Kerken

Ja, want het Grondwettelijk Verdrag is een mijlpaal in de geschiedenis van de Europese eenwording. Na meerdere pogingen om de wettelijke basis van de Unie te hervormen, introduceert het Verdrag de herstructurering die nodig is om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarvoor de Unie zich zowel naar binnen als naar buiten gesteld ziet.

Vervolgens versterkt het Verdrag de betekenis van het Europese burgerschap, door de mogelijkheid tot meer inspraak te bieden, door de rol van het parlement te versterken en door een transparantere en efficiëntere procedure te introduceren voor de besluitvorming. Bovendien onderstreept het Verdrag het principe van de subsidiariteit, waardoor beter onderscheiden wordt tussen de competenties en verantwoordelijkheden van de Unie en die van de lidstaten.

Ten slotte waardeert het Verdrag de religieuze traditie als inspiratiebron voor de waarden van het Europese erfgoed, met name wat betreft de menselijke waardigheid en de daaruit voortvloeiende onschendbare rechten. Bovendien erkent het Verdrag de kerken en hun bijdrage aan de samenleving en voorziet het in een structurele dialoog tussen Unie en kerken. Aan het begin van het Verdrag wordt de Unie als een `waardengemeenschap' gekenmerkt en worden belangrijke humane waarden genoemd waarop de Unie berust en die alle Europese staten dienen te eerbiedigen en te bevorderen. Als eerste doelstelling van de Unie wordt uitdrukkelijk de vrede genoemd, haar waarden en het welzijn van haar volkeren. Dit `algemeen belang' van de Unie wordt tevens gerelateerd aan haar verantwoordelijkheid voor vrede, rechtvaardigheid en solidariteit in de wereld (pre-ambule). Hiermee reflecteert het Verdrag wezenskenmerken van de christelijke sociale leer: het samengaan van persoonlijke waardigheid en het algemeen goed van de samenleving, een samengaan dat zeker spanningen zal oproepen in het concrete beleid maar daar wel de toets voor blijft.

Deze positieve elementen doen het gemis aan een expliciete verwijzing naar God en naar het christendom minder zwaar wegen. In elk geval kunnen christenen hun eigen verantwoordelijkheid op zich nemen binnen het kader van dit Verdrag, en ertoe bijdragen dat de positieve doelstellingen worden bereikt en dat in kritische dialoog waar nodig bijstellingen worden geïntroduceerd.

A.H. van Luyn s.d.b. is bisschop van Rotterdam en vice-voorzitter Comece.