Huisarten tegen zorgverzekeraars 2

Als kantoorbediende bij het Leidse ziekenfonds `Tot Hulp der Menschheid' had ik in 1946 te maken met de recepten van huisartsen. Eerst moest ik uitrekenen wat per kwartaal de totale kosten waren van de door de apothekers op huisartsenrecept geleverde medicijnen.

Vervolgens werd het gemiddelde berekend. Kwam een huisarts daar 10 procent of meer boven, dan werd het meerdere op zijn honorarium gekort.

De ziekenfondsen werkten graag met apotheekhoudende huisartsen; die moesten het doen met hun eigen budget voor geneesmiddelen en waren dus zeer kostenbewust bezig. Hun abonnementshonorarium bedroeg destijds vijf gulden per patiënt per jaar, twee gulden meer dan dat van de huisartsen zonder eigen apotheek.

Van kostenbewustzijn lijkt bij de stakende huisartsen nauwelijks nog sprake. De artsen die aan het woord komen willen zelf uitmaken wat ze voorschrijven. Als zorgverzekeraars met zachte dwang proberen hen tot financieel meer verantwoorde receptuur te brengen, reageren ze bozig.

Wat zestig jaar geleden wel kon – samen een oplossing vinden voor het kostenprobleem – lukt nu kennelijk niet. Verzekerden zullen zich moeten realiseren dat het in hun belang is dat ziekenfondsen en andere verzekeraars niet te toegeeflijk zijn.