Ja tegen de zotheid

L'esprit européen. Het goddelijke is niet in staat geweest Europa te verenigen. Aangenomen dat het goddelijke naar het goede moet verwijzen, is zonneklaar dat niet het goede maar het kwade aanleiding heeft gegeven om Europa te verenigen. De oorlogen, de massamoorden en daaruit voortvloeiende barbarij hebben de Europeanen verplicht om naar een evenwichtige gemeenschappelijke macht te zoeken. We moeten daarom onze kinderen vertellen dat de Europeanen tussen 1914-1918 tijdens een zinloze wereldoorlog elkaar met gifgas te lijf gingen.

En dan nog die allesvernietigende Tweede Wereldoorlog waarin het morele bewustzijn werd weggevaagd. Nadat dus de goddelijke en quasi-goddelijke utopieën in bloedbaden resulteerden, begon de Europeaan via de aarde (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, 1952) zichzelf te ontdekken. Het aardse gaf de Europeanen letterlijk een duurzame grond onder de voeten. Europa, om met politiek filosoof Luuk van Middelaar te spreken, werd een constructie. De Europese Economische Gemeenschap baarde de Europese Unie. Natuurlijk was en is de economie als scharnier van de Europese éénwording een bedreiging voor de geestelijke aspecten van dit continent: de euro, dat zielloze ding, regelt momenteel de inter-Europese contacten. De euro is ons ultieme anker en niet de kunst, de filosofie of de literatuur.

Acht maanden na de definitieve terugtrekking van het Rode Leger uit Afghanistan in 1989 werd op 9 november de Berlijnse Muur neergehaald. Het verduisterde en onvrije deel van Europa werd uiteindelijk veroverd dankzij de politiek van bewapening en de strijd van moedige Oost-Europese intellectuelen. Transatlantische macht won het van het totalitarisme. Hier en niet bij Auschwitz begon de droom van de Europese integratie werkelijkheid te worden. Hoe vaak vertellen we dit aan onze kinderen? Hoe vaak nemen we de moeite om te herdenken dat tot 1989 achter het IJzeren Gordijn volkeren werden geknecht en ontmenselijkt door de communistische machthebbers?

We leven met een gebrekkig historisch bewustzijn. De Tsjechoslowaakse oud-president en dissident Václav Havel beklemtoonde al in 1986 in zijn dankrede bij de uitreiking van de Erasmusprijs het belang van dit historische bewustzijn: ,,Uiteraard kunnen Europeanen hun ideaalbeeld alleen afdwingen, wanneer ze werkelijk innerlijk gemotiveerd zijn, dat wil zeggen, als ze zich verbonden en gemotiveerd voelen door wat ik zou willen noemen een Europees bewustzijn. Een diep gevoel van saamhorigheid. Een diep gevoel van eenheid, al bestaat die uit diversiteit. Een diep bewustzijn van duizend jaar gezamenlijke geschiedenis en geestelijke traditie, mede bepaald door de klassieke Oudheid en geworteld in de joods-christelijke beginselen. (...) We kunnen het Europese bewustzijn geen nieuw leven inblazen zonder bewuste beleving van deze werkelijkheid, zonder hernieuwd begrip van de betekenis ervan en zonder de nodige trots.''

Havel als een echte denker en groot Europeaan wist natuurlijk dat Europa tegelijkertijd een aardse constructie is, en daarom voegde hij er onmiddellijk aan toe: ,,Het gaat om een niet demonstratief, hoe minder ideologisch des te dieper doorvoeld bewustzijn van ons aller lot, dagelijks zinvol uitgedragen en stevig verankerd in de ziel en het hart van zoveel volkeren.'' Hij eindigde deze rede, die hij zelf in Rotterdam niet mocht uitspreken, met een prachtig geformuleerde waarschuwing: ,,Laten we – met ons allen – de vernietigingszotheid van onze wereld stopzetten door er een andere, betere zotheid voor in de plaats te stellen: de zotheid van ons ideaalbeeld van een vredelievende totaal-Europese gemeenschap, de zotheid van ons Europese bewustzijn.'' Inderdaad kunnen Europa en het Europese grondwetsverdrag niet begrepen worden zonder het historische bewustzijn.

Wie nee zegt tegen dit verdrag, zal geenszins in de nieuwe Europese oorlogen terechtkomen. Ik deel zelfs de woede en de kritiek van de nee-stemmers op de Europese leiders, ministers en ambtenaren die de burgers minachten en vernederen. Dit geestelijk onderontwikkelde establishment verdient een `nee', een harde klap. De tirannie van ambtenarij en bureaucratie moet omwille van het behoud van de democratische macht bestreden worden. Dat de Europese leiders geen moeite hebben genomen om minstens gedurende één jaar met hun burgers in gesprek te treden over de toekomst van Europa en dit verdrag, is alleen al een goed motief om nee te zeggen.

Tegelijkertijd is het een verdrag dat de eenheid tussen alle andere regelingen bevordert én dat een begin vormt van een symbolische ordening: het woord Grondwet geeft hier het symbolische, het constituerende moment aan. Het is natuurlijk geen echte Grondwet, omdat de Verenigde Staten van Europa niet bestaan. De term `Grondwet' verwijst hier naar een Europa van idealen.

Terecht vroeg premier Balkenende de nee-stemmers om aan te geven, wat in plaats van het EU-Grondwetsverdrag moet komen, én over welke zaken opnieuw moeten worden onderhandeld. Het nee-kamp heeft hierop geen rationeel antwoord. Dit verdrag voegt heel weinig toe aan de bestaande rechten en plichten, het bevat een voorlopig antwoord op de vraag hoe de huidige EU een werkbare constructie kan worden.

Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zei in een interview met Peter van Ingen in het programma Buitenhof van afgelopen zondag dat indien Nederland nee zegt, er geen oorlogen komen, maar hij benadrukte dat Europa wel zal verzwakken.

Euroscepsis is gezond, het doen verzwakken van de EU niet. Met Havel moeten we vaststellen dat Europa weliswaar politiek verdeeld is, maar geestelijk onverdeeld en ondeelbaar is. Ik ga onder protest ja stemmen. Ja tegen de zotheid van ons ideaalbeeld van een vrij, veilig en rechtvaardig Europa.