zijn goed voor ruim een derde van alle banen bij buitenlandse bedrijven in Nederland. Het gaat bij elkaar om 1.392 bedrijven met 196.000 arbeidsplaatsen. Hiervan rekent het CBIN 82.000 banen (41 procent) tot de zogeheten `maakindustrie'. Deze sector is dankzij vrachtwagenbouwer DAF en autoproducent NedCar – beide in buitenlandse handen – oververtegenwoordigd in Brabant en Limburg.

Kantoorfuncties vormen eveneens een derde van het aantal banen bij buitenlandse bedrijven. Nederland telt ruim 400 hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven. Samen hebben deze bedrijven bijna 93.000 banen. Ruim 1.300 buitenlandse bedrijven hebben een verkoopkantoor in Nederland. Dat levert weer ruim 107.000 banen op. Distributie- en groothandelsbedrijven leveren één op de vijf banen, 106.000 in totaal.

De Randstad huisvest driekwart van alle vestigingen van buitenlandse bedrijven in Nederland. De meeste buitenlandse moederbedrijven, 1.600, zitten in de Verenigde Staten, gevolgd door Engeland en Duitsland.