Huisarten tegen zorgverzekeraars 3

In elk verhaal van of over een huisarts komt een klacht voor over het vele administratieve werk. Wie veroorzaakt dat toch? Misschien is dit het antwoord: bij VGZ / IZZ zijn ongeveer 2,6 miljoen verzekerden aangesloten, en er werken 2600 mensen (bron: website VGZ). Dat is één medewerker op 1000 verzekerden. Ter vergelijking: een huisartsenpraktijk omvat 1850 - 2000 patiënten.

In de dertig jaar dat ik als directeur van gezondheidszorginstellingen werkte heb ik maar weinig vertegenwoordigers van ziektekostenverzekeraars ontmoet die waarlijk geïnteresseerd waren in de zorg. De meesten wilden alleen tellen en rekenen. Misschien is dat niet gek als je een rol als bankier ambieert, onder het motto: `Wie betaalt bepaalt!'

Maar wie betaalt er eigenlijk? Anders dan velen denken – en ministers doen voorkomen – suppleert de overheid slechts beperkt. Het merendeel van het geld komt gewoon van premiebetalers. Werkgevers dragen bij, voorzover dat in de CAO als secundaire arbeidsvoorwaarde is geregeld. De invloed van de premiebetaler op de verzekeraar is te verwaarlozen, de bestuurlijk functies worden door `instanties' ingevuld.

Natuurlijk heeft de overheid belangrijke taken op het gebied van de gezondheidszorg, zoals waken tegen het weglekken van de gelden bestemd voor de primaire taken in de zorg naar overhead.

Vanuit mijn ervaringen deel ik de zorg van huisartsen over de toegenomen en toenemende invloed van verzekeraars.

Als de Minister van Volksgezondheid al niet ingrijpt in zijn eigen plannen, ligt hier voor de Minister van Bestuurlijke Vernieuwing een dankbare taak: het snoeien in de bureaucratische omgeving van de echte zorgverleners levert veel geld op en uiteindelijk veel voldoening door het herstel van het niveau van de gezondheidszorg, zoals toen we nog bij de beste van de wereld hoorden!