Europese Grondwet en pensioen

Wat gebeurt er met het geld in de levensloopregeling op het moment dat de inlegger overlijdt? En wat betekent `Europa' voor ons pensioenstelsel?

Volgens mij zijn de pensioenen in Nederland redelijk goed geregeld. Denkt u dat de Europese Grondwet consequenties zal hebben voor ons pensioenstelsel? Bijvoorbeeld dat wij op dezelfde lijn gaan zitten als de lidstaten waar het minder goed geregeld is?

(W.N.)

Het lijkt mij niet dat de Europese Grondwet op zich consequenties zal hebben voor ons pensioenstelsel. Maar dat Europa gevolgen heeft voor de manier waarop pensioenen in de lidstaten zijn geregeld staat buiten kijf. De lidstaten moeten de regelgeving van de Europese Unie volgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat vrouwen en mannen gelijk behandeld moeten worden.

De afgelopen jaren zijn er om in de pas te lopen met Europa al heel wat wijzigingen aangebracht in de Nederlandse pensioenwetgeving. Het is bijvoorbeeld verboden om verschillende pensioenleeftijden te hanteren voor mannen en vrouwen. In het verleden kwam het nogal eens voor dat vrouwen al op hun 62ste met pensioen mochten, terwijl mannen moesten doorwerken tot hun 65ste. Ook heeft Nederland onder druk van Europa in nationale wetgeving vastgelegd dat pensioenfondsen vrouwen niet mogen uitsluiten van deelname, iets wat in het verleden ook geregeld voorkwam.

Bovendien zie je dat pensioenen langzamerhand steeds Europeser worden. Zo kunnen Nederlanders sinds een paar jaar een lijfrenteverzekering afsluiten bij een buitenlandse verzekeraar en de premie in Nederland aftrekken. Waarschijnlijk krijgen Nederlandse bedrijven nog dit jaar de mogelijkheid de pensioentoezeggingen voor hun werknemers onder te brengen bij pensioenfondsen elders in de Europese Unie. Maar tegelijkertijd bestaan er nog altijd grote verschillen in de manier waarop de pensioenen in de diverse lidstaten geregeld zijn. Bijvoorbeeld in de pensioenleeftijd. In het ene land stoppen mensen met werken op hun 60ste, in het andere op hun 67ste. Of in de hoogte van het pensioen. In Nederland is het gebruikelijk om maximaal 70 procent van het loon op te bouwen als pensioen, maar in andere landen ligt dit percentage op 60 of 80 procent.

Bovendien kun je in sommige landen deelnemen aan een pensioenregeling zodra je bij een bedrijf in dienst treedt, terwijl in andere landen een wachttijd van een paar jaar geldt. Al die verschillen staan een beetje haaks op het recht van Europeanen om in elke lidstaat te gaan werken. Werk en pensioen zijn immers nauw met elkaar verbonden; pensioen is niets anders dan uitgesteld loon. Pensioenopbouw is voor mobiele Europeanen dus een lastige kwestie. Ik denk dat dat voorlopig niet zal veranderen, want het ziet er niet naar uit dat de Europese lidstaten hun pensioenregelingen op korte termijn willen harmoniseren.