Havens, treinen en paleomagnetisme

Halverwege de twee eindexamenweken stond gisteren voor vwo-leerlingen aardrijkskunde op het programma. Zonder een rekenmachine lukte dat niet.

Overmoedig geworden door het succes waarmee ik zonder te leren het geschiedenisexamen doorstond, maakte ik mezelf wijs dat enige inspanning ook voor aardrijkskunde niet nodig was. Met een 6,8 als gemiddelde cijfer moest ik minimaal een 4,2 halen, wat me zelfs in het geval van een totale black-out nog wel haalbaar leek.

Na de eerste paar vragen dacht ik daar toch anders over. Twee verschillende ruimtelijke ontwikkelingen (geen voorbeelden) die in de periode 1975-2000 van invloed zijn geweest op de mobiliteit in Nederland? Twee verschillen tussen het groeikernenbeleid en het VINEX-beleid? Twee doelen van het compactestadbeleid op regionale schaal die men via het verminderen van het vertrekoverschot wil realiseren?

Slik. Inkoppertjes voor wie het boekje Migratie en mobiliteit binnenstebuiten kende, en een hoop lege ruimtes op het antwoordblad voor mij. Gelukkig volgden drie vragen over gedwongen spreiding van kansarme (lees: allochtone) bewoners, naar aanleiding van een artikel waarin Tweede Kamer-leden aangaven iets dergelijks `wenselijk' te vinden. Twee argumenten voor en twee argumenten tegen later leek een 4,2 weer tot de mogelijkheden te behoren. De vragen over Vervoer en ruimtelijke inrichting versterkten dat gevoel, met opdrachten over de Rotterdamse haven en mogelijke trajecten voor de HSL-Zuid.

Pas echt leuk werd het toen iedereen ongeveer tegelijk bij vraag achttien belandde, en vertwijfeld om zich heen begon te kijken. Want voor aardrijkskunde hoefden we toch alleen een pen en een atlas mee te nemen? Best lastig, om daarmee absolute aantallen om te zetten in percentages en die vervolgens in een zelfgetekend cirkeldiagram te plaatsen.

(Daarbij moet wel worden gezegd dat het onze eigen schuld was: het document dat we voor de examens kregen meldde dat we bij elk examen een rekenmachine en passer bij ons moeten hebben. Maar net zo min als wij bij een taal hadden verwacht een passer nodig te hebben, verwachtten we dat bij aardrijkskunde. Hoe dan ook, onze fout.)

Hier en daar had nog iemand een grafische rekenmachine bij zich, maar sinds ook de schoolleiding doorheeft dat je daar een enorme hoeveelheid aan digitale spiekbriefjes in kwijt kan, zijn die dingen alleen nog toegestaan bij wis-, natuur- en scheikunde. En voor het tien keer uitrekenen van een opgave als 6515 gedeeld door 22568 hebben wij alfa's zoveel tijd nodig dat we niet meer aan aardrijkskunde toe zouden komen.

Dus volgde topoverleg. De twee surveillanten kregen eerst gezelschap van de afdelingsleider, en dat drietal werd niet veel later ook nog aangevuld door de examencoördinator. Na druk gefluister verliet de afdelingsleider de gymzaal, om terug te keren met welgeteld vier ouderwetse rekenmachines, die we om beurten (!) mochten gebruiken. Zo sleepten we weer vijf van de 74 punten binnen.

Toen ik zelfs de vragen over Actieve aarde (het laatste onderdeel van het examen, waarin het gaat om zaken als paleomagnetisme, metamorfe gesteentes en stralingsbalansen) dacht te begrijpen, leek zowaar een zeven weer in zicht.

En inderdaad: na thuis het correctiemodel te hebben vergeleken met wat ik ongeveer geantwoord had, kwam ik erachter dat ik in het slechtste geval een 6,7 achter mijn naam krijg. En kon ik me tevreden op het plaatselijke strandje laten aanbranden.

Wie is Marten?

Marten Blankesteijn is 18 jaar. Hij doet het vwo-profiel Economie & Maatschappij aan het St. Bonifatiuscollege in Utrecht. Vakken: Nederlands, Engels, wiskunde, economie, geschiedenis, aardrijkskunde. Hij doet Frans en Duits als extra vakken. Marten woont in Houten, speelt voetbal en begint in september aan de School voor Journalistiek in Utrecht.