Jekyll en Hyde in de Caraïben

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende én volwassen lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de `literaire X-factor'? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij Treasure Island van R.L. Stevenson

Ieder kind heeft het gedaan – een schatkaart tekenen. Met tientallen piratenfilms en stoere-zeemansverhalen in je achterhoofd tekende je een eiland in de vorm van een doodshoofd, met een pad van kruisjes dat via Galgenheuvel en het Spokenmoeras leidde naar de verborgen kist met kostbaarheden van kapitein Rood-, Zwart- of Blauwbaard. Het is dan ook grappig om te lezen dat de beroemdste roman over schatten en piraten het gevolg was van dit soort kindervermaak, of liever: van de schatkaart die Robert Louis Stevenson tijdens een verregende vakantie tekende voor zijn twaalfjarige stiefzoontje. Bij een kaart hoort een verhaal, meende de Schotse auteur en dus schreef hij iedere dag een hoofdstuk. Kort daarop verscheen Treasure Island als feuilleton in het tijdschrift Young Folks (1881-82), waarna Stevenson het nog eens herschreef voor de boekuitgave in 1883.

Treasure Island is misschien wel het ultieme `crossover'-boek. Het verhaal van de herbergierszoon Jim Hawkins, die verzeild raakt tussen even schatbeluste als gevaarlijke piraten, maakt een onuitwisbare indruk op ieder kind dat het leest of voorgelezen krijgt. Schrijvers als Joseph Conrad, Jorge Luis Borges, Astrid Lindgren en Umberto Eco rekenden het tot hun persoonlijke favorieten, te meer daar Stevensons roman ook interessant blijft wanneer je eenmaal een volwassen lezer bent geworden. De reden daarvoor is simpel: Treasure Island (dat kort geleden als nieuw vertaald werd door Boukje Verheij) mag dan grossieren in achtervolgingen, vuurgevechten en bloedige piratenrituelen, het gaat ook over de strijd tussen goed en kwaad in de mens. Anders dan in de meeste klassieke kinderboeken, is bijna niemand in Schateiland helemaal slecht of goed, zelfs de jonge Jim niet.

Het best uitgewerkte personage – en volgens Borges zelfs het eerste `complexe karakter' in de Engelse literatuur – is Long John Silver, de eenbenige scheepskok (met prothese en papegaai) die aanmonstert op het schip dat Jim en zijn volwassen beschermers naar het Caraïbische eiland van de dode kaperkapitein Flint brengt. De voormalige piraat Silver is een aimabele man, die al zijn charmes inzet om Jim in te palmen maar die zich al gauw ontpopt als een meedogenloze muiter. Hij kan koelbloedig moorden, maar neemt in de final clash Jim in bescherming. Uit berekening waarschijnlijk, want de jongen is zijn levensverzekering; en toch zou zonder Silver geen fatsoenlijk mens het eiland levend hebben verlaten. Geen wonder dat Stevenson zijn roman oorspronkelijk de titel The Sea Cook had meegegeven.

Silver is de man met twee gezichten, iemand die van het ene op het andere moment kan veranderen van een vriendelijke oom in een moordmachine. In dat opzicht is hij de voorloper van de dokter uit Stevensons beroemdste verhaal, The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde, dat drie jaar later zou verschijnen. De gespleten persoonlijkheid, of beter: het onvermogen om de kwade kanten van je karakter te beteugelen, werd het grote thema van Stevenson. Hij zou het verder uitwerken in langere psychologische romans als The Master of Ballantrae en The Weir of Hermiston, dat onvoltooid bleef doordat Stevenson op 44-jarige leeftijd aan een hersenbloeding overleed.

In de bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verschenen vertaling van Treasure Island is het gedicht opgenomen dat Stevenson aan de roman vooraf liet gaan. Daarin spreekt hij de hoop uit dat zijn avonturenverhaal à la Cooper en Ballantyne `de jeugd van vandaag ook nog boeien kan'. Zo niet, dicht hij, 'mogen dan mijn / piraten en ik op diezelfde plek rusten / waar zij met hun schatten begraven zijn!' Hij hoeft zich geen zorgen te maken. Dankzij personages als Jim en Silver, en door zinnetjes-met-weerklank als `de zwarte stip krijgen', `realen van acht' en `vijftien man op de dodemanskist', is Schateiland nog steeds springlevend. Jo-ho-ho en een grote fles rum!

Reacties: steinz@ nrc.nl