Lopen in de schaduw van de dood

De ziel van Kenenisa Bekele (22) is gekerfd. De Ethiopische loper verloor begin dit jaar zijn vriendin. Sindsdien doet succes er niet meer toe. ,,De rest van mijn leven zal ik rouwen.''

Kenenisa Bekele is veranderd. De ingetogen, wat schuwe jongen uit Ethiopië die zelfs na het behalen van een olympische en wereldtitel slechts minzaam kon lachen, bleek deze week bij aankomst in Nederland plotseling een vrolijke, spraakzame atleet te zijn.

Zelfs zijn melancholische blik heeft plaatsgemaakt voor een open, olijke gezichtsuitdrukking. Een even opmerkelijke als onverwachte metamorfose van iemand die een groot verdriet met zich meedraagt. Want 's werelds beste langeafstandsloper op de baan rouwt nog steeds om de dood van zijn 18-jarige vriendin Alem Techale, bijna vijf maanden geleden.

Bekele's manager Jos Hermens was het al eerder opgevallen dat de meervoudige wereldrecordhouder de verlegenheid van zich heeft afgeworpen. De Nederlander zoekt de verklaring in de toegenomen devotie van Bekele, die zijn toevlucht tot het geloof heeft genomen. Sinds de dood van zijn vriendin – een talentvolle 1.500-meterloopster – speelt de Koptische christelijke religie een dominante rol in het leven van Bekele. Hermens: ,,In maart bij de WK cross-country in Frankrijk zag ik voor het eerst een bijbel op zijn nachtkastje liggen en hoorde ik hem naar religieuze muziek luisteren. Voorheen sprak hij zelden over het geloof. Maar hij zoekt er nu steun in.''

Na het verlies van zijn dierbaarste bleek het geloof Bekele's enige houvast. De atleet: ,,In het begin was ik erg in de war en wist ik niet wat ik moest doen. Voor Alems overlijden bestond voor mij de dood niet; dat was iets voor oude mensen. Maar deze ervaring heeft mijn leven op de kop gezet. Ik kijk heel anders tegen mijn bestaan aan en leef bij de dag, want ik weet dat het morgen plotseling afgelopen kan zijn, hoe rijk of hoe goed je ook bent.''

Bekele heeft niet overwogen het geloof af te zweren, zoals na zo'n ingrijpende gebeurtenis ook had kunnen gebeuren. ,,Integendeel, ik heb al mijn hoop op het geloof gevestigd. Ik heb daar geen moment aan getwijfeld. Het is aan God over ons te beslissen. De dokteren konden geen oorzaak voor Alems hartstilstand vinden. Dan betekent het dat God dit heeft gewild.''

Echt genieten van een mooie prestatie kan Bekele sindsdien niet meer. ,,Toen Alem er was, beleefde ik een gewonnen wedstrijd heel intens. Dat euforische gevoel bleef ook lang hangen. Nu ben ik even blij. Zodra ik besef dat zij er niet meer is, verdwijnt de vreugde over een goede prestatie. Omdat ik nog steeds veel verdriet heb, is het een ander soort plezier geworden, korter en minder hevig. Alles wat ik doe, roept herinneringen op aan Alem. Voor buitenstaanders lijkt het of ik mijn leven op de vertrouwde manier heb opgepakt, maar dat is schijn. Ik lach, eet en train, maar blijf van binnen erg verdrietig. De rest van mijn leven zal ik rouwen. De beste remedie is door te gaan met de dagelijkse bezigheden. En met hardlopen, want daar ben ik goed in. Maar grote doelen streef ik niet meer na. Ik blijf aan wedstrijden deelnemen en zie wel tot welke resultaten dat leidt.''

Tot verbazingwekkende successen, bleek eind maart bij de WK cross in Saint-Etienne. Terwijl de ontreddering hem nog in de greep had, hij midden in een vastenperiode van veertig dagen zat en zich slechts twee weken serieus op de titelstrijd had kunnen voorbereiden, werd Bekele wereldkampioen op zowel de korte als de lange cross. Hij veroverde `de dubbel' voor de vierde keer op rij, een prestatie van ongekend formaat.

Volgens Hermens overtrof Bekele met die prestatie in Frankrijk zelfs het winnen van de olympische titel op de 10.000 meter, vorig jaar zomer bij de Spelen in Athene. ,,Maar die jongen heeft zó veel talent, dat ik nergens meer van sta te kijken.'' Bekele zelf was niet minder verrast over zijn dubbelslag. ,,Ik had gehoopt op één overwinning, maar was stomverbaasd dat ik beide titels won.''

En zo wekte Bekele tegenover de buitenwereld de indruk dat er niets was veranderd, terwijl de kerven in zijn ziel nog vers waren en nare herinneringen opriepen aan die vierde januari, de dag dat zijn vriendin stierf. Zoals vaak trainden ze toen samen in het bos van een buitenwijk in Addis Abeba. Alles verliep normaal, tot Alem zich plotseling krimpend van de pijn moest vasthouden aan een boom om overeind te blijven. Bekele zag onmiddellijk de ernst van de situatie in, alarmeerde twee passerende lopers, die hem hielpen zijn vriendin naar de auto te brengen. Bij aankomst in het ziekenhuis kon de arts niet anders dan de dood vaststellen van de vrouw met wie Bekele op 8 mei in het huwelijk zou treden.

De verslagenheid en de ontnuchtering waren groot, evenals de tegenstelling in Bekele's leven. Bekele werd kort voordien nog gehuldigd als `atleet van het jaar' voor zijn olympische titel op de 10.000 meter en het zilver op de 5.000 meter, zijn voor de derde keer op rij twee wereldtitels cross en de verbetering van liefst drie wereldrecords. De doorbraak van een superbe atleet was compleet, Ethiopië had een opvolger voor de bij leven al legendarische Haile Gebrselassie.

Maar met het verwerven van status is Bekele niet meer bezig. Al zijn titels, medailles en records zou hij graag willen inleveren voor het leven van zijn vriendin, op wie vele Ethiopiërs jaloers waren. Velen wilden graag net zo close met de volksheld zijn als Alem. De bescheiden Bekele heeft dat altijd vreemd gevonden. Terwijl veel landgenoten spraken van een lucky girl, zei Bekele altijd: ,,Niet zij is de gelukkige vrouw, ik ben de gelukkige man.''

Zo enthousiast als de Ethiopiërs Bekele's successen beleefden, zo intens voelden zij zich betrokken bij de dood van zijn vriendin. Uit het hele land kwamen mensen naar de stad Asela, waar Alem werd begraven. Nadien stroomden de mensen toe om steun te betuigen. Zo zeer, dat Bekele vorige maand besloot Ethiopië te ontvluchten. Hij vertrok naar het Amerikaanse Flagstaff in de staat Arizona, waar hij tot rust kon komen en ongestoord trainen.

Bekele: ,,Wij Ethiopiërs hebben een sterke sociale band. De mensen bleven maar komen en aangezien het de gewoonte is dat je ze een slaapplaats biedt, kwam ik aan een normaal leven niet meer toe. Ik ben nu zes weken in Amerika geweest en hoop bij terugkomst dat de belangstelling is afgenomen. Ik wil niet weg uit mijn land; ik wil mijn volk niet verlaten. En ik stel het op prijs dat de mensen zo meeleven, maar ik hoop dat ze me vanaf nu met rust laten.''

Als het leven eenmaal zijn normale loop heeft genomen, wil Bekele zich gaan bezighouden met sociale projecten in zijn geboorteplaats Bekoji, 230 kilometer oostelijk van Addis Abeba. Samen met sponsors wil hij geld steken in de bouw van een school en de aanleg van een brug over de rivier. Bekele: ,,De brug is nodig, omdat de mensen alleen met de boot of wadend aan de overkant kunnen komen. Dat heeft tot veel doden geleid, vooral kinderen die door de sterke stroming zijn meegesleurd. En de school is een grote wens; de leerlingen moeten nu nog steeds kilometers lopen. Probleem is dat de mensen van mij het geld verwachten. Maar zo rijk ben ik niet. Ik heb sponsors nodig en de hulp van bouwers, die in Ethiopië ook moeilijk te vinden zijn. Ik vind het geen prettige gedachte dat de mensen zo denken. Maar ik wil de inwoners van Bekoji graag helpen. Ik voel me één van hen.''

Want het is nog maar negen jaar geleden dat Bekele als 14-jarige in Bekoji naar de televisie keek en Gebrselassie bij de Spelen in Atlanta goud zag winnen op de 10.000 meter. Hij was diep onder de indruk van die prestatie. Gebrselassie werd zijn held. Bekele wilde ook atleet worden, zonder te beseffen dat hij zijn grote voorbeeld ooit zou verslaan. Hij mocht dan hard kunnen lopen, zoals bij plaatselijk en regionale wedstrijden steeds weer bleek, de kwaliteiten van Gebrselassie leken hem uniek. En hij had zeker niet het gevoel ooit beter te zullen worden.

Wat Bekele toen niet wist, is dat hij een kleine fysieke voorsprong heeft op Gebrselassie. Zijn afzet komt meer uit de dijbenen dan uit de kuiten. En dat maakt Bekele zo uitzonderlijk goed. Maar daarover met hem praten, is moeilijk. Bekele glimlacht als hij wordt gevraagd daar nader op in te gaan. ,,Ik heb geen perfecte loopstijl'', zegt hij dan. ,,En ik voel me evenmin de beste. Als dat al zo is, moeten anderen dat maar zeggen. Ik ben niet beter dan mijn landgenoten Gebrselassie, Seleshi Sihine of Gebre Gebrmariam. Ik heb respect voor andere atleten en wil niemand kwetsen. Ik doe op mijn manier aan sport, maar vind mezelf helemaal niet bijzonder.''

Of toch wel een beetje. Bekele vindt zichzelf mentaal ijzersterk. ,,Ik ben altijd koel, ook voor een wedstrijd. Twijfels ken ik niet. In mijn hoofd wil ik altijd winnen, aan verliezen denk ik niet. Ik ben ook niet bang om te verliezen. Zenuwen ken ik evenmin. Ik ben altijd relaxed en maak tot kort voor de wedstrijd grapjes. Ik voel me ook niet extra gespannen bij een poging een wereldrecord te verbeteren. Ik ga zo hard mogelijk van start en zie wel waar het eindigt. Als het lukt, is het prachtig. En als het niet lukt, vind ik dat jammer. Volgende keer beter.''

In Hengelo doet Bekele morgen bij de Fanny Blankers-Koen Games een aanval op het wereldrecord 10.000 meter, dat met 26.30,31 op zijn naam staat. Het is geen poging die is voorbereid, maar waaraan hij spontaan zal beginnen. Hermens had Bekele nog voorzichtig gevraagd of hij er wel verstandig aan doet. Maar daar wilde de atleet niets van weten. Hermens: ,,Ik opperde om langzaam te beginnen, omdat hij niet de grote vorm heeft. Maar dat is zijn eer te na. Hij wil zo hard mogelijk weg en zien waar het schip strandt. En ik zal niet vreemd opkijken als hij ondanks zijn huidige vorm een wereldrecord loopt. Echt, alles is mogelijk met die jongen.''

En welke waarde hecht Bekele zelf aan een wereldrecord? Weinig, buiten de premie van 45.000 euro dan. ,,Ik vind het leuk voor mensen uit mijn omgeving en voor het Ethiopische volk. Maar voor mezelf vind ik het niet echt belangrijk.''