Een onvolkomen verdrag, maar beter dan `Nice'

Zondag mogen de Fransen zich uitspreken over de Grondwet voor Europa. Volgende week woensdag is Nederland aan de beurt. Het blijft een goed, zij het riskant idee een referendum over dit onderwerp te houden. Het is een uitstekende manier gebleken om de burger bij het project Europa te betrekken. Een volksstemming over de Grondwet scherpt de geest, verheldert onduidelijke zaken en maakt dat politici niet kunnen wegduiken achter plannen en procedures die functionarissen in Brussel hebben bedacht. Het politieke risico van wegstemmen weegt niet op tegen het democratisch voordeel. Een punt is wel dat de kiezer stemt over een grondwet die feitelijk helemaal geen grondwet is, maar een verdrag op grond waarvan de Europese Unie wordt bestuurd.

Ach, `what's in a name'? Maar in de naam zit de essentie. Het is preciezer om te spreken van het Europees Grondwettelijk Verdrag of het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Een echte grondwet komt anders tot stand en is bij voorkeur geen stuk dat barst van de compromissen over het gezag van en de controle op Brussel. De verwarring begon toen de kiezers werd voorgehouden dat hier sprake is van een heuse grondwet. Ze konden vervolgens, als ze die moeite wilden doen, een lijvig en ingewikkeld document lezen dat alles was behalve een begrijpelijke constitutie. Het bleek gecompliceerde lectuur die maakte dat, na de naamsmisser, de verwarring alleen maar toenam door eenzijdige interpretaties en fouten, en door laakbare uitspraken van politici.

Wat te denken van PvdA-leider Bos, die met droge ogen verklaarde dat als Nederland `nee' zegt, er volgend jaar opnieuw een referendum moet worden gehouden. Kennelijk neemt hij de volksstemming alleen serieus als het volk `ja' zegt. Minister Bot (CDA, Buitenlandse Zaken) ging nog verder. Hij riep burgers op te stemmen met argumenten en geen `nee' te zeggen uit cynisme of uit angst voor de toekomst. Welnu, het is de burger vrij van zijn stemrecht gebruik te maken op de manier zoals híj dat wil. Daarover heeft een minister gelukkig niets te zeggen. Zo er een oproep moet worden gedaan, dan dient deze te luiden: ga hoe dan ook stemmen, zelfs als u cynisch bent of vrees voor de toekomst hebt. Net zo merkwaardig waren onlangs de woorden van de Franse president Chirac. Hij zei quasi geruststellend dat de Grondwet de behoefte aan een grote Europese markt en de behoefte aan sociale harmonisatie met elkaar verbindt. Niets is minder waar. De EU wil hooguit op papier, maar zeker niet in de praktijk integratie van het sociale beleid der lidstaten.

De combinatie van onhelderheid en politieke ruis heeft ertoe geleid dat de kiezer er zondag en woensdag van alles bij zal halen: de euro, de uitbreiding, de toetreding van Turkije en de vele binnenlandse kwesties die met een volksstemming kunnen worden vereffend. Niet alles heeft met de Grondwet te maken en fraai is dat misschien niet – maar menselijk is het wel. Bij een referendum moet geprojecteerd ongenoegen worden ingecalculeerd. Bijkomende pech is dat de landen in de eurozone getroffen zijn door tegenvallende economische groei. `Job-angst' speelt een rol bij de stembus, evenals een besef dat de vraagstelling in wezen niet deugt. Het referendum zou moeten gaan over koers en macht van de EU. Moet Europa een politieke unie worden met een eigen buitenlands- en veiligheidsbeleid? En zo ja, wat zijn daarvan de consequenties? Kan en wil Europa de strijd aan met de Verenigde Staten en China? Zulke vragen dwingen tot gedachtevorming over globalisering en de politieke en economische gevolgen hiervan.

Zakelijk en juridisch is het Europees Grondwettelijk Verdrag een stap vooruit. Inhoudelijk brengt het ordening in de wirwar van opeenvolgende verdragen. Het zit ondanks zijn onvolkomenheden degelijker in elkaar en is met meer politieke inspraak tot stand gekomen dan het Verdrag van Nice, op basis waarvan de uitgebreide Unie had moeten functioneren. Dat bleek moeilijk, vandaar deze nieuwe poging in 482 pagina's tekst. Met dit weliswaar gebrekkige verdrag zijn de problemen van de historische uitbreiding van 2004 beter aan te pakken. De Europese eenwording, onder vuur maar door deze krant wel gewenst, wordt er op adequatere wijze mee bediend dan met `Nice'.