Huisarten tegen zorgverzekeraars 1

Vorige week opende het Zaterdags Bijvoegsel met een stuk over grieven van de huisartsen tegen de zorgverzekeraars. Zes van de 29 reacties.

Ik vraag mij af of de diepere achtergrond van het conflict tussen de huisartsen en de zorgverzekeraars niet is: het grote verschil in afbreukrisico tussen de huisartsen en de medewerkers van de zorgverzekeraars. In het bedrijfsleven wordt onder afbreukrisico verstaan: de schade die door een fout van een werknemer aan het bedrijf kan worden toegebracht. Om een voorbeeld te noemen: een stuurman van een grote olietanker heeft een groot afbreukrisico, de medewerker die de declaraties van de bemanningen controleert een klein afbreukrisico.

De huisarts beslist soms bijna over leven en dood, de medewerker van de zorgverzekeraar beslist of arts Jansen of arts Pietersen 3.000 euro extra krijgt. In de praktijk van het bedrijfsleven blijkt dat men een medewerker met een laag afbreukrisico niet het werk van iemand met een hoog afbreukrisico kan laten sturen. Psychologisch is het niet te verkopen dat een medewerker van een zorgverzekeraar een huisarts vertelt hoe hij zijn praktijk moet voeren.