Het begin

Keatsen, oftewel kaatsen, is een zomersport die sinds het einde van de Middeleeuwen in – nog steeds – ons Friesland wordt gespeeld. Het speelveld meet 61 bij 32 meter. De spelregels zijn ingewikkeld, blijven voor een leek voor altijd duister, en doen denken aan die van het edele tennisspel. Vanavond is er bondstraining voor meisjes vanaf acht jaar en mocht u gehoopt hebben dat de twaalf zich al fierljeppend vanuit allerlei windrichtingen over brede sloten met plompenbladeren naar dit trainingsveld in Grou hebben begeven, zoals in de rest van ons land is ook hier het permanente geraas van een snelweg te horen, en wordt de horizon gevormd door nieuwbouw en windmolens. Het ruikt hier naar gemaaid gras; de voornamelijk stroblonde meisjes kwetteren onderling en met hun trainer in het Fries, de sportkleding is zwart en wit, omdat ze dat zo netjes vinden staan, de schoenen worden ook gebruikt bij het hockey op kunstgras en het enige afwijkende attribuut is hier de lederen handschoen waarmee het balletje geslagen en gevangen wordt. Anderhalf uur lang wordt er hard getraind. Evenals bij korfbal mogen de junioren elkaar niet aanraken. Het is een spel van wachten, opletten, een plotselinge actie en weer afwachten. Op de vraag of de ruimschoots in Friesland aanwezige import ook aan dit spelletje mag meedoen, krijg ik een welwillend antwoord: ,,Jazeker, mits jullie je maar aanpassen aan onze gewoontes!''

Dit is de 21ste aflevering in een serie over kinderen en sport.