Gevonden voorwerpen

Een enkele keer komt de krant met een foto waarop een grote hoeveelheid voorwerpen te zien is: tassen, mobieltjes, paraplu's, laptops, zonnebrillen, camera's, alles wat draagbaar is. Dat zijn gevonden voorwerpen. We weten dat de mensen van alles ergens laten liggen of op een andere manier verliezen. Geen nieuws. Er wordt een trend mee getoond. Steeds meer mensen hebben een mobieltje. Dus steeds meer mensen verliezen hun mobieltje. En verder laat zo'n foto weer eens zien dat er ontzettend veel verloren wordt; dat ze de grootste verscheidenheid van kostbaarheden kwijtraken; en dat er dan weer zo veel andere mensen zijn, eerlijk en energiek genoeg om het voorwerp naar dat bureau te brengen. Zo'n foto werkt vermanend en opmonterend: let wat beter op je spullen, maar wees blij dat er nog eerlijke vinders zijn, en een overheid die al die eigendommen voor jullie sloddervossen bewaart.

In Parijs is deze week het 200-jarig bestaan van het eerste bureau voor gevonden voorwerpen ter wereld gevierd. We hebben de instelling te danken aan Napoleon. In 1805 gaf hij de prefect van politie order, alles wat in Parijs op straat werd gevonden in het bureau op het Ile de la Cité te verzamelen. Ter gelegenheid van de feestelijkheid publiceren de kranten artikelen met wetenswaardigheden. Er werken op het ogenblik 43 mensen. Vorig jaar werden er meer dan 173 000 voorwerpen binnengebracht, vijftien procent meer dan in 2003. Het personeel probeert de rechtmatige eigenaar op te sporen. In één op de vijf gevallen lukt dat. In twee eeuwen heeft het bureau een rariteitenkabinet opgebouwd. Daarin vijf mensenschedels, een houten been, een paar pistolen van het type voorlader, een gebit.

Je zou het niet meteen achter Napoleon hebben gezocht: dat hij zich ook met gevonden voorwerpen bemoeide. Maar dit is een eigenschap van de ware heerser. Hij bemoeit zich met alles. Ons Burgerlijk Wetboek is gebaseerd op zijn Code Civil. Waarschijnlijk vond hij, dat in zijn rijk de mensen geen dingen mochten kwijtraken. Daarom moest eerst het vinden beter worden geregeld. Dit bureau ademt de geest van centralisering. Verliezen is een bewijs van individuele slordigheid. Het terugbrengen van het verloren voorwerp draagt bij tot herstel van de orde.

Zo wilde hij heel Europa onder Frans beheer brengen. Vreemde landen zag hij als grote verloren voorwerpen waarvan hij de eerlijke vinder was. Als de grote terugbezorging hem gelukt was, zou dit stukje nu in het Frans worden geschreven en u zou het zonder enige moeite kunnen lezen. Dit volgens de theorie van Willem Frederik Hermans die het uit literair oogpunt jammer vond dat Napoleon zijn zin niet heeft gekregen, want anders was het Frans nu onze moedertaal geweest.

Het gevonden voorwerp heeft zijn eigen praktische vraagstuk. Hoe bepaal je of het naar het bureau moet worden gebracht; wat mag je zelf houden? Je ziet een biljet van vijf euro op straat liggen. Steek je dat zelf in je zak? Ga je ermee naar de politie? Of kies je voor het compromis en geef je aan de eerste bedelaar die je om klein geld vraagt? Wat doe je met twintig euro? Een biljet van vijftig dat je in een windvlaag tegemoetkomt? Een paraplu in een lege coupé aan het eindstation, terwijl je duidelijk kunt zien dat er een wolkbreuk in aantocht is?

Sinds een jaar of dertig raap ik klein oudroest van straat op. Bouten en moeren, eigenaardig gebogen en doorboorde stukjes ijzer die kennelijk onderdeel van een machine zijn geweest. Die bewaar ik. Dat mag. Maar gesteld dat ik op vuilnisophaaldag een verweerde computer of laptop bij de zakken zie staan. Meenemen? Eerst zelf eens kijken of ik de harde schijf aan de praat kan krijgen, in de hoop dat ik me van een paar ongehoorde geheimen zal meester maken? Aanbellen bij de vermoedelijke eigenaar, vragen of die wel absoluut zeker weet dat dit ding voorgoed is afgedankt? De politie bellen? Aan een particuliere detective verkopen? Dat zijn de dilemma's van het moderne gevonden voorwerp. Er is een groeiend niemandsland van aarzeling.

En dan hebben we het nog niet eens over het DNA dat zo'n voorwerp met zich meedraagt, of de magische uitstraling die paranormaal begaafden door handoplegging kunnen duiden. Zo bekeken wordt het vinden van een voorwerp steeds gevaarlijker. Er zijn mensen wier beroep met zich meebrengt dat ze veel vinden: straatvegers, schoonmakers van het openbaar vervoer. Van zo iemand zou ik wel eens een Hollands Dagboek willen lezen.